Kerst kwam als vanouds met een herherherherherhaling van Sissi, die niet te versmaden historische fantasie uit de onschuldige jaren '50, toen men nog niet maalde om kleine onnauwkeurigheden, en net zo makkelijk deed alsof Frans Joseph Elisabeths ware liefde was als dat men auto's en TV-antennes op de achtergrond goedmoedig tolereerde.
Voor ons, oudgedienden, gesneden koek, maar voor mijn nichtje van drieëneenhalf was het de eerste keer, en ze keek haar ogen uit. Het fenomeen hoepeljurk wekte verbazing. "Die mensen hebben hele lange t-shirts aan, helemaal tot op de grond!". Sissi's trouwjapon echter was aanleiding tot regelrechte bezorgdheid. "Waarom zit die mevrouw in een grote witte zak? Is ze ziek?"
zondag 26 december 2010
Sissi herzien
Gepost door Martien op 12:28 View Comments
maandag 8 november 2010
Geld maakt wel/niet gelukkig
Nederland werd al steeds gekker; en nu zijn het ook nog de donkere dagen voor (tegenwoordig heel enge) Sint en Kerst, en zetten we met zijn allen nog een tandje bij. SBS 6 doet paranormaal begaafde kinderen en de publieke omroep, ook niet te flauw, vergooide een deel van zijn bedreigde centen gisteren nog aan Bijna Dood Dokter Pim van Lommel. Misschien zijn die bezuinigingen toch zo gek nog niet. Van Lommel is inmiddels helemaal afgedreven naar Cloud Cuckoo Land, getuige zijn warme conversatie met een man die sedert hij een transplantatienier van zijn vrouw ontving regelmatig telepathisch met haar in contact staat - via die nier. Dokter Pim: "…een nier in liefde gegeven en in liefde ontvangen doet het vaak heel veel beter, dat is echt waar, en dat is ook niet medisch verklaarbaar, maar je hoort het heel vaak…". Ach, ook gepensioneerde cardiologen hebben het volste recht zich met dit soort zottigheden van de straat te houden. Alleen, Dokter Pim doet het op TV, en onder het mom van de wetenschapper-die-het-allemaal-onderzocht-heeft – en dat is gewoon erg.
Enfin, de tijden zijn er naar wil ik maar zeggen, en dus geen wonder, al met al, dat me vandaag weer eens een ouderwetse kettingbrief bereikte via een lang vergeten voormalig orkestlid in wier mailbestand ik kennelijk nog rondhang. Nou ja, ouderwets, tegenwoordig heeft zo'n brief natuurlijk de vorm van een gelikte Powerpoint presentatie, compleet met irritante animaties. Dia na dia werd een reeks Chinese wijsheden over me uitgestort over de elementaire waardeloosheid van geld. "With money, you can buy a house, but not a home"; "With money you can buy sex, but not love"; "With money you can buy a clock, but not time"; "With money you can buy a book, but not knowledge"; of, enigszins betwistbaarder gezien het hedendaagse aanbod van farmaceutica, "With money you can buy a bed, but not sleep." Et cetera, u kunt er zelf, al bent u geen Chinese wijsgeer, vast nog wel een paar dozijn bij verzinnen.
Nadat deze diepzinnigheden voldoende waren ingepeperd volgden de gebruikelijke dreigementen: stuur deze boodschap binnen vier dagen door aan twintig vrienden, of anders zwaait er wat. Anderzijds, wie braaf gehoor zou geven aan de opdracht werden wonderschone beloningen in het vooruitzicht gesteld; beloningen die merkwaardig los bleken te staan van de net gegeven boodschap, om niet te zeggen, haaks daarop: "ONE MAN GOT HIS FIRST COPY OF THE PROVERB IN 1953 AND ASKED HIS SECRETARY TO MAKE HIM 20 COPIES. NINE HOURS LATER HE WON $99 MILLION IN THE LOTTERY IN HIS COUNTRY."
Huh...? Ik was al te bekrompen voor Van Lommels weidse wetenschapsvisie. Maar ik ben ook te dom voor Chinese filosofie, geloof ik.
Gepost door Martien op 17:46 View Comments
Labels: Gekte, Geloof en bijgeloof, TV
donderdag 1 april 2010
Hersenverlamming
Een paar avonden geleden zat bij Pauw zonder Witteman hoogleraar Cognitieve Neurowetenschap Victor Lamme van de UvA. Er was aan deze meneer weinig professoraals, overigens; Lamme bleek een jolige jongen die een carrière als cabaretier of schlagerzanger is misgelopen. Hij had dolle pret met de verschrikkelijke Inez Weski, bij wie de liefde voor het eigen stemgeluid is ontaard in een ernstige vorm van juridische Gilles de la Tourette. De mondhoeken van tafelgenoot Van Haersma-Buma zonken er nog lager van, en dat kon toch al bijna niet meer. Ook meneer Lamme was vlot van tong, zodat snel duidelijk werd dat wetenschap voor hem vooral een onuitputtelijke bron van hilarische oneliners is. “Balkenende doet pijn aan je brein,” dat soort thuis voorbereide en koppig doorgedrukte lammigheid. (Van H-B’s mondhoeken daalden nog verder). Of neem de titel van zijn recente boek, lekker uitdagend om voldoende mediabelangstelling te verzekeren: De vrije wil bestaat niet.
Het is een notie die populair is onder hersenwetenschappers. Kort geleden nog promoveerde aan de Erasmus Universiteit psychologe Ilse Nijs, die bij monde van de Volkskrant liet weten dat dikke mensen er ook allemaal niks aan kunnen doen – hun hersenen sturen nu eenmaal onbewust hun ongezonde eetgedrag aan.
Die stoute hersenen toch! Een paar maanden terug echter had mijn werkgever een leuk dagsymposium georganiseerd rond het thema hersenen en vrije wil. Daar sprak cognitiefilosoof Marc Slors, die zich discreet vrolijk maakte over dit neurofysiologisch zondebokdenken. Omdat we tegenwoordig iedereen door de scanner kunnen halen doen we dat te pas en te onpas. En verhip: dingen die mensen doen, zeggen en voelen blijken verband te houden met bepaalde activiteit in de hersenen.
Alsof we dat niet al lang wisten.
Àl ons gedrag houdt verband met activiteit in de hersenen, dat is geen nieuws. Wanneer een correlaat in het brein reden is om mensen van hun verantwoordelijkheid te ontslaan, dan zijn we allemaal, altijd ontoerekeningsvatbaar. Zo ver gaan we dus liever maar niet – zelfs, naar ik begrijp, meneer Lamme niet. Maar door terug te wijken voor dit ultieme materialisme (of is het cynisme?), en de verontschuldiging van de hersenen alleen in bepaalde situaties aan te voeren, belanden we, merkte Slors scherpzinnig op, in een ander probleem. Soms doen we kennelijk dingen zelf, en soms doen onze hersenen het. Dat is ouderwets dualistisch denken. Ons brein krijgt de zwarte piet toegespeeld wanneer ons gedrag ons niet bevalt. “Ik heb het niet gedaan, mijn hersenen hebben het gedaan.” Ik wil wel afvallen, maar mijn hersenen pakken elke keer weer die kroket. We zijn terug bij de goedwillende homunculus die wanhopig probeert een eigenwijze (en zondige) machine te besturen.
Hoogleraar strafrecht Ybo Buruma maakte het verhaal mooi af. Voor de rechtspraak is het helemaal niet interessant of de vrije wil wel of niet bestaat, zei hij. We postuleren hem gewoon, want we hebben hem nodig om recht te kunnen spreken. Kijk, dat lijkt mij nou een mooi voorbeeld van goed werkende, gezonde hersenen.
Gepost door Martien op 18:19 View Comments
Labels: TV, Wetenschap
zaterdag 20 februari 2010
Robot
Popmuziek valt in mijn ervaring meestal tegen. Maar niet altijd. Gisteravond, nadat Kirsty Wark met haar net verstaanbare vierglaasjesop-tongval de Review Show op BBC2 had afgesloten, begon een mevrouw in een raar kostuum een liedje te zingen, begeleid door een verbaasd kijkende meneer achter een elektrische piano. “O,” dacht ik, “een mevrouw in een raar kostuum gaat een liedje zingen, tijd om te kijken of we nou eindelijk van Balkenende verlost zijn.” Maar het lukte niet om te zappen. Het liedje was te leuk, en op een vreemde manier ontroerend, en de mevrouw in het rare kostuum kon fantastische dingen met haar stem. Er zat een ijl en spatzuiver hoog in, in die stem, en een warm brommend laag, en de melodie bewoog in spannende banen langs die uitersten terwijl alles toch natuurlijk en onaanstellerig bleef klinken. Een en ander begeleid door niet meer dan gortdroge, staccato pianoakkoorden.
Het was Marina van Marina and the Diamonds die ik hoorde, wier debuut-CD overmorgen verschijnt, en ze zong, “I am not a robot.” Op Amazon heb ik samples van haar CD beluisterd. Die vielen dan weer wel tegen. Daar wordt die begenadigde stem verstopt achter alle onvermijdelijkheden van backing vocals, elektronische klankeffecten en die verschrikkelijke, muziekdodende beat waar popmuzikanten zo onverklaarbaar aan gehecht zijn. Maar op Youtube staat een versie die nog een beetje lijkt op wat ik gisteren hoorde. Geniet.
(En geniet nog meer: exit Balkenende IV (was he a robot?). Nieuws waar Nederland zo weinig van onder de indruk is dat ik het op CNN moest zoeken, waar het figureerde als item vier na een bericht over een bezoek van de Ayatollah in Iran aan een aantal nieuwe schepen).
Gepost door Martien op 10:51 View Comments
dinsdag 12 januari 2010
Mahlerdoofheid
Toen Gustav Mahler in mei 1907 de generale repetitie voor de première van zijn Zesde symfonie had beëindigd, trof zijn vrouw hem in tranen aan in de dirigentenkamer. Tijdens het hele repetitieproces, en ook na de uitvoering, was de componist in een dusdanige toestand van handenwringende agitatie dat vrienden zich serieus bezorgd maakten over zijn gezondheid. De uitvoering zelf liep, aldus Alma, niet geweldig omdat de meester bijna bang leek zijn eigen werk te dirigeren. Niet verwonderlijk, natuurlijk – als er ooit een daverend monument voor het nihilisme werd geschapen, een immense catastrofe in muziek, een ode aan de wanhoop, is het wel Mahlers Zesde.
Gisteren zag ik op de BRT een niet onverdienstelijke uitvoering van de Zesde door het orkest van de Munt, met Hartmut Haenchen op de bok. Nauwelijks was het laatste, afgeleefde pizzicato (de plof van een schep zand op een doodkist) verklonken in de inktzwarte duisternis die rest, of het publiek klom al bravo-roepend op de stoelen. We pretenderen tegenwoordig graag dat Mahlers tijd gekomen is, zoals hij zelf al voorspelde. Maar ik vraag het me af; vraag me af of die toehoorders daar in de concertzaal eigenlijk iets anders of iets meer hebben gehoord dan een collectie knappe instrumentale effecten (och och, die hamer) en een even knap staaltje orkestrale acrobatiek.
Gepost door Martien op 13:22 View Comments
woensdag 11 november 2009
Zum Wohl!
Carl Sagan was een held. Tegenwoordig wil je nog wel eens een film in het rampengenre zien waar de wetenschapper een toffe jongen is, ook al heeft dat vaak minder te maken met zijn academische verdiensten en zijn verbeten strijd tegen een corrupte overheid, dan met het feit dat hij wordt neergezet als een stoere vrijbuiter met een driedagenbaard op de vierkante kaak en een woeste net-uit-bed-kuif daarboven. Maar in 1980 was geleerdheid beslist niet cool. Als je slim was, was je een nerd, en vermoedelijk een gestoorde engerd ook nog. Toch kwam Sagan in die jaren onverschrokken op de proppen met de televisieserie Cosmos – een revolutionair concept waarin de schoonheid van ons universum, maar meer nog de schoonheid van de wetenschap bezongen werd. Zoiets hadden we nog nooit gezien, en de titelmuziek van Jean Michel Jarre spookte na elke uitzending nog uren na. Carl Sagan heeft het tijdelijke al lang met het eeuwige verwisseld, maar Cosmos is er weer, op DVD dit keer. Helaas blijkt, net als met Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, dat er zoveel decennia na dato eigenlijk niet meer naar te kijken valt. Fout kapsel; foute jassen; heel foute, pompeuze red-de-wereld speeches uit een tijd dat de nucleaire dreiging acuut gevoeld werd; een gedragen, slepend tempo dat het in deze tijd van afstandsbedieningen en snelle clips echt niet meer doet; - en het fictieve ruimteschip waarin Dr. Sagan zijn reis door tijd, ruimte en wetenschap maakte lijkt verdacht veel op een afgedankt Toppop decor. Zoals zo vaak: het boek is beter.
Want schrijven kon Sagan als geen ander. Contact, later prachtig verfilmd met Jodie Foster, is misschien wel de meest intelligente science fiction roman ooit – zo zou het echt kunnen gaan wanneer een buitenaardse beschaving contact met ons zoekt. Het allermooiste daarbij is Sagan's onwankelbare optimisme. De buitenaardsen hebben het goed met ons voor. In een ander mooi boek, Pale blue dot, legt hij dat uit: als een beschaving een hoog technologisch ontwikkelingsniveau bereikt heeft en zich vervolgens over millennia weet te handhaven moet zij wel vreedzaam en ecologisch bewust zijn, anders had ze zichzelf al lang vernietigd. Carl Sagan had niets op met boosaardige aliens zoals UFO-fanaten die overal zeggen te zien, die de aarde komen veroveren en al doende een merkwaardige obsessie met seks aan de dag leggen.
(De wonderlijke, biologisch nogal lastig te verstouwen, maar door duizenden aangehangen notie dat buitenaardse intelligentsia lichtjaren overbruggen om met aardse vrouwen nieuwe hybriden te kweken was aanleiding voor een van de meest geniale scènes ooit in The Simpsons, waar de arme Marge een alien abductee wordt:
)Kang: Congratulations. You have been selected for our cross-breeding program.
Kodos: To put you at ease, we have recreated the most common spawning locations of your species. You may choose either
[as Kodos lists the choices, he highlights a mock-up of each
one]
the back seat of a Camaro,
an airplane bathroom,
a friend's wedding,
or the alley behind a porno theater.
Marge: I absolutely refuse to go along with this; [pause] but since I have no choice, I'll take the alley.
[the alley set slides behind the couch. Kang retracts his
helmet and sits next to Marge]
Kodos: Initiate fertilization procedure.
Kang: Oh, you look lovely this evening. Have you decreased in mass?
Marge: [voiceover] I tried to resist, but they applied powerful mind-confusion techniques.
Kang: Look behind you.
[Marge looks, and Kang quickly uses a ray gun to beam
something on her]
Insemination complete. [deploys space helmet]
Marge: Really? That seemed awfully quick.
Kang: What are you implying?
Marge: Nothing, nothing.
Kang: Whoa, wow, look at the time. I'd love to stay but I have an early meeting tomorrow. You're a super girl, though. I'll call you sometime.
[pushes a button marked "dump." The couch cushion tilts up,
and Marge falls back to Earth through a chute]
Daar had Carl vast hartelijk om moeten lachen. Maar verder had hij weinig op met dat soort fantastische verhalen. Dat legt hij dan weer uit in zijn allermooiste boek, The demon haunted world. Dat draait om de vraag hoe het komt dat mensen in grote getale blindelings bereid zijn allerlei verhalen voor waar aan te nemen zonder dat er maar een greintje bewijs voor bestaat. Nog nooit, stelt Sagan verbluft vast, waren zoveel mensen zo goed opgeleid en was zoveel kennis zo breed toegankelijk; hoe kan het dan dat niettemin meer dan de helft van de Amerikanen in spoken gelooft? The demon haunted world is vaak erg vermakelijk door de genadeloze en toch bijna liefdevolle manier waarop de schrijver de onzinnigheid van spokengeloof, UFO-verhalen, graancirkels, Mariaverschijningen en andere onaardsheden blootlegt. Maar onder de zachte spot voelen we steeds een bezorgdheid, zelfs een angst, die Sagan naar het einde van het boek ook uitspreekt. Goedgelovigheid is gevaarlijk. Het klakkeloos voor waar aannemen van verhalen zonder bewijs is de grondslag van totalitaire regimes, van racisme, van politieke en justitiële misstanden, van fundamentalistische religie. Er vallen doden door.
Jammer genoeg zijn boeken als The Demon haunted world altijd preken voor eigen parochie. Ze worden met liefde en smaak gelezen door mensen die het toch al met Sagan eens waren; al die anderen, de wichelroedelopers en de metamorfosemasseurs, die vinden dat de wetenschap 'ook maar een geloof is', of zelfs een georganiseerde samenzwering om hogere waarheden te verdoezelen, laten zulke boeken links liggen. Hoe jammer dat is blijkt dezer weken weer eens nu de samenzweringstheorieën als paddenstoelen uit de grond schieten rond de Mexicaanse griepvaccinatie. Internet geeft iedere losgeslagen idioot een stem, en andere losgeslagen idioten een grenzeloze bron van zelfbevestiging. Boze, mislukte artsen gooien het over de paranoïde boeg en worden alsnog wereldberoemd. Met droge ogen wordt beweerd dat het aan de medische samenzwering te danken is dat we steeds minder gezond zijn - in een westerse wereld waar de gemiddelde levensverwachting ieder jaar met enkele maanden toeneemt en het aandeel ernstige ziekten in de bevolking gestaag daalt. Waar doe je het als wetenschapper allemaal voor, vraag je je af. Massa's mensen die beter zouden moeten weten lopen liever het risico dat hun kind sterft aan een lullig virusje dan dat ze zelfs maar willen overwegen zich een keer tot de feiten te beperken. Lichtgelovigheid en gebrek aan scepsis zijn gevaarlijk, inderdaad. Vooral in een verwende samenleving die verslaafd is aan zelfbedachte angsten.Ik ben tegenwoordig een risicogroep, dus kreeg ik een uitnodiging voor de Mexicaanse griepvaccinatie. Op het gevaar af nu een met nanochips doorspoelde slaaf van gestoorde wetenschappers en boosaardige politici te zijn, ben ik gegaan, meteen. Toen de spuit erin ging dacht ik, 'Op jou, Carl! Cheers!’
Gepost door Martien op 15:25 View Comments
Labels: Gekte, Geloof en bijgeloof, TV, Wetenschap
zaterdag 7 november 2009
Oranje boven
Koninkjes en koninginnetjes, prinsjes en prinsesjes, ik vind dat allemaal machtig interessant. Hoe je als Brabants arbeidersjongetje aan zo’n fascinatie komt kun je je natuurlijk afvragen. Een geschoold analyticus weet dat vast huiveringwekkend te duiden met resultaten die een onmiddellijke opname in een goed beveiligd instituut noodzakelijk maken.
Tot die tijd strijk ik elke zaterdagavond ongegeneerd een dik half neer voor de EO, gewoonlijk niet mijn ideale omroep. Maar de EO maakt Blauw Bloed, een abject hielenlikkerig programma dat mij zorgvuldig op de hoogte houdt van alles wat onze royals en die van andere landen zoal uitspoken. Niet alleen de confessionele achtergrondruis moet ik daarvoor tolereren, maar ook een treurig stemmende man die zijn naam zeldzaam weinig eer aan doet, presentator Jeroen Snel. Zo gemotiveerd ben ik.
Enfin, ik kom er nog genadig vanaf – als ik er genoeg van heb kan ik gewoon naar de zapkast grijpen, maar die arme Trix en haar kroost vinden Jeroen op hun pad waar ze ook gaan, ze zijn genadeloos aan hem overgeleverd. Overal staat hij te trappelen achter het rode koord om een zinloze vraag te lanceren (“Majesteit, hoe vindt U het om hier te zijn?”) en kirrend het voorspelbare antwoord te incasseren (“Erg fijn” – wat dacht je dan dat ze ging zeggen, Jeroen?). Ga naar een schoolproject in de rimboe van Mexico, en nog moet de Koninklijke stoet tijdig afremmen om Jeroen niet over zijn snelle hielen te rijden. Beklim een pyramide in diezelfde contreien en Jeroen staat de hoogheden boven al op te wachten voor weer zo’n heerlijk ons-kent-ons moment: “Lonely at the top?” Even had ik zowaar waardering voor ‘s lands Hoogste Ei, onze kroonpint W-A, die onverwacht sardonisch riposteerde, “nou, u bent er ook.”
Meer dan eens moet ik aan de Bennets denken, die de verschrikkelijk Mr. Collins noodgedwongen te vriend houden omdat hij hun lot in handen heeft. Het is triest maar waar, de Oranjes hebben Jeroen, snel of niet, hard nodig. Hij is zo’n beetje de enige journalist die zo vriendelijk is W-A’s hilarische verspreking weg te editen uit een reportage over het jongstleden staatsbezoek. En als er al eens een kritisch woord moet worden besteed aan een Mozambique project of zo, de Familie kan erop vertrouwen dat Jeroen een goed woordje voor ze doet. Het scheelt ook niet veel of je zou denken dat Jeroen zelf deel is van die familie. "Een kranslegging en een staatsbanket zijn gebruikelijk op de eerste dag van een staatsbezoek," orakelt hij door de wol geverfd, en later meldt hij, “we lopen over het fraaie dorpsplein,” – inderdaad, 'we'; maar misschien is dat ook wel pluralis majestatis, nu ik erover nadenk. Nog even en Beatrix staat popelend achter het rode koord – “En hoe vindt u het nou om hier te zijn, meneer Snel?”
Gepost door Martien op 20:49 View Comments
Labels: Banaliteiten, TV
dinsdag 22 september 2009
Off to see the wizard
Terwijl vandaag mijn laatste portie duur vergif naar binnen liep deed Oprah het eeuwige leven. Naast haar zat een enge man die gepresenteerd werd als Dr. Oz, om onverklaarbare redenen in een operatiepak gehuld, en met een grijns zo breed dat die ternauwernood tussen de armleuningen van zijn zetel paste. Een toonbeeld van het type stuiterende opgewektheid dat alleen verklaard kan worden door een forse overdosis voedingssupplementen, die de Doctor naar alle waarschijnlijkheid akelig voortijdig naar Oz zullen helpen door de aanmaak van een rare, nare tumor waarvan het bestaan nu nog door niemand wordt vermoed.
Het is, zo vertelde hij daarentegen echter, voor u en mij en iedereen een makkie om honderdvijftig jaar te worden (nou ja, voor mij misschien iets minder een makkie dan voor u). Minder eten, meer groenten, meer vis, et voilà! Nou lijkt het mij helemaal geen goed idee om met zijn allen hondervijftig te worden. Je wilt je niet eens voorstellen hoe de Zonnebloemboot er dan uit gaat zien – een tienbaks Zonnebloemduwboot. De wereld zal overwoekerd worden door bejaardensozen. Golfbanen en bridgeclubs raken zo verstopt dat bal noch kaart meer te bekennen zijn. Je kunt de voordeur niet meer uit of je moet invoegen in onafzienbare colonnes Nordic walkers. Trottoirs moeten worden verbreed met rollatorstroken, en wegen met scootmobielbanen. Over Marbella, Wenen, Engeland en Florida, ocharme, zwijg ik dan maar helemaal. Hoe moeten we dat allemaal gaan bolwerken in een wereld waar een verhoging van de AOW-leeftijd met een schamele twee jaar al een parlementair steigerpunt is? De AOW-leeftijd moet naar honderdvijftien jaar als Dr. Oz zo door gaat!
Maar dat zal Oprah een zorg zijn. Zij beperkt haar gravende analyse tot een doorleefd ‘Oh wow’, en schakelt ons door naar David Murdock, een vijfentachtigjarige miljardair met het zelfde stuitersyndroom als Dr. Oz. David weet zeker dat hij de honderdvijfentwintig gaat halen. Je ziet zijn oogjes flonkeren van pret bij de gedachte aan al zijn dierbare, popelende erfgenamen, die hij nog eens veertig jaar lang gaat onderhouden met zijn welbekende, feestfnuikende anekdotes over hoe hij het van zes cent naar multipele miljarden heeft geschopt - een tranentrekkend langdradige geschiedenis die niet per se aan glans wint door de ingelaste uitweidingen over zijn gezonde leefstijl, zijn groenteshakes en zijn push-ups (nee David, push-ups doe je met een rechte rug, vanuit de armen) en al die andere weerzinwekkend jeugdige bezigheden waardoor hij, godbetert, almaar niet dood gaat. Het is maar goed dat het verkeer ook gevaarlijk is.
Voor de bijdetijdse eeuweling in spe zijn natuurlijk prachtige high tech voorzieningen voorhanden, zoals de denkende plee die in Japan al helemaal de rigueur is ('Oh wow!'). Analyseert wat u plast terwijl u nog sast. Ieder spoortje eiwit, suiker en bloed wordt feilloos gedetecteerd zodat u zich, het papier nog aan de billen, direct in gillende paniek naar de dokter kunt spoeden, want o hemel, ik heb foutgepiest en ik ben toch pas achtennegentig! Daar zal de huisarts blij mee zijn, die ook nu al negentig procent van zijn tijd ziet opgaan aan zeurkousen, hypochonders en aandachtsbehoeftigen. Maar de implicaties van dit soort voorzieningen stemmen Oprah wederom tot weinig diepere gedachten, laat staan tot zorgen – zij houdt het bij haar beproefde ‘Oh wow!’.
Ik heb tijdig afgeschakeld, het werd me wat grijs voor mijn ogen.
Gepost door Martien op 22:51 View Comments
Labels: Gekte, Impressie, Leven en dood, TV
dinsdag 14 juli 2009
Berylliose
Boos was ik nog niet. Maar gisteren werd ik het een beetje. Dat kwam omdat ik bij de BBC belandde in een documentaire getiteld Beryl’s last year. Een jaar lang werd schrijfster Beryl Bainbridge met de camera gevolgd door haar kleinzoon. Zij was er namelijk stellig van overtuigd dat dat jaar, haar 71ste, haar laatste zou zijn: haar beide ouders en negen andere familieleden stierven op die leeftijd. Met groot gebaar zien we Beryl beginnen aan haar laatste roman, en ook overigens doet ze haar best levenswijsheden en anderszins te debiteren om het drama van haar laatste jaar het gewenste cachet te geven.
Op zeker moment vertrekt ze naar Schotland, omdat een reis in de geest naar haar mening het beste gaat als tegelijk een echte reis wordt gemaakt. We zien Beryl mijmerend uit het raam van de trein staren terwijl ze herinneringen ophaalt aan een text-editor met wie ze veel heeft gewerkt. “I hear she has lung cancer. That shocked me. I suppose she’ll probably die quite soon – there’s not much of a cure for lung cancer, I think.” Met een doorleefde frons beschouwt ze de voorbij spoedende lowlands, terwijl ze een diepe haal neemt van haar sigaret.
Beryl Bainbridge is inmiddels vierenzeventig jaar and still going strong.
Gepost door Martien op 17:46 View Comments
Labels: Leven en dood, TV
dinsdag 6 januari 2009
Geesteskinderen
OK, het is nu officieel. We worden met zijn allen langzaam stapelgek. Kijk, de Nederlandse publieke omroep was natuurlijk altijd al best wel een treurige bedoening vergeleken bij de BBC, maar dat EénVandaag een filiaal is geworden van AstroTV dat was voor mij toch nieuw. Daar presenteerde Pieter-Jan Hagens zonet met droge ogen een item over paranormaal begaafde kinderen, kinderen die spoken zien. Een item waarin geen grammetje nuchter verstand en geen woord van twijfel te bekennen was. Natuurlijk, Israël tegen Gaza wordt zo langzamerhand best een beetje duf, maar je kunt op zoek naar originele alternatieven ook overdrijven. Als EénVandaag een krant was, zegde ik hem bij deze op.
Noëlle is 16 en ziet dode mensen. Zeven stuks, om haar bed. Ze vond het in het begin doodeng. Joey van 9 ziet ook al spoken; hij ziet stoelen helemaal vanzelf onder de tafel vandaan schuiven, en ziet gestalten met lichte en donkere aura’s, de goeien en de kwaaien. Gelukkig ‘doen ze niks’, en omdat ze nog wel eens antwoord willen geven op vragen blijkt hun aanwezigheid soms handig bij proefwerken. Mogen we Joey’s cijferlijst even zien? Op een dag verscheen spontaan een afbeelding van een geweer op de luxaflex in zijn slaapkamer. Daar schrok zijn moeder toch wel van. Ze toont ten bewijze een wazige foto van het bovennatuurlijke fenomeen. De gedachte dat het hier een creatieve uiting van haar met een erg levendige fantasie begaafde spruit zelf betreft komt kennelijk niet in haar op.
Ook niet bij Pieter Kousemaker, klinisch psycholoog, die als volgende aan het woord komt. De stem van de rede, denk je hoopvol, maar vergeet het maar. Kousemaker heeft in deze tijden van kassaknijpende DBCs en genadeloze concurrentie een onontgonnen markt gevonden, en Nederland zal het weten. Margriet had hij al in zijn zak, tijd voor televisie. Het stikt natuurlijk van de zweefmoeders en parapappa’s die maar wat blij zijn hun bespookte kroost bij een begripvolle loog te kunnen onderbrengen. Kost maar honderdtwintig euro per uur, binnen acht dagen te voldoen. Of telepatische stortingen ook worden geaccepteerd wordt niet vermeld. “Deze kinderen zijn niet getikt, ze hebben ervaringen waar de psychiatrie langsloopt." Hij heeft er zelfs een nieuw woord voor bedacht: transpersoonlijke ervaringen noemt hij het. "Deze kinderen zijn bijzonder.” Maar ja, welk kind is dat tegenwoordig niet. Hoewel, bij nader inzien heeft Pieter Kousemaker ook nog een praktijk voor kids die geen last hebben van geestigheid, maar door meer aardse troebelen worden gekweld. Die kinderen blijken niet bijzonder te zijn, nee, die kinderen zijn speciaal.
We flitsen door naar een exotische, grijsbelokte mevrouw met een ruim bemeten keuken. Ze heet Bianca Benazir en ze heeft een boekje geschreven, Help, ik zie spoken! Speciaal voor kinderen vanaf tien, zodat ze er niet meer aan hoeven te twijfelen dat wat ze zien echt is, en zodat ze misschien een geestloos vriendje of vriendinnetje ook nog over de streep kunnen trekken. Omdat ze zelf ook bijzonder is weet Bianca er alles van. “Het bestaat, erken het!” Haar eigen ouders hebben haar in al haar bonte paranormaliteit altijd serieus genomen, met alle gevolgen van dien, want nu doet ze het met haar eigen dochter ook. Min of meer en passant floept hier een interessant detail tevoorschijn: ze is de moeder van Noëlle-van-de-zeven-bedgasten. Hm, denk ik op zijn Tom Poes’, maar het wordt nog erger. Noëlle, zo blijkt, is de helft van een tweeling waarvan de andere helft dood geboren werd. Toen ze twee was begon ze spontaan tegen haar dode zusje, waarvan ze het bestaan niet wist, te praten. Dat beweert althans Bianca. Noëlle zelf herinnert zich daar niets van, maar heeft wel later ooit gemeend haar zusje in een steegje te zien staan.
Mag ik een teiltje! Randpsychotische mevrouw komt niet rond met het trauma van een halve miskraam, praat de wel overlevende helft van de tweeling daardoor een spook aan, en krijgt als kroon op het werk nu per nationale TV het predicaat van goedkeuring voor dit mismoederschap. Met wetenschappelijk waarmerk, courtesy of Pieter Kousemaker, klinisch psycholeugenaar. Bloemers, Mörner, Van Lommel, en nu dit. Altijd weer die pensionado's! Ga naar de Costa del Sol, man! Maar nee, Kousemaker ziet volgaarne af van een welverdiend pensioen om zijn wijsheden met ons te kunnen delen. Deze kinderen, zo weet hij stellig zeker, bevinden zich op een domein waar de wetenschap met lege handen staat. Vergeleken met hen zijn wij als kleurenblinden, niet in staat de schoonheid van een zonsondergang te zien. “Er is een vorm van communicatie die wij niet zien en die toch plaatsvindt.” Mag ik daar uw literatuurreferentie even bij hebben, amice? En kom alsjeblieft niet aan met Eindeloos Bewustzijn, want dan geef ik u daar zo’n optater mee dat u blij bent als u na een poosje weer eens vijf minuten bewust bent.
Kousemaker vindt dat de paranormale ervaringen van kinderen, waarvan we volgens hem ‘al vele jaren weten dat ze voorkomen’ – wie ‘we’ zijn zegt hij er niet bij - niet moeten negeren, maar de kinderen er sterk in moeten maken. Ze moeten hun angst overwinnen om er in het openbaar over te praten. Je gelooft je oren niet. Kan het NIP alstublieft onmiddellijk tot royement overgaan! Deze kwast maakt zich onder het mom van de psychologie tot handlanger van disfunctionerende ouders en duwt kinderen hun ‘speciaal-zijn’ zodanig door de strot dat je er van op aan kunt dat ze voor de rest van hun leven als semi-sporende looney tunes over de wankele marges van de normaliteit dwalen, op zoek naar misschien nog een snippertje gezond verstand. Tenzij natuurlijk de trend zich voorzet en we over een paar decennia collectief verdwaald zijn in het soort waandenkbeelden waar Kousemaker een hele praktijk op heeft gebouwd - die hij met een vanzelfsprekendheid die de gek en de crimineel in gelijke mate kenmerkt Psynteger heeft genoemd. Burps. Excuse me. Ik moet alweer een teiltje…
Gepost door Martien op 20:18 View Comments
zondag 7 december 2008
Statistiekemerds
Jane Goldman is een hippe, eigentijdse meid met een fluorescerende haarspoeling en een neuspiercing bovendien; een kranige tante die je zo ziet uitspatten in het wildere uitgaansleven, u weet wel, waar het best leuk is als je maar de goeie drugs achter de kiezen hebt, en die zich zeker niet met een kluitje in het riet laat sturen. Het is dan ook aanvankelijk wat verrassend dat juist zij zich heeft toegelegd op het kritisch onderzoeken van paranormale fenomenen, want afgezien van haar overstelpende, gul geëtaleerde wiebelboezem is er aan Jane helemaal niets dat naar het bovennatuurlijke zweemt. Jane Goldman Investigates wordt daardoor natuurlijk alleen maar fascinerender TV.
(Jane is overigens ook, maar dat terzijde, de wederhelft van TV-presentator Jonathan Ross, die recent de nationale schande van het Verenigd Koninkrijk werd nadat hij in een radioprogramma onnette telefoontjes had gepleegd naar acteur Andrew Sachs, u beter bekend als Manuel uit Fawlty Towers. Ross had op Sachs’ antwoordapparaat de boodschap achter gelaten dat zijn partner in crime, komiek Russell Brand, van bil was gegaan met Sachs’ kleindochter – een inderdaad onsmakelijke suggestie zoals iedereen kan betuigen die Brand wel eens heeft gezien. De kleindochter in kwestie, Georgina Baillie, was diep in heur frêle kuisheid geraakt, maar kon verder niet rechtstreeks reageren omdat ze op tournee was met haar dansgroepje, The Satanic Sluts. Het in-keurige meisje treedt daarin op onder haar artiestennaam, Voluptua. Enigszins verrassend bijkt overigens dat het niet zo is dat ze niet stout is geweest met Brand, het was alleen niet de bedoeling dat opa dat wist. De Engelsen zijn, zo zie je maar weer, grootmeesters in het schandaalmaken uit niets. Maar dat, nogmaals, terzijde).
Onlangs was onze ondernemende Jane, misschien ter afleiding van de familieperikelen, op onderzoek uit in de Old Queen’s Head Pub in Islington, een oude uitspanning die behalve door de gebruikelijke binge drinkers ook gefrequenteerd wordt door het in Engeland min of meer verplichte spook, in dit geval de geest van een klein meisje dat in een wapperende jurk door de gangen rent. Maar die details waren Jane onbekend, althans, dat beweerde ze bij hoog en bij laag en waarom zouden we iemand met zo’n eerlijke haarkleur niet geloven? Ervan uitgaande dat Jane inderdaad niet even op internet had gespiekt was het best indrukwekkend dat ze, op geleide van een medium, helemaal vanuit haar eigen intuïtie kwam aanzetten met precies dit beeld, van een klein meisje in iets fladderend wits. Spooky!
Maar nu komt het. Pal nadat Jane haar intuïtieve beschrijving van het spook had gecompleteerd, en nadat het medium, dat het natuurlijk weten kan, had bevestigd hoe precies dit beeld klopte, verscheen een buitengewoon intrigerende tekst in beeld. Die luidde: “De kans om dit spontaan goed te raden is 1 op 15.000”.
Huh?
Daar word ik nieuwsgierig van. Wie heeft dat uitgerekend, en hoe dan wel? Als je spontaan moet raden naar wat er rondspookt in een oude pub, welke 15.000 opties doen zich dan voor? Ik zou zo op het eerste gezicht denken dat het aantal mogelijkheden een stuk beperkter is. Spoken worden namelijk, weet ik als trouwe fan van Jane en andere paranormale informatiebronnen, vrijwel zonder uitzondering beschreven als menselijke gedaantes. De enige details die Jane intuïtief toevoegde waren de jeugdigheid van de verschijning, de fladderigheid van het jurkje, en zijn kleur. De opties laten zich dan snel aftellen. De menselijke gedaante kan een man zijn of een vrouw. Ik weet niet hoe scherp afgetekend mediamieke visioenen zijn wat betreft leeftijd, maar laten we zeggen dat het kan gaan om een kind, een adolescent of jong-volwassene, een volwassene of een bejaarde. Twee geslachten maal vier leeftijden, dat zijn acht mogelijkheden, nog lang geen vijftienduizend. Aangezien de kleding niet nader werd gespecificeerd dan zijnde fladderend hoeven op dit punt niet meer dan twee opties te worden toegevoegd, namelijk fladderend en niet-fladderend. Tweemaal acht is zestien, nog bijna duizend keer te weinig, en dan zijn we al gul want hoe groot is de kans dat een mannelijke geest in een Engelse pub zich in een fladderend gewaad vertoont? Zo’n genezijder wil toch niet voor een astrale travestiet worden aangezien!
Rest de kleur. Natuurlijk is het aantal nuances daar eindeloos, maar is het aantal kleuren dat een mens spontaan benoemen kan dat ook? Lijkt me niet. Het lijkt me dat we dan al heel, heel erg royaal zijn als we uitgaan van de 216 standaard websafe kleuren. Maal zestien is 3.456, nog steeds bijna vijf keer te weinig om aan die raadselachtige kans van 1 op 15.000 te komen. En dan vergeet ik gemakshalve maar even dat de kleur wit traditioneel met spoken geassocieerd wordt en dus vanzelf al een grotere kans maakt dan andere kleuren om spontaan genoemd te worden door iemand die moet raden naar de kenmerken van een huisspook.
Al met al lijkt me de kans dat de kijker hier bedot wordt ongeveer 1 op 1. Intuïtie en statistiek hebben altijd al een moeizame verhouding gekend.
Gepost door Martien op 18:01 View Comments
Labels: Geloof en bijgeloof, TV
zondag 30 november 2008
Korsakov
Zelfs het koor en het orkest deden mee in de ovatie voor de maestro, dus ik zal het allemaal wel verkeerd hebben gehoord. Maar de Mahler II die mij zonet uit de Londense Barbican werd voorgeschoteld op BBC Four klonk me allerminst bevredigend in de oren. Net als al die eerdere Mahlers van Gergiev. Is deze man echt een groot dirigent, of toch een mythe die zijn eigen leven is gaan leiden? Zijn dirigeertechniek is ongeveer die van een virtuele stereotorendirigent, en kent grofweg drie standen: orgeldraaier met Korsakov, vliegtuigloods met Korsakov, en geschrokken nicht (handjes achterwaarts fladderend boven de schouders).
Qua interpretatie is het devies ‘zo snel als het maar kan, maar langzaam waar de componist het snel wil hebben’. Breng in die grote lijn een paar excentrieke trekjes aan, sterk overdreven ritenuti, eindeloos uitgestelde slotnoten, en voilà, een muzikale visie is geboren. En een ongelijk pizzicato ook, maar soit. De solotrombone had een ongelukje, de Fernhörner hadden er wat meer, en de uit Rusland ingevlogen alt wàs een ongelukje, al dwong haar creatieve opvatting van het Duits bewondering af, evenals de onverstoorbare rust waarmee ze elke volgende zin wéér te laag inzette. Het koor, tenslotte, gaf hem formidabel van jetje maar was toch ook een moment a wee bit flustered toen de grote Valery geheel zonder Mahlers instemming het tempo nog maar eens een paar tandjes opschroefde voor de grote apotheose.
Alweer een CD die ik niet hoeft te kopen. Altijd iets om dankbaar voor te zijn in deze tijden van recessie en renovatie.
Gepost door Martien op 15:12 View Comments
maandag 13 oktober 2008
Austen remix
Het valt niet mee om het te bekennen, maar zelfs voor een recidiverende Austen-junkie als yours truly is er een grens aan de frequentie waarmee Pride-and-Prejudice-de-serie opnieuw bekeken kan worden, de film idem dito, of het boek herlezen. Maar voordat cold turkey kan intreden is daar de methadonkuur die Lost in Austen heet. Een blasfemisch staaltje top-TV dat zich ongeveer tot P&P verhoudt zoals The Life of Brian tot het Nieuwe Testament. Bij toeval op het spoor gekomen heb ik me er de afgelopen twee avonden tranen bij gelachen.
Hoofdpersoon is de Austenverslaafde Amanda Price, die haar leventje in modern London maar een treurige bedoening vindt vergeleken met de wellevende en galante romantiek van P&P, en haar lompe, boerende, bankhangende vriendje op zijn best een erg aards substituut voor Darcy. Wanneer ze zich op een avond, alleen thuis, weer eens laaft aan een shot Bingleys & Bennets hoort ze een vreemd geluid in de badkamer. Als ze een kijkje gaat nemen treft ze daar, tot haar begrijpelijke verrassing, Elizabeth Bennet aan. Naar blijkt is een deel van de badkamerwand geheel op zijn Narnias een deur die naar de zolder van de familie Bennet leidt – een toch wel opmerkelijke omstandigheid die de makers van de serie gelukkig op geen enkele manier pogen te verklaren.
Uiteraard kan Amanda haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, maar na een kijkje in huize Bennet, waar haar kleding de nodige aandacht trekt (“is this the latest fashion in town?”) ontdekt ze dat de weg terug is afgesloten, en Elizabeth Bennet achtergebleven in modern London. Onmiddellijk wordt ze bevangen door het besef van haar indrukwekkende verplichting aan al haar medeverslaafden: in afwezigheid van de hoofdpersoon moet ze ervoor zorgen dat een van de beroemdste love stories uit de wereldliteratuur toch de gewenste afloop heeft. Maar dat valt lang niet mee. Zo heeft ze al snel in de gaten dat Mr. Bingley helemaal geen oog heeft voor Jane Bennet, maar veel meer geïnteresseerd is in Amanda zelf – een voorkeur waar ze hem op nogal on-Austense wijze van geneest. Langzaam maar zeker zien we de welbekende plot uit de rails lopen om via een reeks van gemiste wissels en frontale botsingen tenslotte volledig te ontsporen. Ondertussen worden we vergast op geestrijke Austenpastiches, inclusief overpeinzingen als: “Shocking business, bleeding on a fellow’s rugs, this time of year… What would Lady Catherine say?”
Dit is niet helemaal de P&P die u dacht te kennen, of beter gezegd, helemaal niet, maar deze geïnspireerde, vlijmscherpe flight of fancy is een must voor iedere Austenist die Mr. Darcy wel eens ‘Tinkywinky’ wil horen zeggen.
Gepost door Martien op 21:45 View Comments
donderdag 11 september 2008
Nutsdenken
Gisteravond bij de BBC (dat onvolprezen instituut dat TV maakt voor mensen met een IQ hoger dan 80) was er uitvoerig aandacht voor de LHC (zie vorig bericht). Zo kwam een kankerspecialist aan het woord die het aan te zien was dat hij in zijn leven meer ellende had gezien dan goed is voor een mens, en die zich knorrig afvroeg wat dat ding ons gaat opleveren. Krijgen we er betere gezondheidszorg door, of lagere energieprijzen?
Alsjeblieft zeg. Geen kwaad woord over kankerspecialisten hoor, die van mij niet alleen de Balkenende- maar zelfs de Berlusconinorm mogen overschrijden, maar dat is natuurlijk een volslagen onzinnige vraag. Het is net zoiets als naar het Concertgebouworkest luisteren en je vervolgens erover beklagen dat het geen bijdrage levert aan de oplossing van het integratiedebat. Rijksmuseum restaureren? - Daar wordt het openbaar vervoer niet beter van. Et cetera.
De LHC, dat is l'art pour l'art. Het is een van die dingen die het leven zó interessant maken dat we liever geen kanker willen krijgen en er al helemaal niet aan dood willen gaan; die er, kortweg, voor zorgen dat we überhaupt kankerspecialisten nodig hebben. Niet zeuren dus! Genieten, reikhalzend uitzien, en je gelukkig prijzen dat je het allemaal mee mag maken!
Gepost door Martien op 17:53 View Comments
dinsdag 2 september 2008
Astro-risée
Shock and awe in paranonsensland. TROS Radar is undercover gegaan en heeft ontdekt dat het RTL programma AstroTV, godbetert, werkt met mediums zonder enige paranormale krachten of 'spirituele ervaring', die zich er contractueel ook nog eens toe hebben verplicht om hun goedgelovige klanten zo lang mogelijk aan de peperdure lijn te houden.
Ik weet niet waar ik harder om moet lachen: de veronderstelling dat er mediums bestaan die wel paranormale krachten hebben, of het feit dat al die helderzienden bij elkaar niet in de gaten hadden dat ze erbij werden gelapt.
Gepost door Martien op 10:22 View Comments
dinsdag 12 augustus 2008
Niet alles goud...
Tja, dat was natuurlijk ook een beetje naïef, als je weet dat China alles bijschaaft wat er op TV vertoond wordt, om dan te denken dat de beelden van de opening van de Olympische spelen 100% puur en onversneden waren. Een vos verliest zijn streken niet. Derhalve een kleine update bij mijn eerdere te lichtgelovige bericht: het schattige meisje dat niet al te overtuigend dat mierzoete liedje stond te playbacken, playbackte niet eens zichzelf, maar een meisje dat veel beter kon zingen dan zij, er alleen niet leuk genoeg uitzag als Chinees exportproduct - het was, zo verklaarden officials achteraf, van nationaal belang dat het zangeresje geen scheve tanden had.
Laat ik het afgekeurde meisje nou veel schattiger vinden dan dat nuffige, ijdele kindvrouwtje. Het deugt niet als je op die leeftijd een lach al zo kunt faken; ze doet me ook iets te veel denken aan Marijke Helwegen...
En al dat vuurwerk? Minstens voor de helft uit de computer! Dat scheelt die atleten dan weer een stoflong.
Zouden de medailles wel van echt goud zijn?
Gepost door Martien op 23:46 View Comments
vrijdag 8 augustus 2008
Citius, altius, fortius
Zo. Dat was een hele zit. In der Beschränkung zeigt sich der Meister, maar niet wanneer de Olympische Spelen geopend moeten worden. Dan is het allemaal groot en veel en vooral lang. Lang Lang zelfs. Waarmee ik maar wil zeggen dat we ook de Wibi Soerjadi van China voor de kiezen kregen, met alle gevaren voor het tandglazuur van dien. Verder waren er, zo verzekerden me de ademloze BBC-reporters (ik denk wel twee keer na voordat ik op een Nederlands kanaal naar zo’n uitzending kijk), 2008 drummers; een 24 meter hoge, 16 ton zware globe; en een 14 meter hoog plasmascherm dat de hele binnenring van het stadiondak besloeg. Om maar te zwijgen van een hoeveelheid vuurwerk die de toch al weinig effectieve Pekingese milieumaatregelen ongetwijfeld meer dan teniet heeft gedaan en de komende weken menig atleet aan een stoflong zal helpen.
Was het indrukwekkend? Ja, natuurlijk. Overdonderende edelkitsch waar Joop van den Ende een puntje aan kan zuigen. Na een tijdje was je bereid alles te slikken, van zoetsappig zingende kindertjes en vlaggen wapperend in een straffe namaakbries tot blije representanten van China’s etnische minderheden, die gewoonlijk toch niet zoveel reden hebben om blij te zijn. De atletenparade duurde weliswaar eindeloos, maar er is iets onwillekeurig opwekkends aan zo’n onwaarschijnlijke stroom shiny happy beautiful people. Al was deze en gene misschien vooral shiny door de 30-plus temperatuur en een luchtvochtigheid van 478% of daaromtrent. Vermakelijk was de grensvervaging tussen toeschouwer en kijkobject, want veel van de atleten waren zelf gewapend met camcorders en fototoestellen. Enkele echt eigentijdse types liepen bovendien met een mobiel tegen het oor. “Ja mam, ik loop nu het stadion in…”. De BBC-reporters, inmiddels de hyperventilatie nabij, somden intussen opgewonden alle medailles op die door vlagdragers en anderen gewonnen waren op eerdere Spelen, kennelijk in algehele vergetelheid van het Olympische credo dat het om deelnemen gaat, niet om winnen.
Pas tegen het eind, waar het sportspektakel zichzelf iets te serieus gaat nemen en vervalt in vlagvertoon, eedafleggingen en hoogdravend gezwatel over harmonie en vrede welde af en toe het maagzuur op. Laten we wel wezen, dit is nog steeds China. Etnische groepen in armoedige uithoeken zitten strak onder de knoet van Peking; televisie, krant en internet schotelen de burger een grondig gebotoxte versie van de werkelijkheid voor; massale en abjecte armoede bestaat pal naast obscene rijkdom, veilig van elkaar gescheiden door een helleput van corruptie; het vanavond hooggeprezen nationale erfgoed verdwijnt in rap tempo onder de fundamenten van gedrochtelijke wolkenkrabbers; de tranentrekkend bejubelde harmonie met de natuur bestaat erin dat men haar onder opgewekt socialistisch gezang naar d'r mallemoer helpt; en tja, als in een land zóveel mensen wonen raken hun rechten natuurlijk vanzelf een beetje verdund...
Kom jongens. Even overdrijven mag, maar dat is vandaag rijkelijk gelukt. Nou weer een beetje normaal doen graag.
Gepost door Martien op 19:05 View Comments
vrijdag 11 juli 2008
Nachtwerk
Sinds ik digitale televisie heb val ik van de ene verbazing in de andere. Dacht ik eerder nog dat met onze eigen commerciëlen de diepste diepten van kijkbuisminimalisme wel waren bereikt, kom ik er nu achter dat de put bodemloos is. Zo heb ik van de week op no-budget zender Zone Reality catatoon van ontzetting zitten kijken naar de geestverruimende en wetenschappelijk onderbouwde reality docu-thriller Haunted homes. Haunted homes gaat ongeveer als volgt:
In een blauw uitgelicht gewelf van schoon-metselwerk dat in de Oekraïne voor een hippe bar door zou kunnen gaan verschijnt een in leer gestoken, strak gekapte jongeman die in de Oekraïne voor knap door zou kunnen gaan. Op een geanimeerde toon die eerder geschikt lijkt voor Dancing with the stars doet hij ons de beproeving uit de doeken van een jong echtpaar in Lincolnshire, dat zijn droomhuisje heeft gekocht en er nu achter is dat het daar spookt. Spookt, ja.
De vrouw des huizes, Shelley, een afgeleefde thirtysomething met melkboerenhondenhaar en een slechte tandartsverzekering, legt uit dat het allemaal al begon voordat ze het pand zelfs maar betrokken hadden. Ze had een kiekje geschoten van het huis en ontdekte daarop tot haar ontzetting dat twee gezichten te zien waren achter het raam boven de voordeur. TERWIJL ER NIEMAND BINNEN WAS! De onthutste kijker wordt geconfronteerd met exhibit A, namelijk desbetreffende foto. Die wordt helaas driedubbel en halfvervaagd in barre kleuren geprojecteerd, ongeveer als een videoclip bij een wild housenummer, en vliegt het beeld in en uit - maar met een beetje inspanning lukt het toch om vast te stellen dat al wat te zien is achter het spookachtige raam een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje is. Even verschijnt de foto dan toch wat nadrukkelijker in beeld, met een grote cirkel om aan te geven waar we moeten zien wat er te zien zou moeten zijn; inderdaad - een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje.
Maar denk niet dat het leed geleden is met enge motieven in de gordijnen. Echtgenoot Bob doet ook een duit in het zakje met bloedstollende verhalen over stoelen die vanzelf van plek veranderen en een radio die aan en uit springt zonder dat iemand ‘m aanraakt. Je moet er inderdaad niet aan denken. En tot overmaat van ramp heeft Shelley midden in de nacht het zwarte silhouet van een vrouw gezien, zomaar in de slaapkamer. Inmiddels hebben ze haar Mabel gedoopt, zo gewend zijn ze aan haar geraakt. Er spookt ook nog een kind rond dat van lieverlee het speelkameraadje is geworden van zoon Daniel, die kennelijk op school niet erg populair is of toch op zijn minst een erg moeilijk pubertijd doormaakt als de enige vriendjes die hij kan krijgen dood zijn.
Na deze genadeloze schets van de bovennatuurlijke gruwelen waaraan de familie Stevens ten prooi is kunnen we opgelucht ademhalen, want daar komt The Team, uw hoop in bange nachten. Het team bestaat ten eerste uit paranormaal onderzoeker Mark Webb, die al sinds zijn zesde met denkbeeldige vriendjes speelt, zo lezen we op zijn website, en die naast het bovennatuurlijke dol is op voetbal en computerspelletjes. Van Mark is de onsterfelijke wetenschapsfilosofische uitspraak "Ik denk dat het zo moeilijk is om geesten op foto's en video vast te leggen omdat veel mensen niet willen geloven dat ze bestaan." Zijn zoontje Kieran, 9 jaar, legt ook al een levendige belangstelling voor het paranormale aan de dag, dus kan iemand alsjeblieft de Kinderbescherming bellen?
Verrassender is teamlid twee, Professor Chris French BA PhD CPsychol FBPsS FRSA, die de stem van de rede mag vertegenwoordigen door als excuus-scepticus de tweede viool te spelen. Gelukkig, vertelt Mark ons, is Chris een scepticus van het goede soort. Het soort dat niet meteen overal een rationele verklaring voor heeft, want dat is natuurlijk helemaal niet leuk. Prof. French bijt ongetwijfeld regelmatig zijn tong af, gepaaid, zo kunnen we vermoeden, met de glamour van het TV-sterrendom, want afgaande op zijn website en zijn verdere activiteiten heeft hij de diagnose van zijn medeteamleden al lang klaar.
Theatrale persoonlijkheidsstoornis lijkt me wel het minste als het over teamlid drie gaat, het absolute pièce de résistance, Mia Dolan. Mia ziet er uit als een kruising tussen een voortijdig ondergegane Rheintochter en de uitbaatster van een lugubere pub in een Liverpoolse achterstandswijk - maar vergis je niet. Ze is een medium. Ze ziet, hoort en voelt dingen waar u en ik als afgestompte simpele stervelingen geen flauw besef van hebben en die onze stoelgang ernstig zouden ontregelen hadden we dat wel. Daar gaan we nog wat staaltjes van zien. Nou ja - hóren dan, want veel te zien is er niet: naar zal blijken moeten we het vooral hebben van wat Mia ons over haar inzichten vertelt. Gelukkig doet ze dat volop, in een ademloos tempo en met een stem waarvoor ieder rookverbod jaren te laat komt.
Maar niet voordat Mark het wetenschappelijke allure van het in te stellen onderzoek heeft onderstreept door de installatie van enkele elektronische apparaten op de meest bespookte locaties in het huis. Het is onder paranormale onderzoekers een wijdverbreid misverstand dat een onderzoek wetenschappelijk wordt zodra er iets aan te pas komt dat op stroom gaat. Dus komen er infraroodstralers in het trappenhuis, zodat we het zullen weten als daar iets passeert. Hoe onstoffelijke spookwezens die stralen precies kunnen beïnvloeden, daar laat onze enthousiaste onderzoeker zich helaas niet over uit. Thermometers zijn natuurlijk onmisbaar, want iedereen weet dat geesten temperatuurdalingen met zich meebrengen; tochtige ramen ook, maar dat is bijzaak. Verschillende dictafoons worden door het huis verspreid om iedere spookachtige kreun te registeren; en een night-vision camera maakt het bovennatuurlijke onderzoeksspektakel compleet.
Intussen heeft Prof. Chris, onze scepticus, zich verschanst in een stacaravan vol monitoren en ander wetenschappelijks, om het gebeuren met gepaste afstand kritisch gade te slaan. Je moet zo’n rationele kouwe kikker natuurlijk niet te dichtbij hebben als het echt gaat spoken, dan bederft ie de pret maar met al zijn natuurlijke verklaringen. De caravan (waar The Team, ongetwijfeld om redenen van sponsorgelden, hardnekkig naar refereert als “The Winnebago”) fungeert ook als veilige haven voor wie alle paranormale temperatuurdalingen en andere geestige gewaarwordingen even niet aankan. Maar vooralsnog bevinden Mark, Mia en het echtpaar Stevens zich in de huiskamer. Om onduidelijke redenen zitten ze op de grond. Het is midden in de nacht en het onderzoek kan beginnen. Het startsein bestaat uit het uitschakelen van de verlichting. Daar zitten ze dan, vier volwassen mensen in een donkere kamer. Te wachten. Op spoken. En dat noemen ze Zone Reality.
Vindt u het ook zo vreemd dat het spoken iets kan schelen of het licht of donker is, dag of nacht? Hebben ze overdag wellicht hiernamaalse kantoorbanen waardoor ze pas ’s avonds, na De onderwereld draait door, tijd hebben om huiseigenaren de stuipen op het lijf te jagen? Ooit heb ik medium Lorraine Warren (die nog wel een keer een beurt krijgt in dit blog) horen uitleggen dat paranormale activiteit piekt om drie uur ’s nachts, omdat drie uur het tijdstip is van Christus’ sterven; ze was kennelijk even vergeten dat Christus om drie uur ’s middags stierf, en dat het dus eigenlijk heftig zou moeten spoken rond theetijd. Terzijde vraag ik me af of de geesten en demonen zich ook aan zomer- en winterklok houden.
Maar kom, ik dwaal af. Bij de Stevensjes is het nog steeds donker en begint er zowaar al iets paranormaals te gebeuren. “Ik zie een donkere schaduw in de gang,” zegt Mia met grote stelligheid. Na enig turen denkt Shelley dat ze misschien ook wel iets ziet. Wij zien overigens niks. Mia en Mark besluiten om eens boven te gaan kijken. Onderschat het niet, zo’n nachtelijke expeditie in een bespookt huis! Ook los van het gevaar je benen te breken over de eerste de beste drempel is dat een beklemmende aangelegenheid. De onderzoekers gaan te werk met grote omzichtigheid en converseren met fluisterstemmen vol nauw ingehouden paniek, alsof ze door een mijnenveld lopen op weg naar een interview met Osama Bin Laden. In het trappenhuis stelt Mia een deskundige diagnose: “Ik vind het hier doodeng.” Maar in een van de slaapkamers boven slaat de Andere Wereld pas echt toe met het eerste onmiskenbare para-abnormale signaal: Mia krijgt barstende koppijn. Geen twijfel mogelijk dus, het spookt hier.
Het blijft bovendien niet bij hoofdpijn. Mia wordt geplaagd door ademnood, koude rillingen, het gevoel dat iemand haar gadeslaat (wij?), en wat al niet. Na diepgaande spiritistische inspanning concludeert ze dat het spook de geest is van een vrouw die tijdens een brand in het huis haar kind verloren heeft. De voice over (onze Oekraïense superster, weet u nog?) informeert ons terloops dat er weliswaar geen enkel gedocumenteerd bewijs is dat er ooit een brand is geweest in dit huis, maar dat zal Mia worst wezen. Die heeft intussen ontdekt dat er een kussen midden op het bed ligt waarvan ze zeker weet dat het eerder gewoon overeind tegen het hoofdeinde stond. Als een soort bovennatuurlijke versie van Eigen Huis en Tuin heeft de geestenwereld zijn vingers weer eens niet af kunnen houden van andermans inrichting.
Beneden hebben Bob en Shelley het inmiddels erg koud gekregen. Dat is natuurlijk ook logisch, met al die paranormale interieurontwerpers in vol bedrijf. Dat het misschien ook iets te maken heeft met een nacht slaap overslaan en stilzitten in een donkere kamer, daar wordt niemand over gehoord. Wel ontkomt Mark er niet aan Prof. Chris bij te vallen als die droogjes constateert wat wij, kijkers, ook al gezien hebben: op de gemaakte beelden is behalve Mia’s monumentale overbite weinig abnormaals te ontdekken. De diverse taperecorders hebben geen enkel genezijds geluid opgevangen. De infraroodmetingen dan misschien…? - Ha! Kijk! Daar is duidelijk iets vreemds gebeurd. De apparatuur is uitgevallen omdat de batterij leeg is. Weer zo’n onomstotelijk bewijs voor spookachtige activiteit, immers, geesten onttrekken zoals algemeen bekend energie aan hun omgeving om te kunnen spoken; dat hebben ze dus ook met die batterijen gedaan! En met de opgedane energie zijn ze vervolgens kussens gaan verleggen.
Als sluitstuk mag de onverschrokken Prof. Chris nog een ronde maken door het huis. “Ik zie niks,” stelt hij deskundig vast. “Ik merk niks. Ik voel niks. Ik vind het hier helemaal niet eng.” Hij spreekt het vermoeden uit dat de bewoners en zijn medeteamleden zich maar wat ingebeeld hebben, en verlaat het pand tenslotte met de constatering dat families die last hebben van spoken beter een scepticus kunnen uitnodigen dan een priester of een medium – d’r is meteen geen spoor van paranormaliteit meer te bekennen.
Dat gezegd zijnde wordt het echter bovennatuurlijke ernst. Mia heeft zich genesteld temidden van een zee van kaarsen die met een flonkerlens nog wat extra glans bijgezet krijgen, zodat je even niet weet of je nog in spirituele sferen bent of per ongeluk toch hebt doorgezapt naar een pikante late-avond-uitzending. Het reinigingsritueel neemt een aanvang: Mia gaat de geest bevrijden. Daartoe moet ‘Mabel’ eerst naar beneden worden gelokt, maar dat lukt. Niet dat wij daar verder iets van merken, we moeten Mia wederom op haar woord geloven als ze met doorleefde stem aankondigt, “ze is hier.” Waarom de aanwezigheid van Mabel precies vereist is terwijl Mia toch kennelijk door muren, trappen, vloerbedekking en behang heen met haar contact kan hebben wordt niet duidelijk; dat heeft misschien gewoon met paranormale gezelligheid te maken. Het ritueel zelf blijkt te bestaan uit het opzeggen van het De Profundis, in wat klinkt als een Cockney versie van een Schotse verbastering door een Duitse boer van een impressie van een mondeling examen Latijn door een niet al te begaafde gymnasium-brugklasser uit Achter-Drempt. Hoe dan ook, het werkt. Na haar van emoties overlopende eeeymen kijkt het medium stralend op. “Ze is weg.” Kijk, zo simpel is dat nou. Bob en Shelley kunnen hun geluk niet op. In de nabeschouwing vat Shelley dat treffend en ontroerend samen: “Nou kan ik eindelijk weer gewoon naar de radio luisteren.”
Gepost door Martien op 21:47 View Comments
Labels: Gekte, Geloof en bijgeloof, Skepsis, TV