Posts tonen met het label Skepsis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Skepsis. Alle posts tonen

zaterdag 4 december 2010

Herfstzwammen

De Volkskrant heeft het er maar druk mee om zijn nieuwe imago op te houden als clubblad van een theologische faculteit. Gelukkig heeft de redactie voor de editie van vandaag journalist Michiel Hegener bereid gevonden een zwabberend zwamverhaal over islam en godsdienstvrijheid over de volle breedte van twee pagina's uit te smeren. Voor zover er een touw aan vast te knopen is hangt zijn betoog van onzin en gemakkelijke algemeenheden aan elkaar en ik zou er dan ook geen gedachte aan vuil hebben gemaakt ware het niet dat hij een veelgehoorde drogreden over het materialisme in de strijd gooit, hoewel je hem zelden zo lui en rommelig geformuleerd ziet. Ik geef u Hegeners stijlbloempje liefst onversneden:

Menig materialist zal bestrijden dat materialisme een geloof is, maar het bewijs is eenvoudig. Dat hebben we te danken aan de niet aflatende ijver van de sceptici. Via verenigingen, tijdschriften, congressen en boeken bestrijden ze het idee dat er meer zou zijn tussen hemel en aarde. Steeds wanneer ze een paranormaal brandje proberen uit te trappen, bewijzen ze één ding met zekerheid: een bewijs voor het materialisme ontbreekt. Want anders konden ze kortheidshalve naar dat bewijs verwijzen, dan hoefden ze zich niet jaar in jaar uit in te spannen om aanwijzingen dat er meer is dan materie onderuit te halen, althans verdacht te maken. Materialisme is een geloof. Mogelijk is het zelfs een religie, met het kleinste deeltje als hoogste god.
Je moet het hem nageven, die laatste wending is mooi, je herkent de bedreven journalist. Met zo'n uitsmijter zou je bijna vergeten dat alles wat er boven staat een amalgaam is van moedwillige misrepresentatie, absurd simplisme, en zweverig vooroordeel. Het enige dat deze passsage bewijst is dat Hegener gelooft in 'meer', en een korte blik op zijn website leert snel genoeg dat hij graag de westerse wetenschap de les leest om ruimte te scheppen voor reïncarnatie en voor mensen die al mediterend zes jaar kunnen overleven zonder voedsel en water (kijk onder 'Links'). De desbetreffende verhalen maken ook duidelijk dat enige scepsis Hegener zelf vreemd is, en dat hij weinig kaas gegeten heeft van statistische spreiding, de valkuilen van anekdotische bewijsvoering, en de algehele onbetrouwbaarheid van YouTube en commerciële TV-zenders als bron van objectieve kennis.

"Een bewijs voor het materialisme ontbreekt." We moeten Hegener maar vergeven dat hij in zijn missionaire bevlogenheid taalkundig het spoor wat bijster raakt. Als we hem letterlijk nemen spreekt hij zichzelf immers tegen. Hij heeft net geconstateerd dat er materialisten bestaan, dus daarmee is het bestaan van materialisme bewezen. Maar we kunnen vermoeden dat hij eigenlijk bedoelt dat een bewijs voor de louter materiële aard van de werkelijkheid ontbreekt. Hij zegt er niet bij waarom er maar één bewijs zou moeten zijn, of op welke wijze het feit dat er niet één bewijs is het materialistische standpunt ontkracht. In feite is er een schier onafzienbare hoeveelheid bewijzen op elk denkbaar terrein die de hypothese bevestigen dat de werkelijkheid materieel van aard is. Die hypothese zou te ondergraven zijn met bewijzen voor immateriële invloeden (wat we ons daarbij dan ook moeten voorstellen), maar die ontbreken ten enenmale. Er is, gegeven de objectieve waarnemingen die we hebben, simpelweg geen reden of noodzaak om een immateriële werkelijkheid te veronderstellen. Er zijn geen 'aanwijzingen dat er meer is dan materie'. Het 'meer' waar allerlei mensen als Hegener zo aan gehecht zijn, is een antwoord op een niet bestaand vraagstuk. Zo'n veronderstelling beantwoordt misschien een oppervlakkige behoefte aan 'zin' of 'verwondering', maar ze voegt geen verklaringskracht toe als het gaat over de vraag hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Bovendien schendt ze de regel van Occam: bij gelijke verklaringskracht gaat de voorkeur uit naar die theorie die de minste nieuwe vragen oproept.

Je mag dat allemaal in de wind slaan en toch allerlei immaterieels veronderstellen - dat spreekt, we leven in een vrij land. Die keuze heet geloof (of bijgeloof, al heb ik nooit begrepen waarom je die twee zou onderscheiden) - of, in het beste geval, als je van plan bent naar bewijzen te gaan zoeken, een onbevestigde hypothese. En je kunt het nalaten, wat je bijgevolg dus geen geloof kunt noemen. Dat sceptici het ondertussen aanhoudend druk hebben met het uittrappen van paranormale brandjes is in belangrijke mate te danken aan mensen als Hegener zelf, die beter zouden moeten weten, maar er om onduidelijke redenen voor kiezen materialisme, scepsis en wetenschap publiekelijk en op valse gronden af te schilderen als 'ook maar een geloof', en zo vrij spel te geven aan allerlei 'alternatieve verklaringen' waarvan uiterst aannemelijk is dat ze niet meer zijn dan middeleeuwse kolder.

dinsdag 6 januari 2009

Geesteskinderen

OK, het is nu officieel. We worden met zijn allen langzaam stapelgek. Kijk, de Nederlandse publieke omroep was natuurlijk altijd al best wel een treurige bedoening vergeleken bij de BBC, maar dat EénVandaag een filiaal is geworden van AstroTV dat was voor mij toch nieuw. Daar presenteerde Pieter-Jan Hagens zonet met droge ogen een item over paranormaal begaafde kinderen, kinderen die spoken zien. Een item waarin geen grammetje nuchter verstand en geen woord van twijfel te bekennen was. Natuurlijk, Israël tegen Gaza wordt zo langzamerhand best een beetje duf, maar je kunt op zoek naar originele alternatieven ook overdrijven. Als EénVandaag een krant was, zegde ik hem bij deze op.

Noëlle is 16 en ziet dode mensen. Zeven stuks, om haar bed. Ze vond het in het begin doodeng. Joey van 9 ziet ook al spoken; hij ziet stoelen helemaal vanzelf onder de tafel vandaan schuiven, en ziet gestalten met lichte en donkere aura’s, de goeien en de kwaaien. Gelukkig ‘doen ze niks’, en omdat ze nog wel eens antwoord willen geven op vragen blijkt hun aanwezigheid soms handig bij proefwerken. Mogen we Joey’s cijferlijst even zien? Op een dag verscheen spontaan een afbeelding van een geweer op de luxaflex in zijn slaapkamer. Daar schrok zijn moeder toch wel van. Ze toont ten bewijze een wazige foto van het bovennatuurlijke fenomeen. De gedachte dat het hier een creatieve uiting van haar met een erg levendige fantasie begaafde spruit zelf betreft komt kennelijk niet in haar op.

Ook niet bij Pieter Kousemaker, klinisch psycholoog, die als volgende aan het woord komt. De stem van de rede, denk je hoopvol, maar vergeet het maar. Kousemaker heeft in deze tijden van kassaknijpende DBCs en genadeloze concurrentie een onontgonnen markt gevonden, en Nederland zal het weten. Margriet had hij al in zijn zak, tijd voor televisie. Het stikt natuurlijk van de zweefmoeders en parapappa’s die maar wat blij zijn hun bespookte kroost bij een begripvolle loog te kunnen onderbrengen. Kost maar honderdtwintig euro per uur, binnen acht dagen te voldoen. Of telepatische stortingen ook worden geaccepteerd wordt niet vermeld. “Deze kinderen zijn niet getikt, ze hebben ervaringen waar de psychiatrie langsloopt." Hij heeft er zelfs een nieuw woord voor bedacht: transpersoonlijke ervaringen noemt hij het. "Deze kinderen zijn bijzonder.” Maar ja, welk kind is dat tegenwoordig niet. Hoewel, bij nader inzien heeft Pieter Kousemaker ook nog een praktijk voor kids die geen last hebben van geestigheid, maar door meer aardse troebelen worden gekweld. Die kinderen blijken niet bijzonder te zijn, nee, die kinderen zijn speciaal.

We flitsen door naar een exotische, grijsbelokte mevrouw met een ruim bemeten keuken. Ze heet Bianca Benazir en ze heeft een boekje geschreven, Help, ik zie spoken! Speciaal voor kinderen vanaf tien, zodat ze er niet meer aan hoeven te twijfelen dat wat ze zien echt is, en zodat ze misschien een geestloos vriendje of vriendinnetje ook nog over de streep kunnen trekken. Omdat ze zelf ook bijzonder is weet Bianca er alles van. “Het bestaat, erken het!” Haar eigen ouders hebben haar in al haar bonte paranormaliteit altijd serieus genomen, met alle gevolgen van dien, want nu doet ze het met haar eigen dochter ook. Min of meer en passant floept hier een interessant detail tevoorschijn: ze is de moeder van Noëlle-van-de-zeven-bedgasten. Hm, denk ik op zijn Tom Poes’, maar het wordt nog erger. Noëlle, zo blijkt, is de helft van een tweeling waarvan de andere helft dood geboren werd. Toen ze twee was begon ze spontaan tegen haar dode zusje, waarvan ze het bestaan niet wist, te praten. Dat beweert althans Bianca. Noëlle zelf herinnert zich daar niets van, maar heeft wel later ooit gemeend haar zusje in een steegje te zien staan.

Mag ik een teiltje! Randpsychotische mevrouw komt niet rond met het trauma van een halve miskraam, praat de wel overlevende helft van de tweeling daardoor een spook aan, en krijgt als kroon op het werk nu per nationale TV het predicaat van goedkeuring voor dit mismoederschap. Met wetenschappelijk waarmerk, courtesy of Pieter Kousemaker, klinisch psycholeugenaar. Bloemers, Mörner, Van Lommel, en nu dit. Altijd weer die pensionado's! Ga naar de Costa del Sol, man! Maar nee, Kousemaker ziet volgaarne af van een welverdiend pensioen om zijn wijsheden met ons te kunnen delen. Deze kinderen, zo weet hij stellig zeker, bevinden zich op een domein waar de wetenschap met lege handen staat. Vergeleken met hen zijn wij als kleurenblinden, niet in staat de schoonheid van een zonsondergang te zien. “Er is een vorm van communicatie die wij niet zien en die toch plaatsvindt.” Mag ik daar uw literatuurreferentie even bij hebben, amice? En kom alsjeblieft niet aan met Eindeloos Bewustzijn, want dan geef ik u daar zo’n optater mee dat u blij bent als u na een poosje weer eens vijf minuten bewust bent.

Kousemaker vindt dat de paranormale ervaringen van kinderen, waarvan we volgens hem ‘al vele jaren weten dat ze voorkomen’ – wie ‘we’ zijn zegt hij er niet bij - niet moeten negeren, maar de kinderen er sterk in moeten maken. Ze moeten hun angst overwinnen om er in het openbaar over te praten. Je gelooft je oren niet. Kan het NIP alstublieft onmiddellijk tot royement overgaan! Deze kwast maakt zich onder het mom van de psychologie tot handlanger van disfunctionerende ouders en duwt kinderen hun ‘speciaal-zijn’ zodanig door de strot dat je er van op aan kunt dat ze voor de rest van hun leven als semi-sporende looney tunes over de wankele marges van de normaliteit dwalen, op zoek naar misschien nog een snippertje gezond verstand. Tenzij natuurlijk de trend zich voorzet en we over een paar decennia collectief verdwaald zijn in het soort waandenkbeelden waar Kousemaker een hele praktijk op heeft gebouwd - die hij met een vanzelfsprekendheid die de gek en de crimineel in gelijke mate kenmerkt Psynteger heeft genoemd. Burps. Excuse me. Ik moet alweer een teiltje…

vrijdag 11 juli 2008

Nachtwerk

Sinds ik digitale televisie heb val ik van de ene verbazing in de andere. Dacht ik eerder nog dat met onze eigen commerciëlen de diepste diepten van kijkbuisminimalisme wel waren bereikt, kom ik er nu achter dat de put bodemloos is. Zo heb ik van de week op no-budget zender Zone Reality catatoon van ontzetting zitten kijken naar de geestverruimende en wetenschappelijk onderbouwde reality docu-thriller Haunted homes. Haunted homes gaat ongeveer als volgt:

In een blauw uitgelicht gewelf van schoon-metselwerk dat in de Oekraïne voor een hippe bar door zou kunnen gaan verschijnt een in leer gestoken, strak gekapte jongeman die in de Oekraïne voor knap door zou kunnen gaan. Op een geanimeerde toon die eerder geschikt lijkt voor Dancing with the stars doet hij ons de beproeving uit de doeken van een jong echtpaar in Lincolnshire, dat zijn droomhuisje heeft gekocht en er nu achter is dat het daar spookt. Spookt, ja.

De vrouw des huizes, Shelley, een afgeleefde thirtysomething met melkboerenhondenhaar en een slechte tandartsverzekering, legt uit dat het allemaal al begon voordat ze het pand zelfs maar betrokken hadden. Ze had een kiekje geschoten van het huis en ontdekte daarop tot haar ontzetting dat twee gezichten te zien waren achter het raam boven de voordeur. TERWIJL ER NIEMAND BINNEN WAS! De onthutste kijker wordt geconfronteerd met exhibit A, namelijk desbetreffende foto. Die wordt helaas driedubbel en halfvervaagd in barre kleuren geprojecteerd, ongeveer als een videoclip bij een wild housenummer, en vliegt het beeld in en uit - maar met een beetje inspanning lukt het toch om vast te stellen dat al wat te zien is achter het spookachtige raam een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje is. Even verschijnt de foto dan toch wat nadrukkelijker in beeld, met een grote cirkel om aan te geven waar we moeten zien wat er te zien zou moeten zijn; inderdaad - een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje.

Maar denk niet dat het leed geleden is met enge motieven in de gordijnen. Echtgenoot Bob doet ook een duit in het zakje met bloedstollende verhalen over stoelen die vanzelf van plek veranderen en een radio die aan en uit springt zonder dat iemand ‘m aanraakt. Je moet er inderdaad niet aan denken. En tot overmaat van ramp heeft Shelley midden in de nacht het zwarte silhouet van een vrouw gezien, zomaar in de slaapkamer. Inmiddels hebben ze haar Mabel gedoopt, zo gewend zijn ze aan haar geraakt. Er spookt ook nog een kind rond dat van lieverlee het speelkameraadje is geworden van zoon Daniel, die kennelijk op school niet erg populair is of toch op zijn minst een erg moeilijk pubertijd doormaakt als de enige vriendjes die hij kan krijgen dood zijn.

Na deze genadeloze schets van de bovennatuurlijke gruwelen waaraan de familie Stevens ten prooi is kunnen we opgelucht ademhalen, want daar komt The Team, uw hoop in bange nachten. Het team bestaat ten eerste uit paranormaal onderzoeker Mark Webb, die al sinds zijn zesde met denkbeeldige vriendjes speelt, zo lezen we op zijn website, en die naast het bovennatuurlijke dol is op voetbal en computerspelletjes. Van Mark is de onsterfelijke wetenschapsfilosofische uitspraak "Ik denk dat het zo moeilijk is om geesten op foto's en video vast te leggen omdat veel mensen niet willen geloven dat ze bestaan." Zijn zoontje Kieran, 9 jaar, legt ook al een levendige belangstelling voor het paranormale aan de dag, dus kan iemand alsjeblieft de Kinderbescherming bellen?

Verrassender is teamlid twee, Professor Chris French BA PhD CPsychol FBPsS FRSA, die de stem van de rede mag vertegenwoordigen door als excuus-scepticus de tweede viool te spelen. Gelukkig, vertelt Mark ons, is Chris een scepticus van het goede soort. Het soort dat niet meteen overal een rationele verklaring voor heeft, want dat is natuurlijk helemaal niet leuk. Prof. French bijt ongetwijfeld regelmatig zijn tong af, gepaaid, zo kunnen we vermoeden, met de glamour van het TV-sterrendom, want afgaande op zijn website en zijn verdere activiteiten heeft hij de diagnose van zijn medeteamleden al lang klaar.

Theatrale persoonlijkheidsstoornis lijkt me wel het minste als het over teamlid drie gaat, het absolute pièce de résistance, Mia Dolan. Mia ziet er uit als een kruising tussen een voortijdig ondergegane Rheintochter en de uitbaatster van een lugubere pub in een Liverpoolse achterstandswijk - maar vergis je niet. Ze is een medium. Ze ziet, hoort en voelt dingen waar u en ik als afgestompte simpele stervelingen geen flauw besef van hebben en die onze stoelgang ernstig zouden ontregelen hadden we dat wel. Daar gaan we nog wat staaltjes van zien. Nou ja - hóren dan, want veel te zien is er niet: naar zal blijken moeten we het vooral hebben van wat Mia ons over haar inzichten vertelt. Gelukkig doet ze dat volop, in een ademloos tempo en met een stem waarvoor ieder rookverbod jaren te laat komt.

Maar niet voordat Mark het wetenschappelijke allure van het in te stellen onderzoek heeft onderstreept door de installatie van enkele elektronische apparaten op de meest bespookte locaties in het huis. Het is onder paranormale onderzoekers een wijdverbreid misverstand dat een onderzoek wetenschappelijk wordt zodra er iets aan te pas komt dat op stroom gaat. Dus komen er infraroodstralers in het trappenhuis, zodat we het zullen weten als daar iets passeert. Hoe onstoffelijke spookwezens die stralen precies kunnen beïnvloeden, daar laat onze enthousiaste onderzoeker zich helaas niet over uit. Thermometers zijn natuurlijk onmisbaar, want iedereen weet dat geesten temperatuurdalingen met zich meebrengen; tochtige ramen ook, maar dat is bijzaak. Verschillende dictafoons worden door het huis verspreid om iedere spookachtige kreun te registeren; en een night-vision camera maakt het bovennatuurlijke onderzoeksspektakel compleet.

Intussen heeft Prof. Chris, onze scepticus, zich verschanst in een stacaravan vol monitoren en ander wetenschappelijks, om het gebeuren met gepaste afstand kritisch gade te slaan. Je moet zo’n rationele kouwe kikker natuurlijk niet te dichtbij hebben als het echt gaat spoken, dan bederft ie de pret maar met al zijn natuurlijke verklaringen. De caravan (waar The Team, ongetwijfeld om redenen van sponsorgelden, hardnekkig naar refereert als “The Winnebago”) fungeert ook als veilige haven voor wie alle paranormale temperatuurdalingen en andere geestige gewaarwordingen even niet aankan. Maar vooralsnog bevinden Mark, Mia en het echtpaar Stevens zich in de huiskamer. Om onduidelijke redenen zitten ze op de grond. Het is midden in de nacht en het onderzoek kan beginnen. Het startsein bestaat uit het uitschakelen van de verlichting. Daar zitten ze dan, vier volwassen mensen in een donkere kamer. Te wachten. Op spoken. En dat noemen ze Zone Reality.

Vindt u het ook zo vreemd dat het spoken iets kan schelen of het licht of donker is, dag of nacht? Hebben ze overdag wellicht hiernamaalse kantoorbanen waardoor ze pas ’s avonds, na De onderwereld draait door, tijd hebben om huiseigenaren de stuipen op het lijf te jagen? Ooit heb ik medium Lorraine Warren (die nog wel een keer een beurt krijgt in dit blog) horen uitleggen dat paranormale activiteit piekt om drie uur ’s nachts, omdat drie uur het tijdstip is van Christus’ sterven; ze was kennelijk even vergeten dat Christus om drie uur ’s middags stierf, en dat het dus eigenlijk heftig zou moeten spoken rond theetijd. Terzijde vraag ik me af of de geesten en demonen zich ook aan zomer- en winterklok houden.

Maar kom, ik dwaal af. Bij de Stevensjes is het nog steeds donker en begint er zowaar al iets paranormaals te gebeuren. “Ik zie een donkere schaduw in de gang,” zegt Mia met grote stelligheid. Na enig turen denkt Shelley dat ze misschien ook wel iets ziet. Wij zien overigens niks. Mia en Mark besluiten om eens boven te gaan kijken. Onderschat het niet, zo’n nachtelijke expeditie in een bespookt huis! Ook los van het gevaar je benen te breken over de eerste de beste drempel is dat een beklemmende aangelegenheid. De onderzoekers gaan te werk met grote omzichtigheid en converseren met fluisterstemmen vol nauw ingehouden paniek, alsof ze door een mijnenveld lopen op weg naar een interview met Osama Bin Laden. In het trappenhuis stelt Mia een deskundige diagnose: “Ik vind het hier doodeng.” Maar in een van de slaapkamers boven slaat de Andere Wereld pas echt toe met het eerste onmiskenbare para-abnormale signaal: Mia krijgt barstende koppijn. Geen twijfel mogelijk dus, het spookt hier.

Het blijft bovendien niet bij hoofdpijn. Mia wordt geplaagd door ademnood, koude rillingen, het gevoel dat iemand haar gadeslaat (wij?), en wat al niet. Na diepgaande spiritistische inspanning concludeert ze dat het spook de geest is van een vrouw die tijdens een brand in het huis haar kind verloren heeft. De voice over (onze Oekraïense superster, weet u nog?) informeert ons terloops dat er weliswaar geen enkel gedocumenteerd bewijs is dat er ooit een brand is geweest in dit huis, maar dat zal Mia worst wezen. Die heeft intussen ontdekt dat er een kussen midden op het bed ligt waarvan ze zeker weet dat het eerder gewoon overeind tegen het hoofdeinde stond. Als een soort bovennatuurlijke versie van Eigen Huis en Tuin heeft de geestenwereld zijn vingers weer eens niet af kunnen houden van andermans inrichting.

Beneden hebben Bob en Shelley het inmiddels erg koud gekregen. Dat is natuurlijk ook logisch, met al die paranormale interieurontwerpers in vol bedrijf. Dat het misschien ook iets te maken heeft met een nacht slaap overslaan en stilzitten in een donkere kamer, daar wordt niemand over gehoord. Wel ontkomt Mark er niet aan Prof. Chris bij te vallen als die droogjes constateert wat wij, kijkers, ook al gezien hebben: op de gemaakte beelden is behalve Mia’s monumentale overbite weinig abnormaals te ontdekken. De diverse taperecorders hebben geen enkel genezijds geluid opgevangen. De infraroodmetingen dan misschien…? - Ha! Kijk! Daar is duidelijk iets vreemds gebeurd. De apparatuur is uitgevallen omdat de batterij leeg is. Weer zo’n onomstotelijk bewijs voor spookachtige activiteit, immers, geesten onttrekken zoals algemeen bekend energie aan hun omgeving om te kunnen spoken; dat hebben ze dus ook met die batterijen gedaan! En met de opgedane energie zijn ze vervolgens kussens gaan verleggen.

Als sluitstuk mag de onverschrokken Prof. Chris nog een ronde maken door het huis. “Ik zie niks,” stelt hij deskundig vast. “Ik merk niks. Ik voel niks. Ik vind het hier helemaal niet eng.” Hij spreekt het vermoeden uit dat de bewoners en zijn medeteamleden zich maar wat ingebeeld hebben, en verlaat het pand tenslotte met de constatering dat families die last hebben van spoken beter een scepticus kunnen uitnodigen dan een priester of een medium – d’r is meteen geen spoor van paranormaliteit meer te bekennen.

Dat gezegd zijnde wordt het echter bovennatuurlijke ernst. Mia heeft zich genesteld temidden van een zee van kaarsen die met een flonkerlens nog wat extra glans bijgezet krijgen, zodat je even niet weet of je nog in spirituele sferen bent of per ongeluk toch hebt doorgezapt naar een pikante late-avond-uitzending. Het reinigingsritueel neemt een aanvang: Mia gaat de geest bevrijden. Daartoe moet ‘Mabel’ eerst naar beneden worden gelokt, maar dat lukt. Niet dat wij daar verder iets van merken, we moeten Mia wederom op haar woord geloven als ze met doorleefde stem aankondigt, “ze is hier.” Waarom de aanwezigheid van Mabel precies vereist is terwijl Mia toch kennelijk door muren, trappen, vloerbedekking en behang heen met haar contact kan hebben wordt niet duidelijk; dat heeft misschien gewoon met paranormale gezelligheid te maken. Het ritueel zelf blijkt te bestaan uit het opzeggen van het De Profundis, in wat klinkt als een Cockney versie van een Schotse verbastering door een Duitse boer van een impressie van een mondeling examen Latijn door een niet al te begaafde gymnasium-brugklasser uit Achter-Drempt. Hoe dan ook, het werkt. Na haar van emoties overlopende eeeymen kijkt het medium stralend op. “Ze is weg.” Kijk, zo simpel is dat nou. Bob en Shelley kunnen hun geluk niet op. In de nabeschouwing vat Shelley dat treffend en ontroerend samen: “Nou kan ik eindelijk weer gewoon naar de radio luisteren.”

zondag 22 juni 2008

Dokter Pim

Pim van Lommel is een echte ouderwetse Ome Dokter, met van die gezellige wenkbrauwen en een diepe, geruststellende bromstem, waarmee zelfs de boodschap ‘U gaat morgen dood’ nog klinkt als goed nieuws. Niet dat Dokter Pim zoiets ooit zou zeggen, integendeel. Hij belooft u dat u juist nooit dood gaat. Op het moment van uw aardse sterven schudt alleen maar uw 'eindeloos bewustzijn' zijn stoffelijke ketenen van zich af om ergens anders bewust te gaan wezen. Uw lijf is slechts een ontvanger, die bij de conceptie een ziel uit het luchtledige plukt, om die bij uw verscheiden net zo gemakkelijk weer door te geven aan de volgende radio. En dat zegt Dokter Pim niet zomaar – hij heeft het wetenschappelijk bewezen. U kunt het nalezen in The Lancet, no less.

Hoe weet Dokter Pim dat allemaal? Welnu, hij is cardioloog, en omdat zelfs de beste cardiologen wel eens pech hebben heeft hij soms patiënten die op een haartje na dood gaan. Als zulke mensen het vervolgens toch redden, en bij het opslaan der ogen in het we-leefden-nog-lang-en-gelukkig-gezicht van dokter Pim kijken, vertellen ze wel eens over een bijna-dood-ervaring (BDE). Terwijl ze daar zo’n beetje net-niet lagen te sterven zijn zij bezocht door visioenen van lichtende tunnels en lang-verloren geliefden, en hebben ze in eufore gelukzaligheid wat rondgezweefd in de behandelkamer om de verrichtingen van de medici aan hun eigen semi-ontzielde lijf gade te slaan. Dokter Pim hoorde de nodige van zulke verhalen, en bedacht zich dat het geen toeval kon zijn dat ze zo op elkaar lijken. Nou hadden anderen dat ook al wel eens bedacht, en na enig experimenteren is er intussen een hele berg degelijk bewijs voor het feit dat zuurstoftekort in de hersenen en nog een handjevol andere aardse invloeden precies het soort gewaarwordingen teweeg brengt die als BDE beschreven worden. Een BDE kan eenvoudig onder gecontroleerde lab-condities worden opgewekt.

Maar dat was Dokter Pim niet genoeg. Dokter Pim dacht, er is meer. En met die conclusie alvast stevig op het netvlies ging hij onderzoek doen, wat nooit een goed idee is. Hij ondervroeg 344 gereanimeerde hartpatiënten die een periode klinisch dood waren, enkele dagen na het feit. Resultaat: 18% van de ondervraagden meldde een BDE, hoewel het bij een derde van die groep alleen ging om een paar vage herinneringen, en er eigenlijk maar bij 12% echt van een volgens-het-boekje BDE gesproken kon worden. De meest voorkomende herinnering (bij 56% van de BDE-ers) was een eufoor gevoel. Na 2 en 8 jaar konden mensen hun ervaring nog goed navertellen, hoewel sommigen bij nader inzien toch geen BDE bleken te hebben gehad, en anderen die er eerst geen hadden ineens toch wel. Op den langere duur waren BDE-ers naar eigen zeggen gevoeliger en empathischer geworden, intuïtiever gaan leven, en minder bang voor de dood.

Omdat zulk cijfermateriaal maar saai is, gooit van Lommel daarnaast een anekdotisch voorbeeld in de strijd. Dat gaat hij later nog hard nodig hebben, zo blijkt, en het vermoeden is moeilijk te bedwingen dat hij het achteraf heeft ingevoegd als stopverf voor enkele wel erg tochtende gaten in zijn onderzoeksverslag. Het betreft een geschiedenis verteld door een verpleegster die aan de pilot-fase van het onderzoek meewerkte. Zij ging medicatie verstrekken aan een patiënt bij wiens reanimatie ze een week eerder aanwezig was geweest. “U weet waar mijn kunstgebit is!” zei de patiënt. Wat bleek, hij had, terwijl hij buiten bewustzijn was, uitgetreden boven zijn ziekbed gezweefd en gezien hoe de verpleegster het kunstgebit uitnam en op een verrijdbaar kastje had gelegd. Terzijde: vindt u het ook zo vreemd dat zo'n uitgetreden ziel zich zo banaal stoffelijk gedraagt? Hij zweeft op een bepaald punt in de ruimte, alsof hij ruimtelijke dimensies heeft. Hij ziet en hoort, alsof hij ogen en oren heeft. Hij gedraagt zich alsof muren en deuren en verpleegsters en kunstgebitten nog betekenis voor hem hebben. Het is een bijna aandoenlijk kinderlijke projectie, een beetje zoals de witte, doorzichtige Tom die je met vleugels en aureool al harpspelend ten hemel ziet stijgen wanneer Jerry hem eens een keer goed te grazen heeft genomen.

Na de presentatie van zijn bevindingen is het tijd voor van Lommel om de Discussie van zijn Lancet-artikel te openen met een wijds en fantasierijk gebaar. “De BDE kan geen medische oorzaak hebben, want zij werd maar door een klein deel van de onderzochte groep gerapporteerd”. Ziehier hoe van een nadeel een voordeel kan worden gemaakt. Je zou toch denken dat als sterven het universele losmaken is van het vrije bewustzijn van zijn aardse ketenen, juist iedereen die klinisch dood is zo’n ervaring zou moeten hebben? En is het zo dat ervaringen die wel een medische oorzaak hebben per definitie voor iedereen hetzelfde zijn? Dokter Pim ziet ook al niet dat hij het raadsel even verderop zelf oplost, wanneer hij constateert dat een goed korte termijn geheugen noodzakelijk is voor het herinneren van een BDE. Hij ziet zelfs niet dat hij hier tegen de achilleshiel van zijn project schopt. Zijn gegevens gaan helemaal niet over BDE; zijn gegevens gaan over herinneringen.

Ook verderop kun je af en toe niet geloven hoe dom Dokter Pim is, en nog minder dat de redactie van The Lancet dit broddelwerk heeft laten passeren. Het was vast komkommertijd. Van Lommel ontkomt er natuurlijk niet aan om bestaand onderzoek te bespreken in relatie tot zijn bevindingen. Schoorvoetend moet hij erkennen dat in laboratoriumproeven precies dezelfde ervaringen zijn opgewekt als die waar hij nu in zijn survey zo’n goede sier mee maakt. Maar, zo voegt hij toe, het betrof dan alleen maar fragmentarische herinneringen, en geen ‘panoramische levensvisies’. Bovendien rapporteerden proefpersonen uit zulke experimenten geen effect op hun levenswijze naderhand of hun kijk op de dood. Nee, vind je het gek: ze wisten immers dat ze aan een experiment deelnamen en wat er ging gebeuren; wisten dus ook dat er aan hun ervaring niks bovennatuurlijks of spiritueels was. Een beetje anders dan mensen die op een haartje na aan de dood ontsnapt zijn en dagen de tijd hebben gehad om in een ziekenhuisbed op dat feit te reflecteren. En wat die ‘panoramische levensvisie’ betreft, wat die precies behelst vermeldt Dokter Pim niet, en evenmin bij hoeveel van zijn proefgroep deze ervaring optrad. Dat de ene mens nou eenmaal een betere verhalenmaker is dan de andere is een factor waar hij al helemaal geen woord aan vuil maakt. Evenmin trouwens als aan de vraag hoeveel van zijn patiënten vooraf kennis hadden over BDE, en dus achteraf hun ervaring zelf in die mal kunnen hebben gegoten.

Je kunt er lang en breed over debatteren, maar het is allemaal gelommel in de marge. Waar Dokter Pim’s onderzoek direct op sneuvelt, is het feit dat hij niet heeft aangetoond, en ook niet kan aantonen, dat de herinneringen die de BDE-ers rapporteerden daadwerkelijk uit de periode van vermeende herseninactiviteit gedurende de klinisch-dood fase stammen. Hij kan niet eens aantonen dat die hersenen feitelijk inactief waren, want dat heeft ie niet gemeten. Hij baseert zich in zijn veronderstelling op een paar artikelen waaruit hij concludeert dat bij reanimatie het EEG na zo’n 10 seconden vlak wordt. Helaas heeft iemand de moeite genomen dat eens na te zoeken, om te ontdekken dat dat helemaal niet in die artikelen staat. Bovendien, al was het wel juist, dan nog laat een EEG alleen zien wat er in de buitenste hersenlagen gaande is. Kijk, dat krijg je nou als een cardioloog voor neuropsychiater gaat spelen. Maar zelfs al waren de hersenen echt tijdelijk uitgeschakeld, dan nog kan de BDE zich net zo goed hebben voorgedaan bij het wegglijden in die toestand, of bij de terugkeer daaruit. Met Occam’s scheermes is Dokter Pim’s warrige baardgroei zo in een handomdraai verwijderd: er is geen enkele reden om gangbare medische en neurofysiologische verklaringen te herzien.

Van dat soort scepsis schrikt onze onverstoorbare dokter overigens niet – al valt meteen op dat hij haar niet met inhoudelijke argumenten bestrijdt. Zijn onderzoek heeft in The Lancet gestaan, en dus is het waar - case closed, lijkt hij te denken. Dat is misschien nog het meest schrijnende bewijs van zijn onbenul in het bedrijven van wetenschap. Toch schroomt hij niet diezelfde wetenschap de zwarte piet toe te spelen. “Allemaal angst,” concludeert hij losjes; zijn onderzoek is bedreigend voor het materialistische westerse wereldbeeld, en daarom willen sommigen er niet aan. Het is net, voegt hij er bescheiden aan toe, als vroeger, met Galileo: die werd immers ook verguisd door een establishment dat nog niet klaar was voor zijn gelijk. Hij vergeet dan maar even dat Galileo iets had dat Dokter Pim ontbeert: deugdelijk bewijs. Alleen de gezellige wenkbrauwen, die hebben ze wel gemeen.

Als het vuur hem echt aan de schenen wordt gelegd tovert Dokter Pim de verpleegster en het kunstgebit uit de hoge hoed. Het ultieme bewijs, toch, dat de patiënt waarnemingen heeft gedaan terwijl hij buiten westen was, en dat zijn geest dus vrij van zijn materiële lijf opereerde? Het eind van het liedje is dan dat hij van ons verlangt dat we ons hele wetenschappelijke wereldbeeld overboord zetten op grond van dat ene verhaal. Als we ons kritisch uitlaten over dat voorstel trekt hij zijn gezellige wenkbrauwen op in een ongezellige frons: we gaan die arme, hardwerkende, toegewijde verpleegster toch niet voor leugenaar uitmaken zeker? Misschien niet – maar zomaar blindelings geloven mogen we haar niet, althans, niet zolang we aanspraak willen maken op het predicaat wetenschap. Een verhaal dat niet systematisch gedocumenteerd is, niet is voortgekomen uit een vooraf geplande methodische aanpak, niet ondersteund is door feitenchecks bij collega-verpleging of de betreffende patiënt, is net als alle andere anekdotische informatie als wetenschappelijk bewijs ondeugdelijk. Omdat mensen nou eenmaal verhalenmakers zijn, en het menselijk geheugen notoir fragmentarisch en onbetrouwbaar is. Bovendien, in deze tijden van virulent paranormalisme is het helemaal niet denkbeeldig dat we met een of andere zweefzuster te maken hebben die in haar vrije tijd aura's masseert, Maya-kalenders en planeetstanden angstvallig met elkaar vergelijkt, tarot legt, en tussen al die bedrijven door dikke boeken leest over BDE.

Allemaal teveel gedoe voor dokter Pim. Die liet zijn wetenschappelijke ambities varen en schreef een boek waarin hij alles eruit gooide wat hij The Lancet wijselijk had onthouden. Eindeloos Bewustzijn heet het, met de leugenachtige ondertitel Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. Net als elke paranormale pseudowetenschapper bedient Dokter Pim zich hier, niet door enige kennis gehinderd, van alles wat in zijn kraam te pas komt, tot kwantumfysica aan toe, om zo een cardiologische Celestijnse Belofte in elkaar te knutselen die als warme broodjes over de toonbank gaat.

Het zal dan ook geen verbazing wekken dat Dokter Pim inmiddels is afgedwaald naar de onvermijdelijke buurthuizen vol desperado’s en looney tunes die op parablabla afkomen als Woody Allen op uw kleindochter. Dat is een stuk veiliger, en lucratiever ook, dan het wetenschappelijke forum met al die mierenneukende zeurkousen en scheermes-zwaaiende Sweeney Todds. Ik zag de dokter in een TV-documentaire, vorige week, waar hij warm-begrijpend stond te knikken naar een meneer die uitlegde dat hij helderziend en heldervoelend was en die mooie eigenschappen inzette tot heil van heel de mensheid. Even later troostte hij de moeder en vriendin van een veel te vroeg gestorven jongen, waarbij hij zowaar overging tot handoplegging. Dokter Pim wordt Goeroe Pim. Daar zit een veel dikkere boterham in dan in cardiologie.

vrijdag 30 mei 2008

Boerenbedrog

De een zijn dood, enfin, u weet wel. Maar u had vast ook niet zelf kunnen bedenken dat die waarheid als een koe ons ooit nog eens zou opzadelen met Char Margolis. Char (kort voor charlatan?) is een Amerikaans ‘medium’ dat zo weggelopen lijkt uit de cast van The Bold and the Beautiful, waar ze het niet slecht zou doen als tante van Brooke en Ridge (of, zoals mijn moeder zegt, Broek en Rits). Deze mevrouw beschikt over een merkwaardige gave. Gene zijde geeft haar, naar zij beweert, letters door, en met die letters als insteek speelt ze vervolgens een raadspelletje met mensen die hopen iets te horen van overleden dierbaren. Zelf vind ik dat weinig indrukwekkend. Als gene zijde een boodschap door wil geven, waarom moet dat dan volgens de methode Hints? Er is weinig bewezen in het paranormale, zeg maar gewoon niks, maar bepaalde eigenschappen van het bovennatuurlijke zijn niettemin consistent aanwijsbaar. Vaagheid is daarvan de meest opvallende. Een omslachtige, indirecte aanpak van communiceren is een andere – wat dat betreft zijn spoken net bestuurders die niet helemaal zuiver op de graat zijn (een pleonasme?). Net als bestuurders hebben ze er trouwens ook een handje van boodschappen te brengen die hetzij onbegrijpelijk zijn, hetzij triviaal. De geesten die Char laat spreken lijken er gewoonlijk vooral op uit aan de kijker te bewijzen dat Char een echt medium is. Allerlei banale details zonder enig existentieel belang worden te berde gebracht die zij ‘onmogelijk kon weten’, enkel en alleen om die reden. Mij dunkt, als de overledenen niks zinnigers te melden hebben, dat ze dan net zo goed hun mond kunnen houden.

Het zou indrukwekkend wezen als Char eens zou zeggen, “ik krijg een boodschap door van Peter, uw overleden broer, die zegt dat u eens moet ophouden met elke zaterdag uw uitkering erdoorheen te draaien bij dat onverkwikkelijke hoertje drie hoog achter in de haven.” Mooi niet. Char zegt, “ik krijg een P. Iemand met een P?” (Geen reactie). “P. P… of M…? P of M…? Iemand die overleden is?” Denkt u eens even goed na. Zo iemand kent u. Ik weet het vrijwel zeker. En aangezien de klant natuurlijk ook altijd wel een overledene kent met een P of een M, begint die nu ijverig zelf het plaatje in te vullen. Char moedigt hem daarbij aan, en wel op zo’n gelikte manier dat de toenemend ontroerde nabestaande helemaal niet in de gaten heeft dat alle inhoudelijke informatie in het gesprek van zijn kant komt, niet van de hare. Input van haar kant is altijd van de geheid-raak variëteit. “Ik zie een oudere vader-figuur”. Let op hoe het bereik van de uitspraak subtiel wordt uitgebreid door de toevoeging ‘-figuur’. Als pa nog niet overleden is, dan een van de opa’s toch vast wel. Het moet toegegeven worden, Char beheerst deze slinkse manipulatie tot in de puntjes, ze is er een ware kunstenares in. Cold reading heet dat. Over fout giswerk wordt haastig heen gepraat, een toevalstreffer wordt breed uitgemeten. Ondertussen volgt Char geduldig alle kronkels van haar klant, en dan ziet ze wel waar ze eindigt.

Dat kan nog wel eens verrassend uitpakken. Ik zag een geval waarbij het hiernamaals een bijzondere belangstelling voor binnenhuisarchitectuur aan de dag legde – na vele bochtige omzwervingen was de conclusie van de séance dat oudtante Sophie van gene zijde liet weten dat ze het mooi vond wat haar achterneef met de keuken had gedaan. (Jomanda deed het ook zo, en de ene keer dat ik haar vertoning in Tiel heb bezocht viel ze bijna uit haar rol toen een van haar discipelen een wel erg rijke fantasie bleek te hebben. Deze vrouw meldde zich toen Jomanda het publiek uitnodigde te vertellen welke wonderen zij hadden ervaren na bezoek aan de Jomandahal en/of consumptie van gevaarlijke hoeveelheden ingestraald water. Het verhaal nu was, dat betreffende vrouw naar Jomanda was gekomen met haar zus, omdat die net een heel zware operatie achter de rug had. En als ik zwaar zeg, dan bedoel ik zwaar, want er was, zo werd ons verzekerd, een groot aantal organen weggehaald. Het wonder werd daags na het bezoek aan Jomanda geconstateerd: alles zat er weer in. Ik zweer dat ik Jomanda een lachstuip hoorde wegslikken).

Het kan nog erger. Tegenwoordig is er Derek Ogilvie. Een lieve, zachte jongen modelletje Kwam-mijn-dochter-er-maar-mee-thuis – zijn terugtrekkende haarlijn en Schotse accent verhogen de eerlijke indruk, en in de verte zie je nog het vreemde roodharige jongetje dat het op school flink te verduren had, wat altijd vertederend is. Maar vergis u niet. Achter de zorgvuldig gecultiveerde alledaagsheid en de tranentrekkende en overigens homoseksuele façade (dus vergeet dat van uw dochter maar) schuilt een keiharde zakenjongen. Een Joop van den Ende van het Theater Zaliger. Hij runt een lucratief commercieel imperium en onder het uitroepen dat hij het allemaal niet voor het geld doet maar alleen maar voor ons ("ik woon nog altijd in een huurhuisje!") haast hij zich van de ene zaal bomvol goedgelovigen naar de volgende, camera’s in zijn kielzog. Kaarten zijn weken tevoren uitverkocht.

Vergeleken met Derek Ogilvie is Jomanda small fry. Hij durfde het zelfs aan een gooi te doen naar het miljoen dat de Amerikaanse superscepticus James Randi uitlooft voor de eerste persoon die hem onomstotelijk bewijs van het paranormale brengt. Althans, durfde dat aan nadat zijn TV-maatschappij hem daartoe had aangemoedigd. Het was nog in de tijd dat hij niet met geesten, maar met baby’s sprak, onder de weeïge functienaam ‘Babyfluisteraar’. De test, waarbij Ogilvie blind moest zeggen welk object een baby in de hand hield, liet zien dat hij net als elke sterveling precies scoorde volgens de toevalskans. Mogelijk heeft die uitslag zijn kinderliefde wat doen bekoelen en hem ertoe gebracht die baby’s maar aan de dijk te zetten om met de doden te gaan praten – die kun je wat minder gemakkelijk in een testomgeving neerzetten. Gene zijde is sowieso neurotisch precies en opmerkelijk ijdel wat betreft de voorwaarden waaronder zij zich aan deze zijde wil manifesteren. Wel in een commercieel TV-circus – maar niet in een laboratorium. De opnames van de gewraakte test zijn overigens nog steeds niet uitgezonden. Ogilvie geeft daarvoor geen toestemming omdat naar zijn mening, houdt u zich vast, de testomstandigheden ‘niet wetenschappelijk’ waren! Dit van een kermisklant die een groot deel van zijn leven zijn geld verdiende als nachtclubeigenaar.

Medio 2006 bezocht Ogilvie in zijn queeste naar wetenschappelijke geloofwaardigheid een psychiater aan de universiteit van Arizona, die wilde onderzoeken wat er bijzonder is aan Derek’s hersenen. Ook nooit meer iets van vernomen. Niet zo vreemd misschien, wanneer je weet dat deze professor er de theorie op na houdt dat baby’s heel goed allerlei kennis van hun moeder kunnen overnemen, omdat ze in de baarmoeder immers leven van haar bloed. Nog minder vreemd als je hem aangeprezen ziet als co-auteur van The living energy universe. En we zijn weer helemaal thuis als we vernemen dat betreffende professor ooit de ouders van een overleden jongen $50.000,- ontfutselde als startkapitaal voor een nieuw op te richten onderneming die hijzelf vanaf de eeuwige jachtvelden zou gaan runnen. Zoveel is een Harvard-diploma tegenwoordig nog waard, dus. Als u precies wilt weten welke pseudowetenschappelijke nonsens deze Gary Schwartz allemaal op zijn geweten heeft, kijk dan hier. Nou ja, weten we in elk geval wel wat Derek’s criteria zijn voor het onderscheiden van goede en slechte wetenschap.

Ogilvie en trawanten doen niet alleen aan cold reading, maar worden ook verdacht van hot reading. Daar komt geen vaardigheid aan te pas – we hebben het dan gewoon over degelijk ouderwets boerenbedrog van het onzuiverste water. Bij hot reading wordt aan bezoekers op slinkse wijze informatie ontfutseld, die vervolgens door het medium wordt ingebracht als afkomstig van hoger sferen. Een TV-studio leent zich er perfect voor. Ogilvie’s Amerikaanse evenknie, John Edward (ook geschikt voor The Bold, maar dan meer als het sleazy achterneefje), is er bekend om dat hij zijn studiopubliek graag lang laat wachten voor de show begint. Er zijn dan ‘technische problemen’. Zijn medewerkers in de zaal beginnen gesprekjes met wachtende leden van het publiek, en vragen mensen zelfs kaartjes met hun stamboom in te vullen. Intussen luisteren ze natuurlijk mee met alle verwachtingsvolle gesprekken die zich ontspinnen op de tribunes, en sluizen saillante informatie vervolgens door naar de goeroe. Het is niet toevallig en erg handig dat alle stoelen op naam zijn toegewezen. Zaalmicrofoons zijn ook erg effectief om een geslaagd medium te worden. En bij het uitdiepen van een individuele casus biedt internet alleen al een onvermoede weelde aan informatie. Gelukkig heeft Edward een doortastende aanpak voor dit soort nare verdachtmakingen: hij gaat gewoon nooit in op kritiek. Waarom zou je ook, met zoveel kritiekloze bewonderaars aan je voeten?

Is het erg, deze verlakkerij? Nee, ergens niet. Char, Ogilvie en Edward hebben een markt aangeboord, en dat zij bakken met geld verdienen over de rug van sullen en wanhopigen die hun gezond verstand aan het oud vuil hebben meegegeven zal mij een zorg zijn. Het is net als Millecam met haar alternatieve genezer. Tragisch, maar eigen schuld, dikke bult (pardonez de ongelikte beeldspraak). En toch is het ook wèl erg. Het ìs erg dat mensen het allemaal zomaar geloven, en dat dit soort beledigingen van het gezond verstand dikke kijkerscharen trekken op prime time. Het ìs erg dat er markten bestaan waar de marktwerking stuk is: hoe vaak het ook mis gaat, hoe doorzichtig en fake de trucs ook zijn, de gelovigen blijven geloven. Credo quia absurdum, zo wordt de leerstelling van Tertillianus wel samengevat: ik geloof omdat het absurd is. Het ìs erg dat Ogilvie glorieert en bij kritische vragen als de vermoorde ideale schoonzoon de camera inkijkt met zijn lijzige Droopy-ogen, terwijl hij beter dan enig ander weet dat hij de boel gewoon flest.

Zet deze taferelen van de onschuldige arena van het mediavermaak over naar die van de politiek, en je hebt in één klap een levensgroot probleem. Mensen hangen de Wildersen en de Verdonks van deze wereld aan omdat ze hun gezond verstand thuislaten. Cartoonisten worden met fascistisch machtsvertoon ingerekend, weigerambtenaren gepamperd en schilderijen uit openbare ruimtes verwijderd omdat de rede het telkens weer aflegt tegen de dwingende willekeur van mensen die fantasie niet van werkelijkheid kunnen of willen onderscheiden. Carl Sagan zei het al: kritiekloosheid en lichtgelovigheid zijn de grondslag van totalitaire regimes. Foei. Dadelijk word ik nog boos. Gelukkig brengt de humor redding – kijk maar naar South Park, waarin John Edward een koekje van eigen deeg krijgt. Hier te vinden: ga naar seizoen 6, en kies de aflevering Biggest douche of the Universe (datum 11.27.02).