Posts tonen met het label Geloof en bijgeloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geloof en bijgeloof. Alle posts tonen

woensdag 13 april 2011

Rab(b)iaat

In de krant stond een foto van zes rabbi's. Zes baardige mannen met zwarte hoeden, een archaïsch beeld. Enigszins desondanks bevonden zij zich op Schiphol, waar ze zich gezwind naar toe hadden gespoed middels het nogal eigentijdse vliegtuig. Dat alles om het volgende Nederlandse affront jegens de religieuze tolerantie aan de kaak te stellen, het beoogde verbod op de onverdoofde slacht. De heren schermden met verder niet gespecificeerd onderzoek dat aan zou tonen dat kosjer geslachte dieren in feite minder pijn lijden, maar tussen de regels door leek hun belangrijkste zorg toch dat hun heilige tradities worden aangetast, of erger, dat ze dadelijk geen vlees meer zouden kunnen eten. In het voorbijgaan kregen hun islamitische broeders nog een trap mee, want hun halal slagers zijn natuurlijk lang zo goed niet opgeleid als de Joodse evenknieën - die doen de dieren pijn.

Ik weet niet wat het fijnst is voor het beest; gewoon blijven leven, vermoed ik. Maar als het dan toch dood moet lijkt het me nuttig de discussie over de manier waarop te voeren op basis van feiten, en niet van allerlei religieuze rimram. Simpeler gezegd, wanneer gaan we nou eindelijk eens die absurde uitzonderingspositie die religie overal nog inneemt afschaffen, en feiten boven fantasieën stellen?

zaterdag 4 december 2010

Herfstzwammen

De Volkskrant heeft het er maar druk mee om zijn nieuwe imago op te houden als clubblad van een theologische faculteit. Gelukkig heeft de redactie voor de editie van vandaag journalist Michiel Hegener bereid gevonden een zwabberend zwamverhaal over islam en godsdienstvrijheid over de volle breedte van twee pagina's uit te smeren. Voor zover er een touw aan vast te knopen is hangt zijn betoog van onzin en gemakkelijke algemeenheden aan elkaar en ik zou er dan ook geen gedachte aan vuil hebben gemaakt ware het niet dat hij een veelgehoorde drogreden over het materialisme in de strijd gooit, hoewel je hem zelden zo lui en rommelig geformuleerd ziet. Ik geef u Hegeners stijlbloempje liefst onversneden:

Menig materialist zal bestrijden dat materialisme een geloof is, maar het bewijs is eenvoudig. Dat hebben we te danken aan de niet aflatende ijver van de sceptici. Via verenigingen, tijdschriften, congressen en boeken bestrijden ze het idee dat er meer zou zijn tussen hemel en aarde. Steeds wanneer ze een paranormaal brandje proberen uit te trappen, bewijzen ze één ding met zekerheid: een bewijs voor het materialisme ontbreekt. Want anders konden ze kortheidshalve naar dat bewijs verwijzen, dan hoefden ze zich niet jaar in jaar uit in te spannen om aanwijzingen dat er meer is dan materie onderuit te halen, althans verdacht te maken. Materialisme is een geloof. Mogelijk is het zelfs een religie, met het kleinste deeltje als hoogste god.
Je moet het hem nageven, die laatste wending is mooi, je herkent de bedreven journalist. Met zo'n uitsmijter zou je bijna vergeten dat alles wat er boven staat een amalgaam is van moedwillige misrepresentatie, absurd simplisme, en zweverig vooroordeel. Het enige dat deze passsage bewijst is dat Hegener gelooft in 'meer', en een korte blik op zijn website leert snel genoeg dat hij graag de westerse wetenschap de les leest om ruimte te scheppen voor reïncarnatie en voor mensen die al mediterend zes jaar kunnen overleven zonder voedsel en water (kijk onder 'Links'). De desbetreffende verhalen maken ook duidelijk dat enige scepsis Hegener zelf vreemd is, en dat hij weinig kaas gegeten heeft van statistische spreiding, de valkuilen van anekdotische bewijsvoering, en de algehele onbetrouwbaarheid van YouTube en commerciële TV-zenders als bron van objectieve kennis.

"Een bewijs voor het materialisme ontbreekt." We moeten Hegener maar vergeven dat hij in zijn missionaire bevlogenheid taalkundig het spoor wat bijster raakt. Als we hem letterlijk nemen spreekt hij zichzelf immers tegen. Hij heeft net geconstateerd dat er materialisten bestaan, dus daarmee is het bestaan van materialisme bewezen. Maar we kunnen vermoeden dat hij eigenlijk bedoelt dat een bewijs voor de louter materiële aard van de werkelijkheid ontbreekt. Hij zegt er niet bij waarom er maar één bewijs zou moeten zijn, of op welke wijze het feit dat er niet één bewijs is het materialistische standpunt ontkracht. In feite is er een schier onafzienbare hoeveelheid bewijzen op elk denkbaar terrein die de hypothese bevestigen dat de werkelijkheid materieel van aard is. Die hypothese zou te ondergraven zijn met bewijzen voor immateriële invloeden (wat we ons daarbij dan ook moeten voorstellen), maar die ontbreken ten enenmale. Er is, gegeven de objectieve waarnemingen die we hebben, simpelweg geen reden of noodzaak om een immateriële werkelijkheid te veronderstellen. Er zijn geen 'aanwijzingen dat er meer is dan materie'. Het 'meer' waar allerlei mensen als Hegener zo aan gehecht zijn, is een antwoord op een niet bestaand vraagstuk. Zo'n veronderstelling beantwoordt misschien een oppervlakkige behoefte aan 'zin' of 'verwondering', maar ze voegt geen verklaringskracht toe als het gaat over de vraag hoe de werkelijkheid in elkaar steekt. Bovendien schendt ze de regel van Occam: bij gelijke verklaringskracht gaat de voorkeur uit naar die theorie die de minste nieuwe vragen oproept.

Je mag dat allemaal in de wind slaan en toch allerlei immaterieels veronderstellen - dat spreekt, we leven in een vrij land. Die keuze heet geloof (of bijgeloof, al heb ik nooit begrepen waarom je die twee zou onderscheiden) - of, in het beste geval, als je van plan bent naar bewijzen te gaan zoeken, een onbevestigde hypothese. En je kunt het nalaten, wat je bijgevolg dus geen geloof kunt noemen. Dat sceptici het ondertussen aanhoudend druk hebben met het uittrappen van paranormale brandjes is in belangrijke mate te danken aan mensen als Hegener zelf, die beter zouden moeten weten, maar er om onduidelijke redenen voor kiezen materialisme, scepsis en wetenschap publiekelijk en op valse gronden af te schilderen als 'ook maar een geloof', en zo vrij spel te geven aan allerlei 'alternatieve verklaringen' waarvan uiterst aannemelijk is dat ze niet meer zijn dan middeleeuwse kolder.

dinsdag 23 november 2010

De mijne is groter...

Arme Polen. Als je je geloof zo luid moet uitschreeuwen, moet je wel heel veel twijfels hebben.

maandag 8 november 2010

Geld maakt wel/niet gelukkig

Nederland werd al steeds gekker; en nu zijn het ook nog de donkere dagen voor (tegenwoordig heel enge) Sint en Kerst, en zetten we met zijn allen nog een tandje bij. SBS 6 doet paranormaal begaafde kinderen en de publieke omroep, ook niet te flauw, vergooide een deel van zijn bedreigde centen gisteren nog aan Bijna Dood Dokter Pim van Lommel. Misschien zijn die bezuinigingen toch zo gek nog niet. Van Lommel is inmiddels helemaal afgedreven naar Cloud Cuckoo Land, getuige zijn warme conversatie met een man die sedert hij een transplantatienier van zijn vrouw ontving regelmatig telepathisch met haar in contact staat - via die nier. Dokter Pim: "…een nier in liefde gegeven en in liefde ontvangen doet het vaak heel veel beter, dat is echt waar, en dat is ook niet medisch verklaarbaar, maar je hoort het heel vaak…". Ach, ook gepensioneerde cardiologen hebben het volste recht zich met dit soort zottigheden van de straat te houden. Alleen, Dokter Pim doet het op TV, en onder het mom van de wetenschapper-die-het-allemaal-onderzocht-heeft – en dat is gewoon erg.

Enfin, de tijden zijn er naar wil ik maar zeggen, en dus geen wonder, al met al, dat me vandaag weer eens een ouderwetse kettingbrief bereikte via een lang vergeten voormalig orkestlid in wier mailbestand ik kennelijk nog rondhang. Nou ja, ouderwets, tegenwoordig heeft zo'n brief natuurlijk de vorm van een gelikte Powerpoint presentatie, compleet met irritante animaties. Dia na dia werd een reeks Chinese wijsheden over me uitgestort over de elementaire waardeloosheid van geld. "With money, you can buy a house, but not a home"; "With money you can buy sex, but not love"; "With money you can buy a clock, but not time"; "With money you can buy a book, but not knowledge"; of, enigszins betwistbaarder gezien het hedendaagse aanbod van farmaceutica, "With money you can buy a bed, but not sleep." Et cetera, u kunt er zelf, al bent u geen Chinese wijsgeer, vast nog wel een paar dozijn bij verzinnen.

Nadat deze diepzinnigheden voldoende waren ingepeperd volgden de gebruikelijke dreigementen: stuur deze boodschap binnen vier dagen door aan twintig vrienden, of anders zwaait er wat. Anderzijds, wie braaf gehoor zou geven aan de opdracht werden wonderschone beloningen in het vooruitzicht gesteld; beloningen die merkwaardig los bleken te staan van de net gegeven boodschap, om niet te zeggen, haaks daarop: "ONE MAN GOT HIS FIRST COPY OF THE PROVERB IN 1953 AND ASKED HIS SECRETARY TO MAKE HIM 20 COPIES. NINE HOURS LATER HE WON $99 MILLION IN THE LOTTERY IN HIS COUNTRY."

Huh...? Ik was al te bekrompen voor Van Lommels weidse wetenschapsvisie. Maar ik ben ook te dom voor Chinese filosofie, geloof ik.

woensdag 11 november 2009

Zum Wohl!

Carl Sagan was een held. Tegenwoordig wil je nog wel eens een film in het rampengenre zien waar de wetenschapper een toffe jongen is, ook al heeft dat vaak minder te maken met zijn academische verdiensten en zijn verbeten strijd tegen een corrupte overheid, dan met het feit dat hij wordt neergezet als een stoere vrijbuiter met een driedagenbaard op de vierkante kaak en een woeste net-uit-bed-kuif daarboven. Maar in 1980 was geleerdheid beslist niet cool. Als je slim was, was je een nerd, en vermoedelijk een gestoorde engerd ook nog. Toch kwam Sagan in die jaren onverschrokken op de proppen met de televisieserie Cosmos – een revolutionair concept waarin de schoonheid van ons universum, maar meer nog de schoonheid van de wetenschap bezongen werd. Zoiets hadden we nog nooit gezien, en de titelmuziek van Jean Michel Jarre spookte na elke uitzending nog uren na. Carl Sagan heeft het tijdelijke al lang met het eeuwige verwisseld, maar Cosmos is er weer, op DVD dit keer. Helaas blijkt, net als met Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, dat er zoveel decennia na dato eigenlijk niet meer naar te kijken valt. Fout kapsel; foute jassen; heel foute, pompeuze red-de-wereld speeches uit een tijd dat de nucleaire dreiging acuut gevoeld werd; een gedragen, slepend tempo dat het in deze tijd van afstandsbedieningen en snelle clips echt niet meer doet; - en het fictieve ruimteschip waarin Dr. Sagan zijn reis door tijd, ruimte en wetenschap maakte lijkt verdacht veel op een afgedankt Toppop decor. Zoals zo vaak: het boek is beter.

Want schrijven kon Sagan als geen ander. Contact, later prachtig verfilmd met Jodie Foster, is misschien wel de meest intelligente science fiction roman ooit – zo zou het echt kunnen gaan wanneer een buitenaardse beschaving contact met ons zoekt. Het allermooiste daarbij is Sagan's onwankelbare optimisme. De buitenaardsen hebben het goed met ons voor. In een ander mooi boek, Pale blue dot, legt hij dat uit: als een beschaving een hoog technologisch ontwikkelingsniveau bereikt heeft en zich vervolgens over millennia weet te handhaven moet zij wel vreedzaam en ecologisch bewust zijn, anders had ze zichzelf al lang vernietigd. Carl Sagan had niets op met boosaardige aliens zoals UFO-fanaten die overal zeggen te zien, die de aarde komen veroveren en al doende een merkwaardige obsessie met seks aan de dag leggen.

(De wonderlijke, biologisch nogal lastig te verstouwen, maar door duizenden aangehangen notie dat buitenaardse intelligentsia lichtjaren overbruggen om met aardse vrouwen nieuwe hybriden te kweken was aanleiding voor een van de meest geniale scènes ooit in The Simpsons, waar de arme Marge een alien abductee wordt:

Kang: Congratulations. You have been selected for our cross-breeding program.
Kodos: To put you at ease, we have recreated the most common spawning locations of your species. You may choose either
[as Kodos lists the choices, he highlights a mock-up of each
one]

the back seat of a Camaro,
an airplane bathroom,
a friend's wedding,
or the alley behind a porno theater.
Marge: I absolutely refuse to go along with this; [pause] but since I have no choice, I'll take the alley.
[the alley set slides behind the couch. Kang retracts his
helmet and sits next to Marge]

Kodos: Initiate fertilization procedure.
Kang: Oh, you look lovely this evening. Have you decreased in mass?
Marge: [voiceover] I tried to resist, but they applied powerful mind-confusion techniques.
Kang: Look behind you.
[Marge looks, and Kang quickly uses a ray gun to beam
something on her]

Insemination complete. [deploys space helmet]
Marge: Really? That seemed awfully quick.
Kang: What are you implying?
Marge: Nothing, nothing.
Kang: Whoa, wow, look at the time. I'd love to stay but I have an early meeting tomorrow. You're a super girl, though. I'll call you sometime.
[pushes a button marked "dump." The couch cushion tilts up,
and Marge falls back to Earth through a chute]

)

Daar had Carl vast hartelijk om moeten lachen. Maar verder had hij weinig op met dat soort fantastische verhalen. Dat legt hij dan weer uit in zijn allermooiste boek, The demon haunted world. Dat draait om de vraag hoe het komt dat mensen in grote getale blindelings bereid zijn allerlei verhalen voor waar aan te nemen zonder dat er maar een greintje bewijs voor bestaat. Nog nooit, stelt Sagan verbluft vast, waren zoveel mensen zo goed opgeleid en was zoveel kennis zo breed toegankelijk; hoe kan het dan dat niettemin meer dan de helft van de Amerikanen in spoken gelooft? The demon haunted world is vaak erg vermakelijk door de genadeloze en toch bijna liefdevolle manier waarop de schrijver de onzinnigheid van spokengeloof, UFO-verhalen, graancirkels, Mariaverschijningen en andere onaardsheden blootlegt. Maar onder de zachte spot voelen we steeds een bezorgdheid, zelfs een angst, die Sagan naar het einde van het boek ook uitspreekt. Goedgelovigheid is gevaarlijk. Het klakkeloos voor waar aannemen van verhalen zonder bewijs is de grondslag van totalitaire regimes, van racisme, van politieke en justitiële misstanden, van fundamentalistische religie. Er vallen doden door.

Jammer genoeg zijn boeken als The Demon haunted world altijd preken voor eigen parochie. Ze worden met liefde en smaak gelezen door mensen die het toch al met Sagan eens waren; al die anderen, de wichelroedelopers en de metamorfosemasseurs, die vinden dat de wetenschap 'ook maar een geloof is', of zelfs een georganiseerde samenzwering om hogere waarheden te verdoezelen, laten zulke boeken links liggen. Hoe jammer dat is blijkt dezer weken weer eens nu de samenzweringstheorieën als paddenstoelen uit de grond schieten rond de Mexicaanse griepvaccinatie. Internet geeft iedere losgeslagen idioot een stem, en andere losgeslagen idioten een grenzeloze bron van zelfbevestiging. Boze, mislukte artsen gooien het over de paranoïde boeg en worden alsnog wereldberoemd. Met droge ogen wordt beweerd dat het aan de medische samenzwering te danken is dat we steeds minder gezond zijn - in een westerse wereld waar de gemiddelde levensverwachting ieder jaar met enkele maanden toeneemt en het aandeel ernstige ziekten in de bevolking gestaag daalt. Waar doe je het als wetenschapper allemaal voor, vraag je je af. Massa's mensen die beter zouden moeten weten lopen liever het risico dat hun kind sterft aan een lullig virusje dan dat ze zelfs maar willen overwegen zich een keer tot de feiten te beperken. Lichtgelovigheid en gebrek aan scepsis zijn gevaarlijk, inderdaad. Vooral in een verwende samenleving die verslaafd is aan zelfbedachte angsten.

Ik ben tegenwoordig een risicogroep, dus kreeg ik een uitnodiging voor de Mexicaanse griepvaccinatie. Op het gevaar af nu een met nanochips doorspoelde slaaf van gestoorde wetenschappers en boosaardige politici te zijn, ben ik gegaan, meteen. Toen de spuit erin ging dacht ik, 'Op jou, Carl! Cheers!’

maandag 9 maart 2009

Urker almanak

In het cellofaantje met spam dat wekelijk op mijn deurmat valt, omdat ik zo’n ja/nee sticker zo lelijk vindt op mijn netgeschilderde voordeur, prijkte, alweer een weekje of zo geleden, een fleurig foldertje waarvan het omslag was verlevendigd met behartenswaardige aanmaningen zoals “Levensbelang” en “BELANGRIJK!”. Dat gooi ik natuurlijk niet zomaar weg. Daar ben ik eens goed voor gaan zitten. Ik was meteen al onder de indruk. Het omslag van het pamfletje moet ontworpen zijn door iemand die voor het eerst de vreugdes van Photoshop heeft ontdekt en zich daar eens lekker in heeft laten gaan. Schaduwen, contourlijntjes, cut-outs en vier verschillende lettertypen hebben een waarlijk duizelingwekkend ensemble opgeleverd, dat draait om een groot vraagteken. Het vraagteken van de vraag waar jij in gelooft, evolutie of schepping.

Wat een rare vraag. Het principe van de evolutie is inmiddels zo rijkelijk met bewijzen onderbouwd dat je moeilijk meer kunt zeggen dat daar iets aan te geloven valt. Maar, zo blijkt al snel, dit opwindende foldertje is er geheel belangeloos op gericht de misleide lezer duidelijk te maken dat niets minder waar is. Het volgt het voorbeeld van een grote menigte wanhopige wichelroedelopers, UFO-ontvoerden, handopleggers, spokenjagers, duiveluitdrijvers, metamorfosemassagetherapeuten en andere brave beroepsbeoefenaren die stuklopen tegen de muur van de wetenschap, en daarom pogen om die muur heen te lopen door te verklaren dat wetenschap ook maar een geloof is. In de rechterbenedenhoek van het omslag lezen we “Jaargang 1, nr. 1”, zodat we ons er kennelijk op kunnen verheugen de onderbouwing van deze gedachte gedurende meerdere jaren meermaals per jaar uiteengezet te krijgen. Hoezee.

Maar serieus. Creationisten die de wapenen van de wetenschap ter hand nemen om de wetenschap te bestrijden, dat is toch van een schattige potsierlijkheid; met name omdat ze van die wapenen alleen schadeloze miniatuurversies weten te hanteren, een beetje zoals kinderen die met plastic zwaardjes de koene ridder uithangen. Er wordt uit dat kleurige foldertje niet bijster veel duidelijk. Helaas blijkt de inhoud ongeveer net zo confuus als het grafisch ontwerp. Maar wat na lezing beslist buiten kijf staat is dat de auteurs ervan bar weinig kaas hebben gegeten van wetenschap.

Het begint al meteen goed. Als Punt 1 wordt ons duidelijk gemaakt dat wat we zien alleen maar bepaald wordt door wat we willen zien. De implicatie daarvan lijkt te zijn dat als we geen zin hebben om in god de schepper te geloven, we daardoor evolutieprincipes gaan zien. Dat die principes haarfijn ondersteund worden door allerhande bewijzen die creationisten net zo duidelijk waarnemen als de meest hardline Darwinist, zoals verderop in de folder blijkt, vergeten de auteurs gemakshalve maar even. Wat we zien wordt blijkbaar toch in belangrijke mate bepaald door onze ogen. Het belangrijkste verschil tussen creationisten en bonafide wetenschappers is dat de eersten fluks ophouden met kijken wanneer dat wat ze zien niet meer in hun straatje past.

Na deze opwarmer volgt nogal out of the blue de vraag: ‘Wie is God?” Maar ja, god komt ook out of the blue. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de lezer zometeen over God dezelfde vervelende vragen gaat stellen zoals die in de folder over evolutie worden gesteld. Daarom wordt ons uitgelegd dat wij god niet kunnen begrijpen, evenmin als een schilderij de schilder kan begrijpen. God is hors concours. Evolutie moet bewezen worden, maar god hoeft je alleen maar te poneren, waarna je hem op je gemak niet kunt gaan zitten begrijpen. Dacht u in bijbelse kringen toch wel eens wat vernomen te hebben over god de vader en wij zijn kinderen, geschapen naar zijn evenbeeld en met een vrije wil, blijkt u er toch mooi naast te zitten. U bent een olieverfje van de Grote Zondagsschilder in de hemel. Dus dicht die grote mond en rap terug in uw lijst!

Vanuit die kalmerende positie kunt u dan reflecteren op het derde wijsgerige item in deze nu al overdadig rijke folder, die u zomaar hartstikke crisisvriendelijk helemaal gratis aangeboden hebt gekregen. Wij leren dat wetenschap in twee soorten te onderscheiden is, technisch en historisch. Resultaten uit technische wetenschappen zijn herhaalbaar in het heden en de toekomst; historische wetenschappen gaan alleen maar over interpretatie van wat vroeger is gebeurd en kunnen niets met zekerheid zeggen. De schrijvers lijken hier jammer genoeg enigszins beduizeld te raken door hun eigen genialiteit. Want kijk, kindertjes in Zweden mogen misschien heel anders tegen Noormannen aankijken dan Nederlandse kindertjes, ze zijn het er toch heus samen over eens dat die Noormannen hebben bestaan (het getuigt overigens van groot en lovenswaardig cultureel optimisme dat de schrijvers veronderstellen dat moderne kindertjes überhaupt een mening hebben over Noormannen, of weten wat dat zijn). Helemaal los van persoonlijke smaak, en een enkele balsturige bisschop daargelaten weten we van nogal veel dingen in het verleden nogal zeker dat ze echt gebeurd zijn.

Maar het is nog erger. Evolutie herhaalt zich in het heden en in de toekomst, en wie niet het geduld heeft te wachten op de resultaten kan het proces in het laboratorium gadeslaan bij zich snel vermenigvuldigende wezens als bacteriën. Dat deed William Dallinger al in de jaren tachtig van de 19de eeuw. Niet alleen beweert ons mooie pamfletje onzin over historische wetenschap, evolutieleer ìs helemaal geen historische wetenschap en is vele malen onder experimentele condities bevestigd.

Het ragfijn spel van onze stichters is daarmee echter lang niet uitgespeeld. Zij gooien nu zonder pardon de Tweede Wet van de Thermodynamica in de strijd. Dingen waar je niks aan doet ontaarden in rotzooi, en als je orde wilt behouden of laten ontstaan moet je daar energie in steken. Omdat de lezer zich aanmatigt te denken dat hij de schrijvers nog steeds kan volgen verwacht die hier een wending in de richting dat al het diep geordende schoons in de natuur nooit spontaan kan zijn ontstaan en een sturende meesterhand nodig had. Maar dit creationistische troetelkind, met stip op één in de kill your Darwins hitparade, komt in het foldertje helemaal niet voor. We vermoeden dat het zorgvuldig wordt bewaard voor jaargang 12, nummer 17. Nee, hier wordt, zij het via een wel erg korte bocht (“klein diertje, vis, muis, aapmens”), weergegeven wat evolutie inhoudt en afgesloten met de constatering dat volgens evolutieleer de daarvoor benodigde energie van de zon kwam.

Uhm, ja. Dat klopt. En nou...? Enigszins verbaasd kijkt de lezer op van zijn lectuur. Verraden onze Urker broeders zich hier als cryptodarwinisten? Of zijn ze overvallen door een moment van spontane ordening, een toevallige flits van daadwerkelijk begrip van evolutie?

Het zal een raadsel blijven, tenzij men natuurlijk in jaargang 23, nummer 47, nog op deze intrigerende kwestie terug gaat komen. Het maakt niet uit, de lezer wordt alweer meegetorst door de volgende golf van diepzinnigheid, en het wordt echt menens, want nu komen “een paar feiten.” Het feit, bijvoorbeeld, dat er fossielen worden gevonden van dieren die we in diezelfde vorm ook nu nog kennen. Dat klopt niet met evolutie want evolutie betekent immers dat soorten zich steeds ontwikkelen, zo kraaien de schrijvers in een welgeslaagde demonstratie van religieus zwart-wit absolutisme. Maar anders dan god schrijft de evolutie geen 'gij zult' voor. Soorten passen zich aan en verbeteren zich in relatie tot hun leefomgeving. Als geen selectiewinst meer te halen is kan een soort lange tijd bijna onveranderd voortbestaan. Da’s een enge kleur voor onze Urker broeders: grijs.

Maar de aardlagen dan, roepen zij haastig. Er wordt beweerd dat de oudste fossielen in de oudste aardlagen worden gevonden, en dus voorlopers zijn van latere vormen. Edoch, broeders en zusters! “Er is ook een andere theoretische verklaring mogelijk.” Ik dacht dat we het over feiten hadden, maar goed, een mooie theorie is nooit weg. Zeker niet als die bestaat uit een magnifieke catastrofe die alle bestaande dieren allemaal tegelijk precies in die mooie laagjes heeft gesorteerd die de geologen nu aantreffen. Onze schrijvers gaan helemaal los in het schilderen van deze mondiale ramp, Discovery Channel is er niks bij, ze zijn hier duidelijk in hun element: “Aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, overstromingen, aardverschuivingen enz.” Vooral dat “enz.” is wel stoer – die Bijbeljongens hebben altijd al met achteloos gemak gegrossierd in catastrofes, en voor een zondvloedje hier of een wereldbrandje draait de Lieve Heer zijn hand natuurlijk niet om, die vindt het heerlijk zijn schepselen zo op zijn tijd eens lekker te treiteren. Niettemin zou het wel netjes zijn geweest als onze creationistische brigade even had vermeld over welke dramatische, wereldwijde catastrofe het hier precies gaat, en in welk Bijbelvers we er naders over kunnen lezen. Al was het maar om het mysterie op te helderen waarom nou net de vissen als een van de eerste soorten werden bedolven, terwijl die toch voor alle genoemde vormen van rampzaligheid tamelijk onkwetsbaar zijn. Ja, als de schrijvers ons dat genoegen hadden gedaan, dan hadden we ze voor deze keer misschien wel de omissie vergeven van het feit dat we sinds de uitvinding van radiometrische datering tamelijk precies kunnen vaststellen hoe oud de verschillende aardlagen zijn. Jammer van die mooie catastrofe, maar helaas niet even oud.

Nu we het einde van ons adembenemende leesuurtje naderen lijken onze koene missionarissen toch wat beteuterd te zijn geraakt door al dat lastige verweer. Hun laatste pijlen zwadderen verdwaald langs het firmament. Ze klagen over bomen die door meerdere geologische aardlagen heensteken, terwijl “de evolutietheorie veronderstelt dat de aardlagen gedurende miljoenen jaren gevormd zijn.” Het is beslist sympathiek dat de evolutietheorie hier zo’n wijds bereik wordt toegedicht, maar tot op heden zegt ze helaas helemaal niets over de vorming van aardlagen – daar gaan de geologen over. Ja maar, ja maar! In schoolboeken worden kinderen bedot met vervalste tekeningen van dierlijke en menselijke embryo’s om ze te laten geloven dat die er in het begin allemaal ongeveer hetzelfde uitzien. - Da’s dan niet zo mooi. Maar zelfs als het waar is dat sommige schoolboeken nog de achterhaalde tekeningen van Haeckel bevatten (de schrijvers doen, zoals het doorgewinterde niet-wetenschappers betaamt, niet aan bronverwijzing) zegt dat natuurlijk in het geheel niets over de geldigheid van evolutieleer, hoogstens over een onderontwikkeld arbeidsethos bij sommige schoolboekenmakers. Met deze uitsmijter maakt onze relibrigade de cirkel niettemin mooi rond. Net als aan het begin verraadt zij zich wederom als een kenmerkend specimen van haar soort. Paranoïde theorieën waarin de hele wereld er op uit is de boel te bedotten en de werkelijkheid te verdoezelen zijn helemaal de rigueur in bovenwereldlijke kringen. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten, nietwaar.

In de conclusie wordt stoom afgeblazen met een snelle herhaling van eerdere dwalingen. Maar door en door welgemanierd blijven onze bekeerders tot het bittere eind: “U of jij hebt een keuze” - je mist alleen nog, ‘doorhalen wat niet van toepassing is'. “Geloven wat de evolutietheorie vertelt over de wordingsgeschiedenis van de mens, of geloven wat er in de Bijbel staat.” En dan komt de aap uit de mouw. Onder al hun stichtelijk vertoon verraden onze Urkenaren zich als onvervalste hedonisten, ze lijken haast wel katholiek. Want waarom verkiezen ze het geloof in god? Gewoon, omdat het fijn is! Dan krijg je tenminste licht verteerbare antwoorden op de vragen waar we vandaan komen, waarom we hier zijn en waar we heen gaan als we sterven. De wetenschap beantwoordt die vragen natuurlijk net zo goed, maar wel een stuk minder aangenaam. Onze broeders zijn even lui als die schoolboekenmaker van daarnet, daar komt het op neer. Maar misschien nog net iets dommer. Hoe dom precies, overtuigt u zich daar zelf maar van, dat kan hier. Met gratis Johannesevangelie!

donderdag 12 februari 2009

Sprookjes

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. De Bijbel had het zo gek nog niet gezien, daar kun je een uitglijertje als het scheppingsverhaal gemakkelijk voor vergeven. Er is maar één god, en dat is het vrije woord. Het is alleen wel frustrerend dat die god bijna uitsluitend vlees lijkt te kunnen worden in Gilles de la Tourettepatiënten als Theo van Gogh, populistische randpsychopaten als Pim Fortuyn, opportunistische narcisten als Hirsi Ali, en theatrale malloten als Geert Wilders.

Altijd maar weer die Wilders.

Ik wil die bleke dikkop helemaal niet verdedigen. Ik wil alleen maar dat iedereen hem gewoon zijn gang laat gaan. Dan ontstaat wat je noemt een win-win situatie. Dan is het vrije woord, hoe loos, hoe paranoïde, hoe onsmakelijk ook, vrij zoals het hoort te zijn; en dan heeft Geertje niks te mekkeren en blijft hij dus buiten de schijnwerpers in de schemerige hoekjes waar hij thuishoort.

Enter Her Majesty's Government. Die moet wel dol zijn op Wilders. Die moet gedacht hebben, kom, we doen die jongen eens een mooie dot gratis internationale publiciteit cadeau, zelfs al moeten we onszelf daarvoor volkomen belachelijk maken. En het Geertekind is maar wat blij met dit gulle geschenk, zijn olijke witte kuif veert er bijkans van op. Engeland staat te kijk als een vazalstaat van Allah, de Nederlandse regering is zelf te confessioneel confuus om een zinnig standpunt in te nemen, en het vrije woord heeft er weer een martelaar bij van het soort waar je je kinderen nooit mee thuis hoopt te zien komen. De arme Darwin draait zich intussen om in zijn graf.

Tweehonderd jaar later, en grenzen worden gesloten omdat iemand sprookjes vertelt over de sprookjes waar anderen in geloven.

zaterdag 24 januari 2009

I have a dream

Hij versprak zich. Dat was mooi. In het middelpunt van heel dat gelikte circus, die culminatie van het obsessieve vlagvertoon dat een jonge natie verraadt die diep onzeker is over zijn collectieve identiteit, stond een mens van vlees en bloed.

Ook mooi was het subtiele lijntje dat er liep van “It’s a gift to be simple, it’s a gift to be free” in Williams' wide open spaces gelegenheidskwartet, zo met verve geplaybackt door Ma en consorten, naar de slotzin van de rede, waar dat geschenk van vrijheid de toekomst in gedragen wordt. Even heb ik me overigens afgevraagd of er een nog subtielere, minder blijde boodschap verborgen was in dat muziekstuk, of het toeval was dat de merkwaardige bezetting precies dezelfde was als die van Messiaens kwartet voor het Einde der Tijden.

Mooist van alles wat het hoedje van Aretha Franklin.

Minder mooi was het onvermijdelijke reli-bombardement. Een dominee vooraf, een dominee achteraf, en tussenin een versgebakken, so help me god, president die met zijn gedragen spreekstijl en waarschuwende vingertjes ook al aan een prekende TV-dominee doet denken. Een onmiskenbaar heel verstandige man die niettemin een fabelfiguur om zijn zegeningen smeekt en de volgende ochtend nog maar eens een keer met de hele familie in de kerk neerstrijkt. Het was één stapje vooruit dat hij in zijn opsomming van levensbeschouwelijke groepen ook de nonbelievers meenam, maar tegelijk viel daardoor te meer op dat degene die niet in sprookjes gelooft nog altijd alleen maar bestaat als het tegendeel van degenen die dat wel doen – ongelovige, atheist. Het wordt tijd dat we dat omkeren; als we bijvoorbeeld voortaan eens spraken van realisten en arealisten? Of nuchteren en ontnuchterden?

zondag 7 december 2008

Statistiekemerds

Jane Goldman is een hippe, eigentijdse meid met een fluorescerende haarspoeling en een neuspiercing bovendien; een kranige tante die je zo ziet uitspatten in het wildere uitgaansleven, u weet wel, waar het best leuk is als je maar de goeie drugs achter de kiezen hebt, en die zich zeker niet met een kluitje in het riet laat sturen. Het is dan ook aanvankelijk wat verrassend dat juist zij zich heeft toegelegd op het kritisch onderzoeken van paranormale fenomenen, want afgezien van haar overstelpende, gul geëtaleerde wiebelboezem is er aan Jane helemaal niets dat naar het bovennatuurlijke zweemt. Jane Goldman Investigates wordt daardoor natuurlijk alleen maar fascinerender TV.

(Jane is overigens ook, maar dat terzijde, de wederhelft van TV-presentator Jonathan Ross, die recent de nationale schande van het Verenigd Koninkrijk werd nadat hij in een radioprogramma onnette telefoontjes had gepleegd naar acteur Andrew Sachs, u beter bekend als Manuel uit Fawlty Towers. Ross had op Sachs’ antwoordapparaat de boodschap achter gelaten dat zijn partner in crime, komiek Russell Brand, van bil was gegaan met Sachs’ kleindochter – een inderdaad onsmakelijke suggestie zoals iedereen kan betuigen die Brand wel eens heeft gezien. De kleindochter in kwestie, Georgina Baillie, was diep in heur frêle kuisheid geraakt, maar kon verder niet rechtstreeks reageren omdat ze op tournee was met haar dansgroepje, The Satanic Sluts. Het in-keurige meisje treedt daarin op onder haar artiestennaam, Voluptua. Enigszins verrassend bijkt overigens dat het niet zo is dat ze niet stout is geweest met Brand, het was alleen niet de bedoeling dat opa dat wist. De Engelsen zijn, zo zie je maar weer, grootmeesters in het schandaalmaken uit niets. Maar dat, nogmaals, terzijde).

Onlangs was onze ondernemende Jane, misschien ter afleiding van de familieperikelen, op onderzoek uit in de Old Queen’s Head Pub in Islington, een oude uitspanning die behalve door de gebruikelijke binge drinkers ook gefrequenteerd wordt door het in Engeland min of meer verplichte spook, in dit geval de geest van een klein meisje dat in een wapperende jurk door de gangen rent. Maar die details waren Jane onbekend, althans, dat beweerde ze bij hoog en bij laag en waarom zouden we iemand met zo’n eerlijke haarkleur niet geloven? Ervan uitgaande dat Jane inderdaad niet even op internet had gespiekt was het best indrukwekkend dat ze, op geleide van een medium, helemaal vanuit haar eigen intuïtie kwam aanzetten met precies dit beeld, van een klein meisje in iets fladderend wits. Spooky!

Maar nu komt het. Pal nadat Jane haar intuïtieve beschrijving van het spook had gecompleteerd, en nadat het medium, dat het natuurlijk weten kan, had bevestigd hoe precies dit beeld klopte, verscheen een buitengewoon intrigerende tekst in beeld. Die luidde: “De kans om dit spontaan goed te raden is 1 op 15.000”.

Huh?

Daar word ik nieuwsgierig van. Wie heeft dat uitgerekend, en hoe dan wel? Als je spontaan moet raden naar wat er rondspookt in een oude pub, welke 15.000 opties doen zich dan voor? Ik zou zo op het eerste gezicht denken dat het aantal mogelijkheden een stuk beperkter is. Spoken worden namelijk, weet ik als trouwe fan van Jane en andere paranormale informatiebronnen, vrijwel zonder uitzondering beschreven als menselijke gedaantes. De enige details die Jane intuïtief toevoegde waren de jeugdigheid van de verschijning, de fladderigheid van het jurkje, en zijn kleur. De opties laten zich dan snel aftellen. De menselijke gedaante kan een man zijn of een vrouw. Ik weet niet hoe scherp afgetekend mediamieke visioenen zijn wat betreft leeftijd, maar laten we zeggen dat het kan gaan om een kind, een adolescent of jong-volwassene, een volwassene of een bejaarde. Twee geslachten maal vier leeftijden, dat zijn acht mogelijkheden, nog lang geen vijftienduizend. Aangezien de kleding niet nader werd gespecificeerd dan zijnde fladderend hoeven op dit punt niet meer dan twee opties te worden toegevoegd, namelijk fladderend en niet-fladderend. Tweemaal acht is zestien, nog bijna duizend keer te weinig, en dan zijn we al gul want hoe groot is de kans dat een mannelijke geest in een Engelse pub zich in een fladderend gewaad vertoont? Zo’n genezijder wil toch niet voor een astrale travestiet worden aangezien!

Rest de kleur. Natuurlijk is het aantal nuances daar eindeloos, maar is het aantal kleuren dat een mens spontaan benoemen kan dat ook? Lijkt me niet. Het lijkt me dat we dan al heel, heel erg royaal zijn als we uitgaan van de 216 standaard websafe kleuren. Maal zestien is 3.456, nog steeds bijna vijf keer te weinig om aan die raadselachtige kans van 1 op 15.000 te komen. En dan vergeet ik gemakshalve maar even dat de kleur wit traditioneel met spoken geassocieerd wordt en dus vanzelf al een grotere kans maakt dan andere kleuren om spontaan genoemd te worden door iemand die moet raden naar de kenmerken van een huisspook.

Al met al lijkt me de kans dat de kijker hier bedot wordt ongeveer 1 op 1. Intuïtie en statistiek hebben altijd al een moeizame verhouding gekend.

zondag 30 november 2008

Respect

Wetenschapsfilosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen schreven een boekje met de treffende titel Wat een onzin!. Daarin stellen ze zonder pardon alle abracadabra aan de kaak waar onwaarschijnlijke hordes landgenoten zomaar klakkeloos in geloven, van Dr. Pims zogenaamd wetenschappelijk bewezen leven na de dood tot Derek Ogilvie’s zogenaamde contact met overledenen. Reden voor De Volkskrant om de heren academici in een interview nog wat nader aan het woord te laten. Het resultaat was voorspelbaar. In de ingezonden brieven rubriek buitelden de zweveriken over elkaar heen om deze onbestaanbare wetenschappelijke arrogantie eens goed aan de kaak te stellen.

Wat daarbij vooral pijnlijk in het oog springt is het onwaarschijnlijk primitieve denkniveau van de briefschrijvers. Elektriciteit kun je niet zien en bestaat toch ook? zo werpt Nico Sjerps uit Amstelveen in de strijd. Je vraagt je af wat zich afspeelt in de oersoep tussen ’s mans oren. Elektriciteit kun je niet zien en bestaat tóch, spoken kun je evenmin zien en bestaan dus ook, dat is de kennelijke achterliggende redenering. Meneer Sjerps vergeet even dat om de vraag te beantwoorden of elektriciteit bestaat, hij alleen maar op een lichtknopje hoeft te drukken. Je kunt elektriciteit weliswaar niet met je ogen zien, maar we kunnen haar opwekken, manipuleren, meten en geleiden; we kunnen tot in de finesses voorspellen hoe ze zich zal gedragen. Zodra meneer Sjerps een spook heeft gevonden waarvoor hetzelfde geldt, mag hij terug komen.

Maar dat is niet het ergste uit zijn brief. Het ergste is de neerbuigende Überlegenheit waarmee hij De Regt en Dooremalen maant niet zo puberaal te doen, maar als heuse volwassenen andere meningen naast de hunne te laten bestaan en te respecteren. Nico Sjerps wil respect voor mensen die in onzin geloven. In dit arrogante staaltje zelfoverschatting gaat een drogreden schuil die paranonsensadepten met graagte hanteren: de wetenschappelijke kijk op de wereld is ook maar een mening, en alle meningen zijn evenveel waard.

Echt waar? Dat de aarde om de zon draait, een kwestie van opinie? Dat elektriciteit bestaat, het is maar wat je gelooft, als je denkt van niet doet je lichtknopje het niet meer?

Je vraagt je af wat deze mensen eigenlijk voor de geest staat als ze aan wetenschap denken. Maar dat het weinig te maken heeft met wat wetenschap is, dat is wel zeker. De wetenschap, immers, doet niet veel anders dan vragen, ‘hoe weet je dat zo zeker?’ en ‘waar is je bewijs?’. In belangrijke mate is zij niet meer dan geïnstitutionaliseerd gezond verstand. Hoogstens is ze wat secuurder in het onderzoeken van bewijsstukken en het verkennen van alternatieve verklaringen. Als meneer Sjerps nu beweert dat spoken bestaan, of dat aliens ons bezoeken, of dat bomen zielen hebben, of dat Bigfoot door de Amerikaanse wouden zwerft, wat is er dan zo puberaal en respectloos aan om te vragen, ‘hoe weet je dat zo zeker?’ en ‘waar is je bewijs?’. Helemaal niets, natuurlijk. Maar meneer Sjerps en zijn kornuiten vinden zulke vragen erg vervelend omdat ze voelen dat er meer is, maar eigenlijk niet zo goed kunnen uitleggen waarom - en bewijs, dat hebben ze al helemaal niet. Sjerps & Co. vinden het gewoon fijn om te geloven wat in hun kraam te pas komt. ‘Spiritueel’ noemen ze dat, met het meest uitgewoonde woord in de Nederlandse taal. Mij lijkt ‘puberaal’ nog teveel eer, dit is ruimschoots prepuberaal, het is infantiel.

Maar ja, als ik dat beweer ben ik natuurlijk ook zo’n ‘fundamentalistische’ wetenschapper die ‘de waarheid in pacht heeft’. Het is nog nooit in meneer Sjerps schemerige hoofd doorgedrongen dat de wetenschap wel de laatste wereldkijk is die in waarheden grossiert – dat kun je over het algemeen veel beter aan religies en gelovigen overlaten. Wetenschap verzamelt bewijzen, ontwerpt op basis daarvan theorieën over de werkelijkheid, en verwerpt die weer wanneer waarnemingen worden gedaan die niet met de theorie stroken. Sterker nog, met welhaast masochistische vastberadenheid wordt gezocht naar situaties die de theorie ontkrachten. Wie begrijpt hoe dat werkt, en dat doet Nico Sjerps beslist niet, evenmin trouwens als Peter van der Wurf uit Geldrop, begrijpt ook dat wetenschappers nooit zullen beweren dat ze hebben bewezen dat iets niet bestaat. Meneer van der Wurf uit Geldrop slaat een zielig modderfiguur met zijn ironisch bedoelde ‘Chapeau!’ voor de wetenschappers die eindelijk hebben bewezen dat God niet bestaat, noch een leven na de dood.

Bewijzen dat iets niet bestaat is namelijk onmogelijk. Stel u een wezen voor dat u lachwekkend absurd voorkomt, echt, u mag er van maken wat u wilt, paarse stippen, gifgroene kippenpoten, zes paar vlindervleugels, geneigd in paringstijd luidkeels aria’s te zingen uit Lucia di Lammermoor… have a ball, maar zorg dat het iets is waarvan uw geestelijke gezondheid en uw goede smaak het u onmogelijk maken te geloven dat het bestaat. En vraagt u zich nu eens af hoe u een ander gaat bewijzen dat dit vreemde, verrassend muzikale wezen feitelijk niet bestaat. Daar kunt u heel lang over nadenken, het gaat u niet lukken. Maar u zult wel merken dat u met een grote mate van waarschijnlijkheid aannemelijk kunt maken dat het niet meer dan een fictie is. Er bestaan bijvoorbeeld geen consistente, onafhankelijke waarnemingen van. Het is nooit gefotografeerd. Nooit is een noot gehoord, laat staan op band vastgelegd, van zijn doorleefde Regnava del silenzio, zelfs niet door die Italiaanse expeditie die, verdwaald in de Boliviaanse jungle, toch hunkerde naar iets te eten en een paar maten Donizetti...

Kijk, het is zo. Mensen mogen geloven wat ze willen. Maar zodra gelovigen beweren dat hun overtuigingen over meer gaan dan alleen hun eigen subjectieve beleving, dat zij daadwerkelijk iets zeggen over de werkelijkheid buiten hun hoofd, over de objectieve werkelijkheid van de kosmos, dan mag de wetenschap vragen, ‘hoe weet je dat zo zeker?’ en ‘waar is je bewijs?’. En dan mag de wetenschap (en het gezond verstand) bij gebrek aan enig deugdelijk bewijs ook vaststellen dat er heel weinig reden is om aan te nemen dat echt sprake is van meer dan een hersenspinsel, een wens die weer eens een gedachte op de wereld heeft geschopt. Zodra een of andere zweverik een betere manier gevonden heeft om fabeltjes van feiten te scheiden hoor ik het graag.

donderdag 16 oktober 2008

Geen bezoek

Het zal u ook niet ontgaan zijn dat het bezoek niet gekomen is. Daar zit je dan, met de koffie, de koekjes, het gebak, het moeizaam ingestudeerde welkomstlied. Je vraagt je af wat er is gebeurd. Misschien was de tomtom stuk, of zat een vrouw kaart te lezen waardoor het Lichtschip in de buurt van Aldebaran een verkeerde afslag heeft genomen. Hoe dan ook, in Alabama bleef het stil. In Kaapstad ook.

En op de website van Blossom Goodchild ook. We lezen er geen woord over de intergalactische party poopers. Het enige wat er gebeurd is, is dat mw. Goodchild de commentaarfunctie van haar blog heeft uitgeschakeld. Daar begon het namelijk dinsdagnacht al reacties te regenen, bij de duizenden, van mensen die in bloeddorstige bewoordingen duidelijk maakten dat ze behoorlijk toe waren aan een portie Liefde, Licht en Vrede. En die kennelijk een ervaring als deze nodig hadden om te ontdekken dat Blossom maar een klein beetje minder gek is dan zijzelf zijn.

Maar vandaag verscheen dit filmpje op YouTube. En dan loopt het je toch koud over de lever, van de ontzettende, peilloze treurnis die er achter al dat blije bovenaardse geneuzel schuilgaat.

Paard & Zn. wenst mw. Goodchild veel succes in haar musicalcarrière.

dinsdag 14 oktober 2008

Bezoek

Ik begrijp niet hoe u het klaarspeelt nog zo rustig achter uw peeceetje te zitten. Het is gewoon onverantwoord! Net als ieder zinnig mens zou u ademloos gespannen aan de buis gekluisterd moeten zijn, die is afgestemd op CNN, in afwachting van het meest sensationele breaking news ooit dat nu elk moment kan breaken! We weten immers uit zeer betrouwbare bron dat vandaag een reusachtig buitenaards ruimteschip zal verschijnen boven het warm-kloppende hart van de moderne wereld – inderdaad, Alabama. Kennelijk houden de buitenaardsen van Dixieland. Maar wacht even; nee, het kan ook Kaapstad zijn; of nog weer heel ergens anders; de buitenaardsen zijn, zoals wel vaker, niet heel goed in het verstrekken van concrete informatie.

Blossom Goodchild, die naast actrice en musicalzangeres toevallig ook een direct voice channeling medium is, professioneel nog wel, al weet ik niet aan welk instituut ze haar diploma heeft gehaald, heeft het allemaal hoogsteigens voorzien. Normaal keuvelt ze met een Indiaanse geest genaamd Witte Wolk, maar dit keer is mevrouw Goodchild in contact geraakt met een buitenaardse gezelligheidsclub die zichzelf de Federatie van Licht noemt. Men hoopt maar dat dat niet midden in een podiumoptreden gebeurde, want zoiets kan een gevoelige vertolking toch danig in de war sturen lijkt me. Wat ervan zij, de Federatie heeft haar bericht dat men van plan is de Alabamese hemel (of die van Kaapstad, of nog heel ergens anders) op te fleuren met dat imposante ruimtevaartuig, dat daar als een baken van liefde, licht en vrede maar liefst drie dagen zijn schaduw zal werpen. Hopelijk is de carbon-footprint van het gevaarte enigszins acceptabel. Overigens zal er, zo melden de buitenaardsen ietwat flirterig, verder geen sprake zijn van contact. Men komt alleen maar even langs om zich te laten zien, als een soort interstellaire potloodventer. De rest komt later wel – iets wat je uit de mond van potloodventers meestal liever niet hoort.

O zeker, de media zullen zich inspannen om het gebeuren verborgen te houden, waarschuwt de Federatie - want zo zijn ze wel, die media – maar het zal ze niet lukken! Tegen wil en dank zal Philip Freriks ons zostraks moeten vertellen over de verbazingwekkende gebeurtenissen op het zuidelijk halfrond. Heeft ie eindelijk eens een echte reden om niet uit zijn woorden te komen. Nee hoor, mevrouw Goodchild weet ook wel dat Alabama niet op het zuidelijk halfrond ligt, haast ze zich ons te verzekeren in een voetnoot bij haar opwindende aankondiging – ze heeft daarover meteen contact opgenomen met de Federatie, want als secretaresse van de aliens wil je natuurlijk wel zeker weten dat je notulen kloppen. De Federatie heeft haar vriendelijk en geduldig uitgelegd dat Alabama in lang vervlogen tijden wèl degelijk ten zuiden van de evenaar lag. Ach ja, zullen de federalisten glimlachend tegen elkaar hebben gezegd, ze is tenslotte blond… Als u er meer van weet stelt mevrouw Goodchild het niettemin op prijs als u dat aan haar doorgeeft, want het is altijd fijn je historische topografie een beetje op orde te hebben, zelfs als je een Shirley Valentine spelend professioneel medium bent.

Het belooft dus een interessante dag te worden vandaag. Zo eentje die u zich nog heel lang gaat herinneren, net als de moord op Kennedy, 9/11, de begrafenis van André Hazes en de liquidatie van de mus in de dominohal. Over veertig jaar zult u mensen nog kunnen vertellen waar u was en wat u deed toen het Grote Gebeuren een aanvang nam. Tenzij u zestig bent of zo natuurlijk, dan vertelt u over veertig jaar waarschijnlijk niet meer zoveel, althans niet zonder tussenkomst van een direct voice channeling medium. Maar interessanter nog zal zijn te zien hoe creatief mevrouw Goodchild morgen uit de hoek komt in het onwaarschijnlijke geval dat Alabama (of Kaapstad of waar dan ook) vandaag verschoond blijft van onaardse verkeersdrukte, en Philip Freriks vanavond gewoon weer het hele journaal volstottert over de kredietcrisis.

zaterdag 11 oktober 2008

Gevallen engel

Als doorgewinterde atheïst kan ik nochtans sommige randverschijnselen van religie, zoals de Messiah, de kathedraal van Den Bosch en vrij met Kerstmis, best waarderen, maar religie als maatschappelijk fenomeen boezemt me vooral weerzin in. Waarom zou je je gezond verstand op de tocht zetten door maar zo’n beetje te gaan zitten geloven in dingen die je niet kunt zien en niet kunt horen en ook niet anderszins kunt verifiëren, maar die er misschien toch zouden kunnen zijn? En daar dan ook nog eens anderen meer lastig vallen? Onzichtbare dingen die er misschien zouden kunnen zijn zijn er talloze, zoveel als je verzinnen kunt om precies te zijn – ik word al moe als ik eraan denk. In heel veel van die dingen gelooft bijna geen mens, en waarom zou je dan voor één bepaald onzichtbaar, onhoorbaar, onverifieerbaar ding een uitzondering maken? En daar anderen mee lastig vallen? Omdat het in een oud boek staat? Kom zeg, de sprookjes van Grimm gaan ook alweer een tijdje mee, en toch is het aantal volgelingen van Repelsteeltje nog steeds erg beperkt.

Richard Dawkins denkt er net zo over, maar dan erger. Toch bleek lezing van zijn boek The god delusion, in het Nederlands vertaald onder de zo ontzettend foute titel God als misvatting, een verdeeld genoegen. Want Dawkins is helaas met enige regelmaat het soort vriend dat je zelfs je dierbaarste vijanden niet zou toewensen. In The God delusion trekt hij met onverholen woede en luie kort-door-de-bocht redeneringen van leer tegen de gelovigen. Gematigden en fundamentalisten worden zonder pardon op één hoop geveegd en de beledigingen vliegen in het rond. Aan literatuurverwijzing doet Dawkins evenmin als aan zelfbeheersing. Zo maakt hij zichzelf wel een heel gemakkelijke prooi voor zijn opponenten. Die hebben inmiddels dan ook de markt bestormd met weeïge tegentraktaatjes die vooral uitblinken in superieur-zelfgenoegzame kalmte, zodat de kippendrift van Dawkins nog eens extra scherp in reliëf komt te staan. Een bijzonder maagomkerend specimen is een frutsel van John Cornwell, getiteld Darwin’s Angel.

Cornwell is een katholiek van het type Verloren Zoon, die na twintig jaar van dwaling terugkeerde in de moederschoot van de Kerk. Dan weet je al genoeg – we hebben hier van doen met een wanhopeling die het zonder de troost van de Here niet af kon. Zijn traktaatje is in een kokette briefvorm gegoten, een brief van Dawkins’ bezorgde beschermengel aan Dawkins zelf. Het is een glibberig-handig geschreven boekje, dat zelfs een paar vilein-komische vlagen van humor bevat, zodat de lezer maar al te gemakkelijk uit het oog verliest hoe de schrijver als een behendig skiër om de werkelijke kernvragen heen slalomt. Cornwell vangt Dawkins honderd vliegen af, meer dan eens terecht, maar kijkt er zelf wel voor uit om ook maar één helder standpunt in te nemen en gaat nergens in op de uitdagende stelling die de kern is van The god delusion: dat er voor de goddelijke waarheid die gelovigen poneren geen greintje bewijs is en dat god niet meer is dan een potentieel gevaarlijke waanvoorstelling.

Het wierookgordijn dat Cornwell optrekt walmt al geurig uit op de eerste paar bladzijden. Met adembenemende hypocrisie plaatst hij religie op één lijn met kunst, muziek en poëzie – net als die uitingsvormen, en net als wetenschap zelf, is religie toch immers een manier om het alledaagse te verbinden met het mystieke en transcendente; een daad van verbeelding? (Merk op hoe de misleidende suggestie wordt geplaatst dat het transcendente iets is wat buiten onze hoofden bestaat). Dawkins, concludeert Cornwell, is gewoon bang voor de verbeelding. Bovendien, zo voegt hij toe, zijn de meeste gelovigen veel nuchterder en verstandiger dan Dawkins het voorstelt. ‘Sensible believers’ accepteren Darwins natuurlijke selectie en geloven niet letterlijk in het scheppingsverhaal. Hier begint een betooglijn die uiteindelijk zal eindigen in Cornwells lachwekkende poging om god te omschrijven: god is de gedachte-zonder-brein die aan het begin van alle dingen staat.

Dat zal wel. Toch vermoed ik dat de gelovigen op de Veluwe, de pelgrims in Mekka en de MacCainstemmers in de VS een beetje moeite hebben zich te herkennen in zo’n intellectuele woordgrap die op de keper beschouwd volkomen betekenisloos is, eigenlijk alleen maar een herhaling van de vraag. In de moderne tijd is god vaak een god-van-de-gaten, teruggedrongen in die lege hoekjes en nissen die de wetenschap nog niet met antwoorden heeft kunnen stofferen; Cornwell drijft hem voor de zekerheid nog wat verder terug, tot in de ultieme lege ruimte waar de wetenschap hem waarschijnlijk nooit zal inhalen, die van de vraag hoe het allemaal begonnen is. Daar huist Cornwells god, de Begingedachte, de Onverklaarde Verklaring die de reden is dat onze natuurwetten allemaal zo prachtig kloppen dat het huidige heelal en de mensheid kunnen bestaan. Het wordt vanuit die duizelingwekkend cerebrale en ijzingwekkend ver in de tijd verwijderde abstractie echter wel een heel grote sprong naar de zoetsappige Jezus die hij aan het eind van zijn boekje toch ook nog graag ten tonele voert; een ongerijmdheid die hij zelf niet lijkt op te merken. Hij drijft liever de spot met Dawkins’ beeld van de Grote Pappa in de Hemel, maar ik durf er iets om te verwedden dat Dawkins aanzienlijk dichter staat bij de voorstellingen van de gemiddelde, niet theologisch onderlegde gelovige dan Cornwell. Cornwell is gewoon een draaikont die zich in een enorme, mystificerende woordenbrij los probeert te wurmen uit de klemmende vragen van de wetenschap en haastig de benen neemt naar de uithoek waar de wetenschap ophoudt; al hollende struikelt hij regelmatig over de weelderige rokken van zijn pseudodiepzinnigheden, en graait hij naar strohalmen om niet helemaal om te vallen.

Weinig gelovigen zullen beamen dat ze god zien als ‘de hersenloze Idee aan het begin van het Universum’, en evenmin zullen velen hun geloof zien als louter beeldspraak, een symbolische verbeeldingsdaad die uitwisselbaar is met Shakespeare, Beethoven of Grunberg. Nou ja, misschien sowieso niet met Grunberg. Cornwell gaat volledig voorbij aan de waarheidsclaims die in elke religie ingebakken zitten en die in meer of mindere mate door alle gelovigen onderschreven worden – hemzelf incluis, want god is de basale premisse die hij nergens in zijn boekje loslaat, die als een toenemend irriterende dreun onder al zijn zinnen voortstampt. Zoals Dawkins terecht constateert beweren religies dat ze iets zeggen over de werkelijkheid; ze verkondigen geen literaire, maar letterlijke waarheden en begeven zich daarmee op het terrein van de wetenschap. Trouwens, als het echt waar is dat de meeste gelovigen hun geloof alleen maar zien als een artistieke metafoor, een vrije en dus uitwisselbare verbeeldingsdaad, hoe komen we dan aan confessionele regeringspartijen? We hebben toch ook geen partij die het rustieke landleven wil bevorderen op grond van Beethovens Pastorale? En terwijl kunstwerken wel worden gecensureerd vanwege religieuze gevoeligheden hebben we het nog niet meegemaakt dat de kas van de Pinkstergemeente in beslag werd genomen omdat Shakespeare zei dat ‘gold, this yellow slave, will knit and break religions’. Religie is geen daad van verbeelding maar een onderdrukker van verbeelding en meer nog een symptoom van gebrek aan verbeelding.

Het woord atheïst valt in Cornwells traktaat voor het eerst op pagina 14, met een briljante retorische coup-de-théâtre, want het verschijnt meteen in één zin met de naam Stalin. Natuurlijk komt hij er verderop op terug, op dat leugenachtige theïstische stokpaardje over hoe Stalin, Hitler en Mao bewijzen dat atheïsme in combinatie met wetenschap heel gevaarlijk kan zijn. Met kenmerkende hypocrisie laat Cornwell eerst dit statement vallen, zodat het zijn effect kan hebben voordat hij er een beetje op gaat afdingen, want hij weet natuurlijk ook wel dat Hitlers rassenleer met wetenschap helemaal niets van doen had. Het belangrijkste vergeet hij echter, namelijk dat Hitler, Stalin en Mao beslist geen atheïsten waren. Ze waren fanatieke exponenten van een alomvattende staatsreligie, inclusief onverzettelijke dogma’s, massale gebedsbijeenkomsten, bedevaartsoorden, onfeilbare leiders en heilige boeken. Inclusief ook de typisch religieuze onderdrukking van de verbeelding. Hun vervolging van allerlei religieuze groeperingen was geen onderdrukking van gelovigen door atheïsten maar de zoveelste strijd van de ene religie tegen de andere; zij onderscheidde zich in niets van de middeleeuwse strijd die de christenen tegen de muselmannen voerden, of de katholieken tegen de protestanten.

Het is amusant Cornwell onderweg te betrappen op de nodige pot-en-ketelmomenten. Hij verwijt Dawkins dat hij verzuimd heeft de bijbel en de grote theologen uitputtend te bestuderen, en dat zijn bronnen voornamelijk bestaan uit dichters en romanschrijvers. Om zijn eigen boekje vervolgens te larderen met talloze citaten – van dichters. Hij bespot Dawkins om zijn opwinding over een geval van religieuze moord op een Inca-meisje, dat immers ‘al 500 jaar geleden is’, maar verwijt hem dat hij geen diepgravende studie heeft gemaakt van een boek dat nog meer dan 1000 jaar ouder is. Hij beschuldigt Dawkins van ‘provincialisme’ omdat hij vrijwel alleen over het christendom schrijft, en schrijft vervolgens zelf alleen maar over het christendom.

Naarmate het boekje vordert komt Cornwells reactionaire agenda duidelijker in beeld en wordt de toon steeds meer die van een zalvende preek. Christus’ voorbeeld van alomvattende liefde wordt in fondantkleurtjes neergepenseeld, waarbij de boodschapper-engel gemakshalve maar even vergeet dat christenen zich veelal als het tegendeel van dat voorbeeld gedragen hebben en nog gedragen: Jezus’ wijze lessen worden, net als die van Mohammed en nog zo wat lichtende voorbeelden, vooral gebruikt om discriminatie en vrijheidsbeknotting te propageren en irrationele angsten te voeden. Dat het god is die ijdelheid en egoïsme temt is een al even onzinnige bewering: je hoeft maar één EO-programma te bekijken om te weten dat god het vehikel bij uitstek is voor egoïsme – jij bent zo uniek en bijzonder dat het almachtige opperwezen zich persoonlijk om je bekommert; en Cornwells boekje zelf is het bewijs dat ijdelheid niet verdwijnt onder gods alziend oog, maar er juist tot welige (en wollige) bloei kan komen.

vrijdag 11 juli 2008

Nachtwerk

Sinds ik digitale televisie heb val ik van de ene verbazing in de andere. Dacht ik eerder nog dat met onze eigen commerciëlen de diepste diepten van kijkbuisminimalisme wel waren bereikt, kom ik er nu achter dat de put bodemloos is. Zo heb ik van de week op no-budget zender Zone Reality catatoon van ontzetting zitten kijken naar de geestverruimende en wetenschappelijk onderbouwde reality docu-thriller Haunted homes. Haunted homes gaat ongeveer als volgt:

In een blauw uitgelicht gewelf van schoon-metselwerk dat in de Oekraïne voor een hippe bar door zou kunnen gaan verschijnt een in leer gestoken, strak gekapte jongeman die in de Oekraïne voor knap door zou kunnen gaan. Op een geanimeerde toon die eerder geschikt lijkt voor Dancing with the stars doet hij ons de beproeving uit de doeken van een jong echtpaar in Lincolnshire, dat zijn droomhuisje heeft gekocht en er nu achter is dat het daar spookt. Spookt, ja.

De vrouw des huizes, Shelley, een afgeleefde thirtysomething met melkboerenhondenhaar en een slechte tandartsverzekering, legt uit dat het allemaal al begon voordat ze het pand zelfs maar betrokken hadden. Ze had een kiekje geschoten van het huis en ontdekte daarop tot haar ontzetting dat twee gezichten te zien waren achter het raam boven de voordeur. TERWIJL ER NIEMAND BINNEN WAS! De onthutste kijker wordt geconfronteerd met exhibit A, namelijk desbetreffende foto. Die wordt helaas driedubbel en halfvervaagd in barre kleuren geprojecteerd, ongeveer als een videoclip bij een wild housenummer, en vliegt het beeld in en uit - maar met een beetje inspanning lukt het toch om vast te stellen dat al wat te zien is achter het spookachtige raam een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje is. Even verschijnt de foto dan toch wat nadrukkelijker in beeld, met een grote cirkel om aan te geven waar we moeten zien wat er te zien zou moeten zijn; inderdaad - een niet al te gelukkig gekozen gordijnstofje.

Maar denk niet dat het leed geleden is met enge motieven in de gordijnen. Echtgenoot Bob doet ook een duit in het zakje met bloedstollende verhalen over stoelen die vanzelf van plek veranderen en een radio die aan en uit springt zonder dat iemand ‘m aanraakt. Je moet er inderdaad niet aan denken. En tot overmaat van ramp heeft Shelley midden in de nacht het zwarte silhouet van een vrouw gezien, zomaar in de slaapkamer. Inmiddels hebben ze haar Mabel gedoopt, zo gewend zijn ze aan haar geraakt. Er spookt ook nog een kind rond dat van lieverlee het speelkameraadje is geworden van zoon Daniel, die kennelijk op school niet erg populair is of toch op zijn minst een erg moeilijk pubertijd doormaakt als de enige vriendjes die hij kan krijgen dood zijn.

Na deze genadeloze schets van de bovennatuurlijke gruwelen waaraan de familie Stevens ten prooi is kunnen we opgelucht ademhalen, want daar komt The Team, uw hoop in bange nachten. Het team bestaat ten eerste uit paranormaal onderzoeker Mark Webb, die al sinds zijn zesde met denkbeeldige vriendjes speelt, zo lezen we op zijn website, en die naast het bovennatuurlijke dol is op voetbal en computerspelletjes. Van Mark is de onsterfelijke wetenschapsfilosofische uitspraak "Ik denk dat het zo moeilijk is om geesten op foto's en video vast te leggen omdat veel mensen niet willen geloven dat ze bestaan." Zijn zoontje Kieran, 9 jaar, legt ook al een levendige belangstelling voor het paranormale aan de dag, dus kan iemand alsjeblieft de Kinderbescherming bellen?

Verrassender is teamlid twee, Professor Chris French BA PhD CPsychol FBPsS FRSA, die de stem van de rede mag vertegenwoordigen door als excuus-scepticus de tweede viool te spelen. Gelukkig, vertelt Mark ons, is Chris een scepticus van het goede soort. Het soort dat niet meteen overal een rationele verklaring voor heeft, want dat is natuurlijk helemaal niet leuk. Prof. French bijt ongetwijfeld regelmatig zijn tong af, gepaaid, zo kunnen we vermoeden, met de glamour van het TV-sterrendom, want afgaande op zijn website en zijn verdere activiteiten heeft hij de diagnose van zijn medeteamleden al lang klaar.

Theatrale persoonlijkheidsstoornis lijkt me wel het minste als het over teamlid drie gaat, het absolute pièce de résistance, Mia Dolan. Mia ziet er uit als een kruising tussen een voortijdig ondergegane Rheintochter en de uitbaatster van een lugubere pub in een Liverpoolse achterstandswijk - maar vergis je niet. Ze is een medium. Ze ziet, hoort en voelt dingen waar u en ik als afgestompte simpele stervelingen geen flauw besef van hebben en die onze stoelgang ernstig zouden ontregelen hadden we dat wel. Daar gaan we nog wat staaltjes van zien. Nou ja - hóren dan, want veel te zien is er niet: naar zal blijken moeten we het vooral hebben van wat Mia ons over haar inzichten vertelt. Gelukkig doet ze dat volop, in een ademloos tempo en met een stem waarvoor ieder rookverbod jaren te laat komt.

Maar niet voordat Mark het wetenschappelijke allure van het in te stellen onderzoek heeft onderstreept door de installatie van enkele elektronische apparaten op de meest bespookte locaties in het huis. Het is onder paranormale onderzoekers een wijdverbreid misverstand dat een onderzoek wetenschappelijk wordt zodra er iets aan te pas komt dat op stroom gaat. Dus komen er infraroodstralers in het trappenhuis, zodat we het zullen weten als daar iets passeert. Hoe onstoffelijke spookwezens die stralen precies kunnen beïnvloeden, daar laat onze enthousiaste onderzoeker zich helaas niet over uit. Thermometers zijn natuurlijk onmisbaar, want iedereen weet dat geesten temperatuurdalingen met zich meebrengen; tochtige ramen ook, maar dat is bijzaak. Verschillende dictafoons worden door het huis verspreid om iedere spookachtige kreun te registeren; en een night-vision camera maakt het bovennatuurlijke onderzoeksspektakel compleet.

Intussen heeft Prof. Chris, onze scepticus, zich verschanst in een stacaravan vol monitoren en ander wetenschappelijks, om het gebeuren met gepaste afstand kritisch gade te slaan. Je moet zo’n rationele kouwe kikker natuurlijk niet te dichtbij hebben als het echt gaat spoken, dan bederft ie de pret maar met al zijn natuurlijke verklaringen. De caravan (waar The Team, ongetwijfeld om redenen van sponsorgelden, hardnekkig naar refereert als “The Winnebago”) fungeert ook als veilige haven voor wie alle paranormale temperatuurdalingen en andere geestige gewaarwordingen even niet aankan. Maar vooralsnog bevinden Mark, Mia en het echtpaar Stevens zich in de huiskamer. Om onduidelijke redenen zitten ze op de grond. Het is midden in de nacht en het onderzoek kan beginnen. Het startsein bestaat uit het uitschakelen van de verlichting. Daar zitten ze dan, vier volwassen mensen in een donkere kamer. Te wachten. Op spoken. En dat noemen ze Zone Reality.

Vindt u het ook zo vreemd dat het spoken iets kan schelen of het licht of donker is, dag of nacht? Hebben ze overdag wellicht hiernamaalse kantoorbanen waardoor ze pas ’s avonds, na De onderwereld draait door, tijd hebben om huiseigenaren de stuipen op het lijf te jagen? Ooit heb ik medium Lorraine Warren (die nog wel een keer een beurt krijgt in dit blog) horen uitleggen dat paranormale activiteit piekt om drie uur ’s nachts, omdat drie uur het tijdstip is van Christus’ sterven; ze was kennelijk even vergeten dat Christus om drie uur ’s middags stierf, en dat het dus eigenlijk heftig zou moeten spoken rond theetijd. Terzijde vraag ik me af of de geesten en demonen zich ook aan zomer- en winterklok houden.

Maar kom, ik dwaal af. Bij de Stevensjes is het nog steeds donker en begint er zowaar al iets paranormaals te gebeuren. “Ik zie een donkere schaduw in de gang,” zegt Mia met grote stelligheid. Na enig turen denkt Shelley dat ze misschien ook wel iets ziet. Wij zien overigens niks. Mia en Mark besluiten om eens boven te gaan kijken. Onderschat het niet, zo’n nachtelijke expeditie in een bespookt huis! Ook los van het gevaar je benen te breken over de eerste de beste drempel is dat een beklemmende aangelegenheid. De onderzoekers gaan te werk met grote omzichtigheid en converseren met fluisterstemmen vol nauw ingehouden paniek, alsof ze door een mijnenveld lopen op weg naar een interview met Osama Bin Laden. In het trappenhuis stelt Mia een deskundige diagnose: “Ik vind het hier doodeng.” Maar in een van de slaapkamers boven slaat de Andere Wereld pas echt toe met het eerste onmiskenbare para-abnormale signaal: Mia krijgt barstende koppijn. Geen twijfel mogelijk dus, het spookt hier.

Het blijft bovendien niet bij hoofdpijn. Mia wordt geplaagd door ademnood, koude rillingen, het gevoel dat iemand haar gadeslaat (wij?), en wat al niet. Na diepgaande spiritistische inspanning concludeert ze dat het spook de geest is van een vrouw die tijdens een brand in het huis haar kind verloren heeft. De voice over (onze Oekraïense superster, weet u nog?) informeert ons terloops dat er weliswaar geen enkel gedocumenteerd bewijs is dat er ooit een brand is geweest in dit huis, maar dat zal Mia worst wezen. Die heeft intussen ontdekt dat er een kussen midden op het bed ligt waarvan ze zeker weet dat het eerder gewoon overeind tegen het hoofdeinde stond. Als een soort bovennatuurlijke versie van Eigen Huis en Tuin heeft de geestenwereld zijn vingers weer eens niet af kunnen houden van andermans inrichting.

Beneden hebben Bob en Shelley het inmiddels erg koud gekregen. Dat is natuurlijk ook logisch, met al die paranormale interieurontwerpers in vol bedrijf. Dat het misschien ook iets te maken heeft met een nacht slaap overslaan en stilzitten in een donkere kamer, daar wordt niemand over gehoord. Wel ontkomt Mark er niet aan Prof. Chris bij te vallen als die droogjes constateert wat wij, kijkers, ook al gezien hebben: op de gemaakte beelden is behalve Mia’s monumentale overbite weinig abnormaals te ontdekken. De diverse taperecorders hebben geen enkel genezijds geluid opgevangen. De infraroodmetingen dan misschien…? - Ha! Kijk! Daar is duidelijk iets vreemds gebeurd. De apparatuur is uitgevallen omdat de batterij leeg is. Weer zo’n onomstotelijk bewijs voor spookachtige activiteit, immers, geesten onttrekken zoals algemeen bekend energie aan hun omgeving om te kunnen spoken; dat hebben ze dus ook met die batterijen gedaan! En met de opgedane energie zijn ze vervolgens kussens gaan verleggen.

Als sluitstuk mag de onverschrokken Prof. Chris nog een ronde maken door het huis. “Ik zie niks,” stelt hij deskundig vast. “Ik merk niks. Ik voel niks. Ik vind het hier helemaal niet eng.” Hij spreekt het vermoeden uit dat de bewoners en zijn medeteamleden zich maar wat ingebeeld hebben, en verlaat het pand tenslotte met de constatering dat families die last hebben van spoken beter een scepticus kunnen uitnodigen dan een priester of een medium – d’r is meteen geen spoor van paranormaliteit meer te bekennen.

Dat gezegd zijnde wordt het echter bovennatuurlijke ernst. Mia heeft zich genesteld temidden van een zee van kaarsen die met een flonkerlens nog wat extra glans bijgezet krijgen, zodat je even niet weet of je nog in spirituele sferen bent of per ongeluk toch hebt doorgezapt naar een pikante late-avond-uitzending. Het reinigingsritueel neemt een aanvang: Mia gaat de geest bevrijden. Daartoe moet ‘Mabel’ eerst naar beneden worden gelokt, maar dat lukt. Niet dat wij daar verder iets van merken, we moeten Mia wederom op haar woord geloven als ze met doorleefde stem aankondigt, “ze is hier.” Waarom de aanwezigheid van Mabel precies vereist is terwijl Mia toch kennelijk door muren, trappen, vloerbedekking en behang heen met haar contact kan hebben wordt niet duidelijk; dat heeft misschien gewoon met paranormale gezelligheid te maken. Het ritueel zelf blijkt te bestaan uit het opzeggen van het De Profundis, in wat klinkt als een Cockney versie van een Schotse verbastering door een Duitse boer van een impressie van een mondeling examen Latijn door een niet al te begaafde gymnasium-brugklasser uit Achter-Drempt. Hoe dan ook, het werkt. Na haar van emoties overlopende eeeymen kijkt het medium stralend op. “Ze is weg.” Kijk, zo simpel is dat nou. Bob en Shelley kunnen hun geluk niet op. In de nabeschouwing vat Shelley dat treffend en ontroerend samen: “Nou kan ik eindelijk weer gewoon naar de radio luisteren.”

zaterdag 7 juni 2008

Dutch gothic - the sequel

De Volkskrant stond bol van de embryo’s, vandaag. Een geweldige bloemlezing van misgeslagen planken, drogredenen, niet onderbouwde veronderstellingen en ongefundeerde doemscenario’s, slechts hier en daar verlicht door een enkel verstandig woord. Een resumeetje:

In de Kennis-bijlage laat columnist Maarten Keulemans weten het tot zijn schrik eens te zijn met de CU, maar al snel blijkt dat dat wel meevalt. Hij zet het embryo plastisch neer als een ‘onzichtbaar klein kleddertje slijm’, en constateert dat er jaarlijks zo’n 65.000 van die slijmballetjes spontaan uit de baarmoeder worden afgedreven. Dat de dokter er weloverwogen een paar aan toe voegt kan dus zo erg niet zijn. Keulemans conclusie is dat ingewikkelde medisch-ethische beslissingen niet in de Kamer thuishoren, maar bij terzake deskundige artsen. En zo is dat; al denkt zijn collega-columnist Marjolijn Februari er heel anders over – zie onder.

Theoloog Frank Bosman van de Universiteit van Tilburg constateert terecht dat (zolang althans Rita niet aan de macht is) democratie niet betekent dat wat de meerderheid wil altijd wet is. Maar goed ook, want als dat wel zo was zouden zelfs Rita’s totem-homo’s het wel eens een stuk moeilijker kunnen krijgen dan ze denkt. We hebben een representatieve democratie waarin de belangen van alle groepen gewogen worden. Dus, concludeert Bosman, mag die arme CU niet het slachtoffer worden van de dictatuur van de meerderheid. Hij vergeet één kleinigheidje. De meerderheid legt de CU geen enkel verbod of beperking op. Conservatieve christenen, ik zei het al, staat het vrij om af te zien van IVF of embryoselectie, en ze mogen ook uit volle borst verkondigen dat ze het bedrijven ervan zondig vinden, desgewenst in samenzangbijeenkomsten tegenover de Blokker. Het is juist de CU zelf die aan andersdenkenden een beperking wil opleggen, louter op basis van hun particuliere geloofsovertuiging. Exit Bosman.

Precies dit punt wordt glashelder gemaakt door juriste Eva Asscher, ook van de UvT, en gespecialiseerd in embryoselectie. Ze legt daarbij in het voorbijgaan fijntjes de vinger op het opportunisme van de CU, die er geen moeite mee had in een kabinet te gaan zitten dat een hele reeks standpunten aanhangt waar de kleine christenen van gruwen, maar nu hoog van de toren blaast over een detail. Asscher veegt de vloer aan met het bizarre idee dat genezen beter is dan voorkomen, en met de leugenachtige boodschap van de CU dat embryoselectie ten koste zou gaan van onderzoek naar betere geneeswijzen. Het debat over de embryoselectie, besluit Asscher, hoort open en transparant in de Kamer te worden gevoerd, niet achter gesloten deuren waar een minieme fundamentalistische minderheid het kabinet en daarmee dus het hele land kan gijzelen. Applaus.

Marjolijn Februari, vast columniste, borduurt voort op een stuk van Frank Bosman in Trouw met de vraag: wie bepaalt op welke ziekten wordt geselecteerd? Want het grote geld regeert, medici, wetenschappers en zorgverzekeraars zijn net zo geldbelust en onbetrouwbaar als ieder ander en o, o, waar moet dat allemaal eindigen. Ik heb van mevrouw Februari wel eens rationelere bijdragen gelezen. Het is een beetje gemakzuchtig, en ook nogal paranoïde, om te doen alsof iedereen dadelijk ‘zomaar’ aan het rommelen slaat met embryo’s, zonder enige normstelling of regulering en met geldelijk gewin als enig doel. De keuzes bij embryoselectie worden in medische kringen uiterst zorgvuldig getoetst en afgewogen. Anderzijds is de interessantere vraag waarom het erg zou zijn als de ondergrens voor selectie nog veel verder zou verschuiven. Zie verderop. Februari in de parkeerstand. Maar wel met wielklem.

Het ingezonden brievenblok kopt met “Ik ben blij dat ik niet ben vernietigd”. Dat vindt Truus Jonker uit Nijkerk, die blind is. Mevrouw Jonker leidt een kennelijk gelukkig leven, en is blij dat onwetende buitenstaanders, die blindheid waarschijnlijk als een ondraaglijk lijden zouden zien, haar niet als fout embryo bij het huisvuil hebben gezet. Jammer genoeg snijdt deze omgekeerde redenering geen enkel hout. Als Truus Jonker nooit in de baarmoeder was gezet zou ze niet geboren zijn en dat feit ook niet hebben kunnen betreuren. In plaats van haar zou een ziend kind geboren zijn dat op zijn beurt een waardevol en gelukkig leven had kunnen leiden. Wat iedereen ook lijkt te vergeten is dat niemand zegt dat embryo-selectie moet – het mag. Dag Truus.

Hannie Hermsen uit Zoeterwolde noemt een beestje bij de naam dat voortdurend onsmakelijk en ongrijpbaar tussen de regels van deze discussie doorglibbert. “Verdergaande selectie ruikt naar de praktijken van Hitler, het kweken van een superras”. Voilà – daar hebben we het dan. Embryoselectie is voor je het weet angehaucht met eugenetica en rassenleer. Ziehier een echt hellend vlak. In plaats van te blijven bij de werkelijke discussie, het uitbannen van ziekten in toekomstige IVF-kinderen, wordt afgegleden naar een argumentatie die veronderstelt dat we zometeen alle embryo’s verplicht gaan selecteren op willekeurige andere kenmerken zonder medische betekenis. Wake-up call voor Hannie: we leven hier niet in Nazi-Duitsland (althans, zolang Rita niet aan de macht is). Hup, weer met de fanfare mee jij, en Hitler er achteraan.

Verreweg het meest interessant is een prikkelend interview met de Engelse filosoof en bio-ethicus John Harris. Die profileert zich rigoureus als de volstrekte antipode van Rouvoet. Met de onwankelbare zelfverzekerdheid die grote denkers en enge fanatici in gelijke mate kenmerkt weigert hij zijn standpunt af te zwakken met de obligate politiek correcte bakerpraat waar alle voornoemde discussianten in meer of mindere mate aan toegeven. Er bestaan geen bio-ethische grenzen die overschreden kunnen worden; er is geen ‘hellend vlak’ – punt, uit. “Dat we niet tegen de natuur in mogen gaan of voor God mogen spelen, dat is bijgeloof. Elk medicijn gaat tegen de natuur in.” Zo’n gedachte was bij mij ook al eens opgekomen. Het is eigenlijk best arrogant om te doen alsof wij de natuur dingen zouden kunnen aandoen die niet ‘mogen’ – alsof wij boven en buiten de natuur staan; alsof de natuur verbodsbepalingen kent; alsof de natuur haar eigen boontjes niet kan doppen. Het verbeteren van de soort is bovendien de meest natuurlijke reflex die er bestaat: het is de drijvende kracht achter evolutie. Als we bij machte zijn dat proces aanzienlijk te versnellen, waarom moeten we daar dan vanaf zien? De interviewer doet natuurlijk wel wat pogingen. Ontstaan er zo geen nieuwe vormen van ongelijkheid en onrechtvaardigheid? Harris: “Het is niet onethisch sommige levens te redden als niet allen kunnen worden gered. Het is onethisch sommigen iets te onthouden omdat niet iedereen het kan krijgen.” Ongelijkheid is er bovendien altijd. De gemiddelde levensverwachting is in Andorra meer dan twee keer zo hoog als in Zambia. “We kennen nu ook allemaal mensen die slimmer, sneller of mooier zijn dan wijzelf.” Dat wil nog niet zeggen dat daardoor elites of bedreigingen ontstaan. Daarmee zijn we ook klaar met Marjolijn Februari: wegslepen maar.

Je kunt het met Harris eens zijn of niet, hij maakt wel duidelijk over welke vragen het echt gaat: waarom zouden er grenzen moeten zijn aan selectie op medische defecten? Wie zegt dat? Waar zijn we precies bang voor? Waar is die angst op gebaseerd? Er zitten echt wel een paar lastige addertjes onder het gras – denk bijvoorbeeld aan nieuwe vormen van verwijtbaarheid (“Je had toch kunnen weten dat je een kind zou krijgen dat ziek wordt”). En toch zou een rationele discussie over zulke vragen wel eens tot heel andere conclusies kunnen leiden dan de benepen gewichtigdoenerij waarmee Balkenende de val van zijn kabinet probeert te voorkomen.

vrijdag 6 juni 2008

Dutch gothic

Een grote bos bloemen en een warme knuffel voor professor Hans Evers van het Academisch Ziekenhuis Maastricht! Terwijl ons excuus-voor-een-regering bakkeleit over de vraag hoe de Nederlandse theocratie precies gestalte moet krijgen, doet hij het enige dat met recht christelijk kan worden genoemd: niet alleen toekomstige individuen, maar hele familietakken voorgoed vrijwaren van een afschuwelijke erfelijke aandoening en al het aanhangende leed.

Sommigen noemen dat een ‘hellend vlak’. Beuzelpraat. Het enige hellende vlak is de zeephelling waarlangs het kabinet met sneltreinvaart afroetsjt naar een beleid dat allerlei religieuze minderheden toestaat de veronderstelde wil van hun veronderstelde god dwingend op te leggen aan een andersdenkende meerderheid. Een partij als de Christenunie heeft in wezen niets te zoeken in een democratisch staatsbestel omdat haar uitgangspunt fundamenteel ondemocratisch is: de mens heeft niets te willen, hij heeft zich slechts te voegen naar gods woord (de spellingscontrole wil een hoofdletter voor god, maar ik vertik het!). De passage in de Bijbel waarin gods beleid rond embryo’s beschreven wordt heb ik overigens nog niet kunnen lokaliseren. Die over clusterbommen evenmin.

André Rouvoet zal de Here wel elke avond op zijn knokige, in Jaegerondergoed verpakte knieën danken voor deze buitenkans. Op de Veluwe trekt zijn achterban de zwarte kousen eens flink op en denkt, zo, hebben we die heidenen mooi een poepie laten ruiken. Hoewel, calvinisten denken vast geen ‘poepie’. Gul en glunderend deed CU-kamerlid Esmé Wiegman-Van Meppelen Scheppink (what’s in a name) ons er ook nog de wijsheid bij cadeau dat we gezondheid niet moeten overwaarderen. Misschien moet ze daar bij gelegenheid nog eens over doorkouten met een jonge vrouw die net preventief haar borsten heeft laten verwijderen. Die zou mevrouw Wiegman dan wellicht kunnen suggereren dat zij een tweeduizend jaar oud stuk mythologie niet moet overwaarderen. Om haar daarna hopelijk met een onchristelijk welgemikte linkse hoek een poosje naar een ander dromenland te helpen. Eens kijken of die zelfzalige christelijke glimlach daar tegen bestand is.

Vrij naar Grant Wood (1930)

Helaas. De CU, dat fossiele overblijfsel uit donkere tijden, kan de regering naar hartelust chanteren met haar eigen machtswellust. Balkenende kan natuurlijk niet een vierde crashend kabinet op zijn naam hebben, dat gaat een beetje teveel op een Soedanese luchtvaartmaatschappij lijken, dus doorvliegen is prioriteit nummer één. Als het daarvoor nodig is Rouvoet een puntje te laten scoren, soit. Dat dat puntje op termijn martelende onzekerheid, zware operaties en een grote kans op een nare en vroegtijdige dood betekent voor vele tientallen mensen, dat neem je als fatsoendoende christen dan maar op de koop toe. Je moet gezondheid tenslotte niet overwaarderen.

Waar zijn de tijden dat Ronald Plasterk in de Volkskrant fulmineerde tegen deze theïstische santenkraam en de grond gelijk maakte met godsdienstige drogredeneringen? Hoe houdt hij het vol in deze rare sekte? Ik mag toch aannemen dat als er dadelijk echt ook maar een letter wordt aangepast in de brief van Jet Bussemaker (bless her soul), dat hij dan onmiddellijk zijn biezen pakt? Of hebben de religieuze fundamentalisten soms echt een alleenrecht op geweten en ethiek?

Intussen wordt er met veel poeha gedaan alsof het hier een complexe morele kwestie betreft. Beuzelpraat in het kwadraat, en moedwillige mystificatie bovendien. Als een foetus van drie maanden geaborteerd mag worden wegens erfelijke belasting met borstkanker, en dat mag, en terecht, kan geen zinnig mens volhouden dat het een ingewikkelde vraag is of selectie van een embryo met datzelfde defect ook mag. Daar gaat de discussie natuurlijk ook niet ècht over. Die gaat er alleen maar over dat Rouvoet iedereen wil verbieden in te grijpen in gods grote plan – u weet wel, dat plan dat hij in zijn oneindige goedheid heeft volgestopt met ziekte, oorlog, honger, natuurrampen, clusterbommen en nog zo wat (een beetje een lamme god, trouwens, als ie een Rouvoet nodig heeft om zijn werk veilig te stellen, maar dat terzijde). We voeren dus eigenlijk een discussie over de fictieve bedoelingen van een fictieve figuur rond een probleem dat helemaal geen probleem is. Niemand dwingt gristenen immers om een baby te krijgen via IVF of om hun embryo’s te laten screenen en selecteren. Integendeel. Ze zijn volkomen vrij om hun kroost te laten bezoeken door iedere plaag die het god in zijn oneindige liefde behaagt hen op het dak te sturen. Het enige echte probleem is dat de CU dat niet genoeg vindt. Die zal niet rusten tot de striemen van gods gesel op ieders rug gevoeld worden, gelovig of niet.

Kan iemand alsjeblieft uitzoeken of er misschien een religieus-fundamentalisme-gen is? Dat lijkt me een defect waar ook nodig eens op geselecteerd moet gaan worden. Liefst verplicht.