dinsdag 6 januari 2009

Geesteskinderen

OK, het is nu officieel. We worden met zijn allen langzaam stapelgek. Kijk, de Nederlandse publieke omroep was natuurlijk altijd al best wel een treurige bedoening vergeleken bij de BBC, maar dat EénVandaag een filiaal is geworden van AstroTV dat was voor mij toch nieuw. Daar presenteerde Pieter-Jan Hagens zonet met droge ogen een item over paranormaal begaafde kinderen, kinderen die spoken zien. Een item waarin geen grammetje nuchter verstand en geen woord van twijfel te bekennen was. Natuurlijk, Israël tegen Gaza wordt zo langzamerhand best een beetje duf, maar je kunt op zoek naar originele alternatieven ook overdrijven. Als EénVandaag een krant was, zegde ik hem bij deze op.

Noëlle is 16 en ziet dode mensen. Zeven stuks, om haar bed. Ze vond het in het begin doodeng. Joey van 9 ziet ook al spoken; hij ziet stoelen helemaal vanzelf onder de tafel vandaan schuiven, en ziet gestalten met lichte en donkere aura’s, de goeien en de kwaaien. Gelukkig ‘doen ze niks’, en omdat ze nog wel eens antwoord willen geven op vragen blijkt hun aanwezigheid soms handig bij proefwerken. Mogen we Joey’s cijferlijst even zien? Op een dag verscheen spontaan een afbeelding van een geweer op de luxaflex in zijn slaapkamer. Daar schrok zijn moeder toch wel van. Ze toont ten bewijze een wazige foto van het bovennatuurlijke fenomeen. De gedachte dat het hier een creatieve uiting van haar met een erg levendige fantasie begaafde spruit zelf betreft komt kennelijk niet in haar op.

Ook niet bij Pieter Kousemaker, klinisch psycholoog, die als volgende aan het woord komt. De stem van de rede, denk je hoopvol, maar vergeet het maar. Kousemaker heeft in deze tijden van kassaknijpende DBCs en genadeloze concurrentie een onontgonnen markt gevonden, en Nederland zal het weten. Margriet had hij al in zijn zak, tijd voor televisie. Het stikt natuurlijk van de zweefmoeders en parapappa’s die maar wat blij zijn hun bespookte kroost bij een begripvolle loog te kunnen onderbrengen. Kost maar honderdtwintig euro per uur, binnen acht dagen te voldoen. Of telepatische stortingen ook worden geaccepteerd wordt niet vermeld. “Deze kinderen zijn niet getikt, ze hebben ervaringen waar de psychiatrie langsloopt." Hij heeft er zelfs een nieuw woord voor bedacht: transpersoonlijke ervaringen noemt hij het. "Deze kinderen zijn bijzonder.” Maar ja, welk kind is dat tegenwoordig niet. Hoewel, bij nader inzien heeft Pieter Kousemaker ook nog een praktijk voor kids die geen last hebben van geestigheid, maar door meer aardse troebelen worden gekweld. Die kinderen blijken niet bijzonder te zijn, nee, die kinderen zijn speciaal.

We flitsen door naar een exotische, grijsbelokte mevrouw met een ruim bemeten keuken. Ze heet Bianca Benazir en ze heeft een boekje geschreven, Help, ik zie spoken! Speciaal voor kinderen vanaf tien, zodat ze er niet meer aan hoeven te twijfelen dat wat ze zien echt is, en zodat ze misschien een geestloos vriendje of vriendinnetje ook nog over de streep kunnen trekken. Omdat ze zelf ook bijzonder is weet Bianca er alles van. “Het bestaat, erken het!” Haar eigen ouders hebben haar in al haar bonte paranormaliteit altijd serieus genomen, met alle gevolgen van dien, want nu doet ze het met haar eigen dochter ook. Min of meer en passant floept hier een interessant detail tevoorschijn: ze is de moeder van Noëlle-van-de-zeven-bedgasten. Hm, denk ik op zijn Tom Poes’, maar het wordt nog erger. Noëlle, zo blijkt, is de helft van een tweeling waarvan de andere helft dood geboren werd. Toen ze twee was begon ze spontaan tegen haar dode zusje, waarvan ze het bestaan niet wist, te praten. Dat beweert althans Bianca. Noëlle zelf herinnert zich daar niets van, maar heeft wel later ooit gemeend haar zusje in een steegje te zien staan.

Mag ik een teiltje! Randpsychotische mevrouw komt niet rond met het trauma van een halve miskraam, praat de wel overlevende helft van de tweeling daardoor een spook aan, en krijgt als kroon op het werk nu per nationale TV het predicaat van goedkeuring voor dit mismoederschap. Met wetenschappelijk waarmerk, courtesy of Pieter Kousemaker, klinisch psycholeugenaar. Bloemers, Mörner, Van Lommel, en nu dit. Altijd weer die pensionado's! Ga naar de Costa del Sol, man! Maar nee, Kousemaker ziet volgaarne af van een welverdiend pensioen om zijn wijsheden met ons te kunnen delen. Deze kinderen, zo weet hij stellig zeker, bevinden zich op een domein waar de wetenschap met lege handen staat. Vergeleken met hen zijn wij als kleurenblinden, niet in staat de schoonheid van een zonsondergang te zien. “Er is een vorm van communicatie die wij niet zien en die toch plaatsvindt.” Mag ik daar uw literatuurreferentie even bij hebben, amice? En kom alsjeblieft niet aan met Eindeloos Bewustzijn, want dan geef ik u daar zo’n optater mee dat u blij bent als u na een poosje weer eens vijf minuten bewust bent.

Kousemaker vindt dat de paranormale ervaringen van kinderen, waarvan we volgens hem ‘al vele jaren weten dat ze voorkomen’ – wie ‘we’ zijn zegt hij er niet bij - niet moeten negeren, maar de kinderen er sterk in moeten maken. Ze moeten hun angst overwinnen om er in het openbaar over te praten. Je gelooft je oren niet. Kan het NIP alstublieft onmiddellijk tot royement overgaan! Deze kwast maakt zich onder het mom van de psychologie tot handlanger van disfunctionerende ouders en duwt kinderen hun ‘speciaal-zijn’ zodanig door de strot dat je er van op aan kunt dat ze voor de rest van hun leven als semi-sporende looney tunes over de wankele marges van de normaliteit dwalen, op zoek naar misschien nog een snippertje gezond verstand. Tenzij natuurlijk de trend zich voorzet en we over een paar decennia collectief verdwaald zijn in het soort waandenkbeelden waar Kousemaker een hele praktijk op heeft gebouwd - die hij met een vanzelfsprekendheid die de gek en de crimineel in gelijke mate kenmerkt Psynteger heeft genoemd. Burps. Excuse me. Ik moet alweer een teiltje…